Asielminister van den Brink reageert op kritiek op 'schandpaalaanpak': 'Het is gewoon een feitelijke vaststelling'
Asielminister Bart van den Brink krijgt kritiek op de manier waarop gemeenten die geen asielopvang bieden publiekelijk onder druk worden gezet. Burgemeesters spreken van polarisatie en een 'schandpaalaanpak', maar Van den Brink verdedigt de aanpak. "Het is gewoon een feitelijke vaststelling."
De kritiek gaat over de manier waarop gemeenten die volgens het kabinet niet voldoen aan de Spreidingswet op de zogenoemde interventieladder worden geplaatst. Inmiddels staan 24 gemeenten onder verscherpt toezicht van het Rijk. Eerder werden al tien gemeenten op het matje geroepen, waaronder Aalten, Beverwijk, Bergen, Valkenswaard en Westland. Later kwamen daar nog veertien gemeenten bij.
Gemeenten die niet genoeg opvangplekken realiseren, moeten zich verantwoorden bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Uiteindelijk biedt de wet ook de mogelijkheid om opvang af te dwingen.
'Prima term'
Van den Brink begrijpt de term 'weigergemeente' wel. "Ja, ik denk dat er heel veel feitelijk klopt. Een gemeente heeft een taak die in de wet is vastgelegd en door de Tweede en Eerste Kamer is vastgesteld. En die weigeren om daar uitvoering aan te geven? Dus een prima term."
Volgens de minister gaat het niet specifiek om een asielwet, maar om een bredere manier waarop de overheid taken verdeelt. "Dit is een uitvoering van iets wat in Nederland al heel lang bestaat. Wij hebben in Den Haag niet alles in beeld en ook helemaal niet het verstand om dingen uit te voeren. Dat doen we op lokaal niveau."
Gemeenten hebben volgens Van den Brink wel de verantwoordelijkheid om de taken die wettelijk zijn vastgelegd uit te voeren. "Tegelijkertijd moeten die taken wel uitgevoerd worden. Dat is niet alleen asiel. Dat gaat over jeugdzorg, dat gaat over de Participatiewet. Allemaal taken."
Wanneer gemeenten daar niet aan voldoen, kan het Rijk ingrijpen. "Sommige gemeenten kiezen ervoor om daar geen invulling aan te geven. En daar hebben we ooit in Nederland voor afgesproken: als dat gebeurt, dan moet het Rijk of de provincie daar gemeenten op aanspreken. En als dat dan niet voldoende gebeurt, gaan we in een aantal stappen uiteindelijk naar het niveau waarop wij dit voor u moeten gaan bepalen."
Polarisatie
Een van de gemeenten die op de lijst staat, is Bergen in Limburg. Burgemeester Rauner uitte eerder in Goedenavond Nederland stevige kritiek op de aanpak van de minister. "De minister draagt bij tot polarisatie. En daar ben ik echt op tegen. Daar is de e-mail verstuurd en nog geen half uur later krijg je de media ervan. Wat is dit, terwijl je nog niet hebt gelezen? Dit is geen stijl. En daar spreek ik de minister op aan."
Van den Brink zegt de kritiek ter harte te nemen. "Nou ja, laat ik zeggen: altijd goed om dit soort reflecties te ontvangen. Ik weet dat er volgens mij maar een korte tijd zat tussen het moment dat wij die gemeenten hebben aangeschreven en het moment waarop we dat ook hebben gecommuniceerd. Sommigen lazen het echt in de pers."
Hij wil de discussie niet via de televisie met burgemeesters voeren. "Maar ik trek me kritiek altijd aan. Dus in die zin moet je dat de volgende keer beter doen."
Tegelijkertijd benadrukt burgemeester Alexander Pechtold van Delft dat het naleven van de Spreidingswet belangrijk is voor het draagvlak. "Maar het is ook heel belangrijk voor het draagvlak in gemeenten waar het ook niet allemaal direct van een leien dakje gaat als je dit soort besluiten moet nemen."
Delft houdt zich volgens Pechtold wel aan de wet. "Maar als dan buurgemeenten ook bij ons niet meedoen, dan is de argumentatie naar je eigen bevolking van: jongens, allemaal de schouders eronder en ook wij nemen ons deel, een stuk moeilijker. Dus ik ben wel heel blij dat Den Haag en deze minister nu gewoon die duidelijkheid geeft. En een wet is om eraan te houden."
'Een feitelijke vaststelling'
Niet iedere gemeente die op de lijst staat, zegt volgens politiek verslaggever Tessa van Viegen daadwerkelijk te weigeren. Er kunnen volgens haar ook praktische problemen spelen, bijvoorbeeld bij het COA of bij de uitvoering. Van den Brink zegt de term 'weigergemeente' daarom vooral te gebruiken voor gemeenten die op dat moment nog geen opvang hebben gerealiseerd. "Als de gemeente dat besluit heeft genomen om er wel aan te voldoen: uitstekend, mooi."
Volgens de minister wordt niet willekeurig met gemeenten gesmeten. "Een feitelijke vaststelling op het moment dat je een gemeente gesproken hebt en er geen enkele opvang is. Dan kom je op trede drie. In trede drie gebeurt er helemaal niks. Je moet alleen bij ons op gesprek komen om uitleg te geven over hoe je verder gaat."
Van den Brink zegt dat de gesprekken met gemeenten inmiddels worden voorbereid. "Ja, er zijn eerst gesprekken geweest en de volgende gesprekken zijn gepland." Volgens de minister gaat het uiteindelijk om een veel grotere groep gemeenten. "Het gaat uiteindelijk om 109 gemeenten die tot nu toe geen enkele opvang bieden. Dus het zijn nogal wat gemeenten waarmee we het gesprek voeren."
De gesprekken worden niet allemaal door de minister zelf gevoerd. "Die 109 gemeenten is net iets te veel. Dus mijn departement voert die gesprekken." De aanpak moet volgens Van den Brink uiteindelijk leiden tot een vervolg voor alle gemeenten die nog niet aan hun taakstelling voldoen. "Dat proberen we op een goede manier te plannen. Daar zit geen andere strategie achter dan dat alle gemeenten gewoon op een of ander moment aan de beurt zijn. Op die manier komen ze allemaal in beeld en gaan we hier een vervolg aan geven."