Aantal fastfoodzaken in Nederland verdubbeld: 'Blijkbaar is er behoefte aan'
Het aantal fastfoodzaken in Nederland is in twintig jaar tijd bijna verdubbeld, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. De groei van eetgemak en snelle maaltijden leidt tot een debat over de invloed van de vrije markt, reclame en de rol van de overheid. Terwijl BBB'er Henk Vermeer spreken van een logisch gevolg van vraag en aanbod, waarschuwt fractievoorzitter van Partij voor de Dieren Christine Teunissen voor een steeds ongezonder eetpatroon.
Van snackbar tot lunchroom en van ijssalon tot afhaalzaak: Nederlanders hebben steeds meer mogelijkheden om snel eten te kopen. Volgens het CBS is het aantal fastfoodzaken de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld. Onder fastfood vallen daarbij niet alleen traditionele ketens, maar ook veel andere zaken waar eten snel over de toonbank gaat.
De groei komt op een moment dat de zorgen over de gezondheid van Nederlanders toenemen. Ongeveer de helft van de volwassenen heeft overgewicht en het aantal mensen met ernstig overgewicht blijft stijgen. De doelstellingen uit het Nationaal Preventieakkoord om overgewicht terug te dringen lijken daardoor buiten bereik.
Vrije markt
Volgens BBB-fractievoorzitter Henk Vermeer is de groei van het aantal fastfoodzaken vooral een gevolg van veranderende gewoontes en vraag vanuit de samenleving. "Dit is gewoon een stuk vrije markt. Daar is dus behoefte aan. Er zijn steeds meer mensen die zelf geen tijd hebben, of geen tijd vrij willen maken, om hun eigen maaltijd te maken. Dus dan krijg je meer fastfood."
Ook vastgoedondernemer Leslie de Ruiter ziet de groei als een logisch gevolg van wat consumenten willen. "Ik ben het helemaal met Henk eens. Het is gewoon de vrije markt. Dit is wat mensen willen. De patatgeneratie is tegenwoordig heel groot en dat is Gen Z. En ja, die eten dit ook."
Christine Teunissen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, is het daar niet mee eens. Volgens haar gaat het niet alleen om vrije keuze, maar ook om de invloed van marketing en de manier waarop fastfoodbedrijven zich kunnen verspreiden. "Dit heeft alles te maken met dat mensen geen vrije keuze meer hebben. Ze worden omringd door allerlei reclames van fastfood. Bedrijven krijgen alle kansen om zich overal te vestigen. Dat doen ze ook, bijvoorbeeld rondom scholen. Wij zetten ons daar ook al heel lang tegen in."
De honger naar een snelle hap kent geen grenzen: het aantal fastfoodketens is de afgelopen twintig jaar verdubbeld. "Kinderen worden steeds dikker. Wat vrije markt?", zegt @Ct_teunissen van de Partij voor de Dieren. Tom de Bruyne sluit zich bij haar aan: "Wij betalen op lange… pic.twitter.com/VrZCMNOL2H
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) August 5, 2026
Volgens Teunissen zijn de huidige regels onvoldoende. "Die zijn heel beperkt. Als je dan een paar straten verderop loopt, mag je daar gewoon een kroket kopen. Tegelijkertijd zie je ook dat ze heel veel reclame maken." De Partij voor de Dieren heeft volgens haar lokaal al stappen gezet tegen bepaalde vormen van reclame, maar volgens Teunissen is landelijke regelgeving nodig. "In een aantal gemeenten hebben we het voor elkaar gekregen dat er een reclameverbod is voor bijvoorbeeld vleesreclames. Maar goed, er moet eigenlijk landelijk iets gebeuren."
Hoewel Nederlanders volgens haar niet graag beperkingen opgelegd krijgen, moet volgens Teunissen vooral gekeken worden naar de gevolgen. "Je kunt zeggen: Nederlanders houden er nooit van als je iets verbiedt. Dat zit niet in onze cultuur. Maar volgens mij moeten we vooral kijken: wat levert het ons nou op? Want we zien dat kinderen steeds ongezonder worden, steeds dikker worden. Daar moeten we iets tegen doen."
Verbod niet de oplossing
Gedragswetenschapper Tom de Bruyne vindt een verbod niet de juiste oplossing, maar begrijpt wel de zorgen over de gevolgen van de groeiende fastfoodindustrie. "Nee, verbieden is niet de oplossing. Maar ik ga als liberaal toch de kant van Christine kiezen in dit verhaal. Wij betalen op de lange termijn een enorme prijs. Namelijk de prijs van een ongezonde generatie en van verdringing in het zorgsysteem."
Volgens De Bruyne moet de overheid niet bepalen wat mensen wel en niet mogen eten, maar wel sturen met financiële prikkels. "Dus niet verbieden, maar de belasting op ongezond eten verhogen en dat geld gebruiken voor gezond eten, en daar de belasting op verlagen. Dat kan een vrijemarktmechanisme zijn om gedrag toch een duwtje in de betere richting te geven."
De Ruiter vraagt zich af hoeveel effect zo'n maatregel heeft. "Hoe kun je dan de belasting op gezond eten verlagen? Er zit maar een paar procent btw op. Dat schiet niet op."
Vermeer vindt dat maatregelen zoals een hogere belasting op ongezond eten juist nieuwe problemen kunnen veroorzaken. "En wat gebeurt er dan nu? Het is eigenlijk wel absurd. Mevrouw Teunissen begint haar verhaal met: mensen hebben geen vrije keuze, en dus willen we dingen verbieden. Ja, dat slaat natuurlijk nergens op."
Teunissen benadrukt dat het volgens haar vooral gaat om de invloed van bedrijven en reclame. "Nee, ik zeg: we moeten iets doen aan die agressieve marketing. Het is letterlijk agressief wat ze blijven doen. Ze onderzoeken waar mensen op aanslaan. Daar steken ze gigantisch veel geld in, dat hebben ze ook. Dus mensen kiezen niet vrij voor gezond eten."
Diabetesbelasting
Ook de betaalbaarheid van gezonde producten speelt volgens haar een belangrijke rol. "Biologisch eten is nu ook heel erg duur. Dus mensen hebben ook niet die keuze." Vermeer wijst erop dat biologische producten duurder zijn door hogere productiekosten. Teunissen: "Nee, dat komt ook weer door al die landbouwsubsidies."
Volgens De Bruyne moet een belasting op ongezond eten vooral worden gezien als een manier om de maatschappelijke kosten van ongezondheid aan te pakken. "Jij noemt het suikerbelasting, maar in feite is het een diabetesbelasting. Want dat is uiteindelijk waar je het geld voor wilt gebruiken."
Vermeer benadrukt dat juist mensen met minder geld vaak voor ongezonder eten kiezen, omdat dit goedkoper is. "En dat is allemaal bewerkt voedsel. Kijk, iemand zei ooit eens: je moet eigenlijk niet eten wat je oma niet als voedsel zou herkennen. Inmiddels moet dat je overgrootmoeder zijn."