Denemarken richt noodsupermarkten in: 'Dit is een wake-upcall voor Nederland'
Denemarken bereidt supermarkten voor op noodsituaties door extra voedselvoorraden aan te leggen en maatregelen te treffen om winkels tijdens een crisis open te houden. Ook Nederland werkt aan een landelijk crisisplan om de voedselvoorziening veilig te stellen. De lege schappen bij Albert Heijn van vorige week laten zien hoe kwetsbaar die voorziening is wanneer digitale systemen uitvallen. Volgens filosoof Stine Jensen kan Nederland veel leren van de Deense aanpak.
"Dit is een wake-upcall voor ons", zegt de in Denemarken geboren Jensen in Goedemorgen Nederland op NPO 1. Ze doelt op de recente problemen bij Albert Heijn, waar een cyberincident leidde tot verstoringen van de IT-systemen. Daardoor konden distributiecentra hun werk niet goed doen en raakten de schappen in supermarkten leger.
Denemarken neemt al concrete maatregelen. Het land richt 51 noodsupermarkten in, die samen een groot deel van de bevolking moeten kunnen bedienen. Voor 80 procent van de Denen ligt zo'n supermarkt in de buurt. De winkels krijgen noodvoorzieningen om onder meer koeling, verlichting en belangrijke IT-systemen draaiende te houden.
Ook leggen ze voorraden aan van lang houdbare levensmiddelen, hygiëneproducten, batterijen en lucifers. "Dit is gewoon goed geregeld. En dat moeten we hier ook doen", vindt Jensen. Volgens haar vraagt de Deense aanpak om een andere manier van denken over de voorbereiding op noodsituaties.
Vertrouwen en verantwoordelijkheid
Ze ziet een verschil in de manier waarop Nederlanders en Denen naar de rol van de overheid kijken. "Dit is echt een soort gezamenlijke aanpak. In Nederland is er minder vertrouwen in de overheid, maar verwachten we wel heel veel van de overheid."
Ook in Nederland zijn inmiddels stappen gezet. Het kabinet werkt aan een landelijk crisisplan voor voedselzekerheid en supermarkten en andere ondernemers worden betrokken bij de voorbereidingen. Toch draait de discussie volgens Jensen al snel om de kosten. "En wie gaat dat betalen? Dat is een beetje de teneur. Dus dat is een mentale omslag die hier gemaakt moet worden."
In Denemarken is de voorbereiding nadrukkelijker onderdeel van het overheidsbeleid. Het land heeft zelfs een ministerie van Veerkracht en Paraatheid. Dat zegt volgens haar iets over de urgentie die Denen voelen om zich op een crisis voor te bereiden.
Dreiging van cyberaanvallen
Die urgentie hangt volgens Jensen ook samen met de dreiging uit Rusland. Denemarken kreeg te maken met verschillende digitale incidenten. Zo werd het Deense bevolkingsregister gehackt en lag het bankensysteem vijf uur plat. "Ze hebben meer last van de Russen, dus misschien voelen ze daar ook meer de noodzaak dan wij hier."
Wie achter de recente cyberincidenten bij Albert Heijn zit, is niet bekend. Cyberveiligheidsexperts waarschuwen wel dat essentiële voorzieningen kwetsbaar zijn wanneer digitale systemen uitvallen. De gevolgen kunnen verder gaan dan lege winkelschappen: ook het betalingsverkeer, de watervoorziening en het openbaar vervoer kunnen worden getroffen.
Toch bestaat in Nederland volgens Jensen nog geregeld het idee dat waarschuwingen voor zulke scenario's overdreven zijn. "Er wordt door militaire experts wel gezegd: 'Ja, die oorlog met Rusland is al lang begonnen.' Misschien schrijven we het niet voldoende toe aan dit soort krachten vanuit bijvoorbeeld het oosten, uit Rusland. Maar ze komen daar wel degelijk vandaan."
Meer dan een noodpakket
Voorbereid zijn op een crisis betekent volgens de filosofe meer dan alleen thuis een noodpakket klaarzetten. Ook de samenleving als geheel moet weerbaar zijn. In Denemarken speelt de televisie daarop in met het programma Når alt slukker, vrij vertaald: wanneer alles uitgaat.
In het programma worden tien Denen tijdens een sociaal experiment geconfronteerd met een crisissituatie. Ze ervaren wat er gebeurt als de stroom uitvalt, er geen water meer uit de kraan komt en dagelijkse voorzieningen wegvallen. Tegelijkertijd moeten ze ontdekken of ze op elkaar kunnen rekenen.
"Het idee is natuurlijk dat je mentaal paraat wordt gemaakt. Het gaat om meer dan alleen een noodpakket, een radiootje en een powerbank. Het gaat om mentale paraatheid, waarbij je vooral elkaar moet helpen en opvangen."
Ook de eigen voedselproductie en industrie spelen een belangrijke rol. Een samenleving die sterk afhankelijk is van andere werelddelen, kan volgens haar kwetsbaar worden wanneer de aanvoer stokt. "Om weerbaar te zijn als samenleving, moet je vooral je eigen voedselproductie niet ondermijnen en je eigen industrie op de been houden. Je moet niet volledig afhankelijk zijn van andere werelddelen."