Waarom zwijgen media over massaslachtingen in Iran?
Honderden verschrikkelijke executies in Iran gaan door merg en been. Waarom media hierover zwijgen, snapt columnist Keyvan Shahbazi niet.
Op de ochtend van 28 juli 2026 zie ik op sociale media de beelden uit Isfahan, Iran. Ze tonen de werkelijkheid achter de religieuze retoriek van de ayatollahs.
De Revolutionaire Garde staat op het punt drie jonge demonstranten in het openbaar op te hangen op het Alikhani-plein: Amirhossein Safari (27 jaar), Abolfazl Sepahi (23 jaar) en zijn neef Alireza Sepahi (24 jaar). Zoals het regime dat vaker doet: als publieke vernedering en waarschuwing. Ze werden opgepakt na de protesten van 8 en 9 januari. Alleen in die achtenveertig uur schoten de gardisten meer dan veertigduizend demonstranten dood.
De ophanging is zorgvuldig gepland bij de aanvang van het ochtendgebed. Uit de luidsprekers galmt de Arabische oproep tot gebed. Allah-o-Akbar. Allah-o-Akbar. Ik getuig dat er geen andere god bestaat dan Allah. Ik getuig dat Mohammed zijn gezant is. Ik getuig... De woorden zweven door de lucht terwijl baardmannen met geweren klaarstaan naast een hoge bouwsteiger waaraan drie stroppen hangen.
Een grote menigte gewone burgers heeft zich verzameld. Ze proberen te voorkomen dat drie onschuldige jonge mannen worden vermoord. Ze schreeuwen, fluiten, joelen en eisen dat ze worden vrijgelaten. De gardisten richten hun kalasjnikovs op de menigte. Eerst schieten ze in de lucht. Daarna niet meer.
Een meisje wordt doodgeschoten. Mensen rennen alle kanten op om de kogels te ontwijken. Schietend rijden de gardisten op hun motoren achter de vluchtende mensen aan. Terwijl de wereld via schermen toekijkt, worden Amirhossein en Abolfazl opgehangen. Bij het zien van de galg krijgt de 24-jarige Alireza een hartstilstand. De gardisten laten hem in een ziekenhuis reanimeren en slepen hem terug naar de cel.
Deze drie horen bij de twaalf jongeren die schuldig zijn bevonden aan moharebeh (Koran 5:33). Dat betekent het voeren van strijd tegen Allah. En aangezien de Islamitische Republiek de uitvoerder is van de wil van Allah, betekent verzet daartegen een strijd tegen Allah. Shervin Bagherian, 18 jaar, is een van deze twaalf jongeren. Er bestaat een filmpje waarop tegen hem wordt gezegd dat zijn vonnis moharebeh is. Hij vraagt beleefd: "Meneer, wat betekent moharebeh?" Shervin wacht nog op zijn terechtstelling.
Het doet pijn om zulke beelden in je moedertaal te zien. In de taal waarin je voor het eerst woorden vond voor liefde, verdriet, hoop en onrecht. Duizenden kilometers van Iran vandaan brengt één vertrouwde klank je ineens terug naar het land dat je ooit moest verlaten. En naar alle pijn die daarbij hoort. Tranen van machteloosheid drogen het langzaamst.
In de eerste negen maanden van 2026 bevestigden mensenrechtenorganisaties minstens 604 executies. Er zijn meldingen over ruim 500 andere, nog niet geverifieerde executies. Waarom zwijgt het Journaal over de massa-executies van jonge Iraniërs, terwijl het beschietingen in Gaza met betrokkenheid van Israëlische strijdkrachten vrijwel altijd breed uitmeet?
De wereld wordt niet alleen gevormd door wat er gebeurt, maar ook door wat de media besluiten te laten zien. De kernvraag is wat er gebeurt wanneer journalistieke principes plaatsmaken voor politieke en ideologische keuzes: sommige slachtoffers en vermeende daders krijgen alle aandacht, andere worden genegeerd.
Op 5 oktober 2026 trouwde Alireza bij volmacht met zijn verloofde, die eveneens gevangen zat. Enkele uren later werd hij opgehangen. Voor het Journaal was ook dat geen nieuws.