Nedersaksenlijn kan vertraging oplopen: 'Prioriteit komt te liggen bij onderhoud'
Nieuwe infrastructuurprojecten zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn komen mogelijk op een lager pitje te staan. Het kabinet wil de komende jaren veel meer prioriteit geven aan onderhoud en vernieuwing van de bestaande infrastructuur. Dat betekent dat er minder ruimte is voor nieuwe aanleg.
"Onderhoud en vernieuwing staan nu onderaan het lijstje in plaats van bovenaan. En dat willen we omdraaien", zegt minister van Infrastructuur en Waterstaat Vincent Karremans (VVD) bij WNL Op Zondag. "Dus dat gaat prioriteit krijgen. Dat gaat iets betekenen voor nieuwe aanlegprojecten."
Nederland heeft de komende vijftien jaar ongeveer 80 miljard euro nodig om de bestaande infrastructuur op peil te houden. Veel bruggen, wegen, spoorlijnen en sluizen zijn gebouwd in de jaren 50, 60 en 70 en lopen inmiddels tegen het einde van hun levensduur aan. Tegelijkertijd is de infrastructuur zwaarder belast dan vroeger, onder meer door het toegenomen aantal auto's en het zwaardere vracht- en elektrische verkeer.
Volgens Karremans is de rek er bij veel infrastructuur inmiddels uit. "Elke keer hebben we gedacht: met een beetje onderhoud kunnen we het dan weer vijf of tien jaar verlengen. Maar wat je nu merkt, is dat die rek die we elke keer hebben proberen te rekken, er nu echt uit wordt getrokken."
'Focus op vernieuwing en onderhoud'
De minister wijst onder meer op de problemen rond de Merwedebrug op de A27. Daar mogen vanwege veiligheidsrisico's voorlopig geen vrachtwagens en touringcars overheen. Volgens Karremans is het voorkomen van dergelijke situaties de belangrijkste reden om meer geld en aandacht te steken in bestaande infrastructuur.
"Veiligheid moet altijd vooropstaan. Je hebt hier te maken met potentiële constructieve veiligheidsrisico's", zegt hij. "Je wil echt niet het risico lopen dat in Nederland situaties ontstaan zoals bijvoorbeeld toen in Italië, dat zo'n brug uit het niets opeens in elkaar dondert. Dat laten we nooit gebeuren."
De omslag betekent volgens Karremans dat Nederland minder nadruk gaat leggen op de aanleg van nieuwe infrastructuur. "Waar we in de afgelopen jaren heel goed in zijn geweest, is elke keer achter dromen aanlopen van nieuwe spoorlijnen, nieuwe wegen, nieuwe infrastructuurprojecten. Terwijl we eigenlijk een beetje zijn vergeten om het onderhoud en de vernieuwing te doen. Je moet de basis natuurlijk goed houden."
Nedersaksenlijn en Lelylijn
Wat de nieuwe koers precies betekent voor projecten als de Nedersaksenlijn en de Lelylijn, wil Karremans nog niet zeggen. Het kabinet maakt daar volgens de minister over iets minder dan twee weken meer over bekend, wanneer de totale herprioritering van het Mobiliteitsfonds wordt gepresenteerd. "Daar ga ik nu niet op vooruitlopen. Maar het punt is wel dat de prioriteit komt te liggen bij onderhoud en vernieuwing."
De minister benadrukt dat dit niet betekent dat alle nieuwe projecten van tafel gaan. "Een stukje nieuwe aanleg zal nog steeds nodig zijn om woningbouwgebieden te ontsluiten en om regionale bereikbaarheid te waarborgen. Dus dat zullen we ook nog steeds blijven doen. Alleen minder in de mate zoals we het nu doen."
De Nedersaksenlijn gaat mogelijk op de schop: "De prioriteit komt te liggen bij onderhoud en vernieuwing", zegt minister Vincent Karremans. Wat dit betekent voor de geplande spoorverbinding tussen Groningen en Twente, wil hij nog niet zeggen. "Dat is geen ja en dat is ook geen… pic.twitter.com/lK6Nxj2uVI
— WNL Op Zondag (@WNLOpZondag) October 4, 2026
Of de Nedersaksenlijn daardoor wordt uitgesteld, wil Karremans expliciet niet bevestigen. "Dat is geen ja en dat is ook geen nee", zegt hij. "Alleen de focus komt wel veel meer terug op vernieuwing en onderhoud, omdat de basis op orde hoort te zijn."
'Wij gaan keuzes maken'
Volgens Karremans is er de komende jaren simpelweg onvoldoende geld om alle wensen tegelijk uit te voeren. Voor de looptijd tot en met 2040 zit ongeveer 200 miljard euro in het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Daaruit moeten zowel onderhoud en vernieuwing als nieuwe aanleg worden betaald.
"Daarin moeten wij een verdeling gaan maken tussen wat geven we uit aan onderhoud en vernieuwing en wat geven we uit aan nieuwe aanleg", legt hij uit. "Dus wij gaan keuzes maken. Dat heeft consequenties voor bepaalde nieuwe aanlegprojecten waarvan we denken: dat is nu iets minder belangrijk dan het onderhoud van onze wegen."
Karremans vindt het bovendien geen goede oplossing om simpelweg meer geld te lenen om alle infrastructuurplannen te kunnen uitvoeren. "Dat zorgt niet ervoor dat het opeens gratis geld is. Dus het is ook zo dat daar betaal je flink veel rente over. Ook voor de overheid wordt het steeds duurder om geld te lenen en wij steken liever geld in infrastructuur dan in rentelasten betalen."
De minister wil uiteindelijk vooral dat de negatieve trend van steeds meer afsluitingen en beperkingen wordt gekeerd. "Ik wil dat we die negatieve trend omkeren. En dat is misschien niet sexy. Daar ga ik geen enkele headline in de krant mee scoren. Maar dat is wel mijn doel."