Eerste dodelijke slachtoffer door westnijlvirus in Nederland: 'Dit kan potentieel heel groot worden'
Voor het eerst is in Nederland iemand overleden aan het westnijlvirus. In de provincie Utrecht zijn vier infecties vastgesteld. Muggenexpert Bart Knols waarschuwt in Goedenavond Nederland dat de huidige gevallen mogelijk slechts 'het topje van de ijsberg' zijn. "Het begint met één persoon. En bij één persoon moeten eigenlijk de alarmbellen afgaan."
Het westnijlvirus wordt verspreid door besmette steekmuggen. De kans om in Nederland door zo'n mug te worden gebeten en vervolgens ziek te worden, is volgens het RIVM nog altijd klein. Toch zijn er dit jaar meerdere besmettingen vastgesteld. Volgens het RIVM zijn naar alle waarschijnlijkheid drie besmettingen in Nederland opgelopen. Eén patiënt ligt nog in het ziekenhuis.
Muggenexpert Bart Knols, die al 35 jaar onderzoek doet naar muggen, waarschuwde al eerder voor het virus. "Dit kan potentieel heel groot worden. Het is één sterfgeval, heel triest natuurlijk, maar er waren zelfs in 2020 al signalen dat het mis zou gaan. Ik heb in mijn boek uit 2009 gewaarschuwd voor dit virus, maar dat werd toen weggezet als bangmakerij. En nu zijn we 17 jaar verder en nu is het zover. En dat is heel triest."
Volgens Knols moet het eerste dodelijke slachtoffer in Nederland dan ook serieus worden genomen. Een vergelijking met de coronapandemie gaat volgens hem niet één op één op, maar ook een andere uitbraak begon ooit klein. "Het begon ook met één geval van Q-koorts in 2007. En dat werden er uiteindelijk 50.000 in Nederland en 75 mensen kwamen te overlijden. Het begint met één persoon. En bij één persoon moeten eigenlijk de alarmbellen afgaan. Bij ons, wetenschappers, zijn die alarmbellen al veel langer afgegaan."
'Topje van de ijsberg'
Het westnijlvirus komt al langer voor in Zuid-Europa. Vooral Italië, Griekenland en Roemenië zijn belangrijke haarden. Ook in Nederland wordt het virus inmiddels aangetroffen. Dit jaar is het virus bovendien gevonden in Utrecht, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Bij vijf paarden is het westnijlvirus vastgesteld.
Knols benadrukt dat het aantal geregistreerde besmettingen waarschijnlijk geen volledig beeld geeft. "Vier van de vijf gevallen van westnijlvirus bij mensen verlopen eigenlijk onopgemerkt. Dus we hebben hier weliswaar nu met drie personen in augustus in Nederland te maken met het westnijlvirus, maar dat betekent dat er veel meer mensen geïnfecteerd zijn geweest die het niet eens hebben gemerkt. Het is het topje van de ijsberg. Dat betekent ook dat er in die zuidelijke streken van Europa veel meer mensen zijn geïnfecteerd. Er zijn nu volgens mij 625 gevallen tot vorige week geregistreerd in Europa. Maar er is een veelvoud van mensen die geïnfecteerd zijn geweest. En dus waart het virus rond."
OMT
Knols vindt dat verschillende organisaties nu samen moeten optrekken om de verspreiding beter in kaart te brengen. Hij pleit voor een Outbreak Management Team (OMT), waarin onder meer het RIVM, de NVWA, GGD'en, huisartsen, dierenartsen en bloedbanken samenwerken.
In Utrecht is iemand overleden aan het westnijlvirus. Muggenexpert Bart Knols waarschuwt dat we de verspreiding niet moeten onderschatten. "Het begint met één persoon en bij één persoon moeten eigenlijk de alarmbellen afgaan." Volgens Knols zijn die bij wetenschappers al veel… pic.twitter.com/3KnOzCRMUD
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) August 26, 2026
"Dat team moet zich bezighouden met het bij elkaar brengen van alle partijen. Die moeten allemaal een plan op tafel leggen." Ook moet volgens de muggenexpert worden onderzocht waar besmette mensen zijn geweest voordat zij ziek werden. "Vanaf vier tot veertien dagen voordat ze ziek werden, dat is de incubatieperiode. Waar waren die mensen? Stonden die op een camping in Friesland? Of waren ze thuis in Utrecht?"
Die informatie kan vervolgens worden gecombineerd met gegevens over muggen, paarden en menselijke besmettingen. Ook huisartsen spelen volgens Knols een belangrijke rol. "Zij moeten alert zijn. Er komen mensen binnen met rare neurologische verschijnselen die wellicht het westnijlvirus zouden kunnen hebben."
D66-fractievoorzitter Jan Paternotte krijgt vervolgens de vraag of Nederland alert genoeg is. Hij waarschuwt ervoor dat een mogelijke aanpak niet automatisch moet worden vergeleken met de coronacrisis. "Als je zegt dat er een OMT komt, denken veel mensen: we gaan weer vol de corona-vibes in. Elk virus is natuurlijk anders. Want dit is een virus dat niet van mens op mens wordt overgedragen. Die muggen dragen het over. De beheersmaatregelen moeten daar dan ook op gericht zijn."
Volgens Paternotte is vooral goede signalering van belang. "Maar wat inderdaad wel essentieel is, is dat je ervoor zorgt dat het herkend wordt. En welke maatregelen hiertegen kunnen helpen. Want als dit een veel bredere uitbraak wordt in Europa en steeds meer mensen besmet raken, dan wil je ook dat die maatregelen uit een ander vaatje komen."
Muggenbeet voorkomen
Wie terugkomt uit een gebied waar het westnijlvirus voorkomt, hoeft volgens Knols niet direct iets te doen. "Zolang je niet ziek wordt, hoef je niets te doen. Maar op het moment dat je griepachtige verschijnselen krijgt, zou je eraan kunnen denken dat je dit virus daar hebt opgelopen."
Knols benadrukt dat mensen zelf ook maatregelen kunnen nemen om muggen buiten de deur te houden. "Zorg ervoor dat je alle broedplaatsen rondom je huis opruimt. De regenton, geen water erin. De dakgoten moeten afgewaterd zijn. Plaats een hor voor het raam, want die muggen bijten met name 's avonds en 's nachts. Ga onder een klamboetje liggen."
Ook buiten is het volgens de expert verstandig om jezelf goed te beschermen. "En als je 's avonds bij de barbecue buiten zit, smeer je dan in. En niet alleen je armen en benen, maar ook alle bedekte delen van het lichaam."