Staatssecretaris Aerdts komt met afsprakenkaart voor smartphonegebruik jongeren: 'Je hebt als ouder een belangrijke rol'
Kinderen krijgen gemiddeld rond hun tiende een smartphone, terwijl de online wereld ook risico's met zich meebrengt. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie) wil ouders daarom helpen om duidelijke afspraken te maken over het smartphonegebruik van hun kinderen. Daarvoor is een speciale afsprakenkaart gelanceerd.
De helft van de kinderen tussen de 10 en 15 jaar komt online weleens beelden of berichten tegen waar ze van schrikken of verdrietig van worden. Toch praten kinderen daar lang niet altijd over met hun ouders. Volgens Aerdts is het daarom belangrijk dat ouders vanaf het moment dat hun kind een smartphone krijgt, het gesprek aangaan over wat wel en niet mag.
"Wat daarbij heel erg belangrijk is, is dat je als ouder in gesprek gaat met je kind", zegt Aerdts in Goedenavond Nederland. De afsprakenkaart moet ouders daarbij helpen. Daarop kunnen ouders en kinderen samen afspraken maken over bijvoorbeeld hoe lang de telefoon per dag mag worden gebruikt, waar de smartphone wel en niet wordt gebruikt en wat kinderen online mogen delen.
'Rond een jaar of tien'
Een advies over de exacte leeftijd waarop een kind een smartphone zou moeten krijgen, geeft Aerdts niet. Wel blijkt uit onderzoek dat kinderen steeds jonger een telefoon krijgen. "Rond een jaar of tien", is volgens haar inmiddels ongeveer de gemiddelde leeftijd.
Een eerste smartphone hoeft volgens Aerdts bovendien niet meteen toegang te geven tot alle sociale media. "Veel ouders maken afspraken. Wat mag je online delen? Veel ouders zeggen bijvoorbeeld wel een app waarmee we in contact kunnen staan. Maar geen sociale media."
De risico's online zijn volgens de staatssecretaris uiteenlopend. Kinderen kunnen te maken krijgen met online pesten, ongewenste benaderingen of mensen die hen via bijvoorbeeld spelletjes dingen proberen te laten doen die ze niet willen. Ook kunnen bepaalde platforms worden gebruikt om gemakkelijk aan drugs te komen.
Uit onderzoek in opdracht van het ministerie blijkt dat 59 procent van de ouders zich zorgen maakt over de online veiligheid van hun kind. Tegelijkertijd weten veel ouders niet goed hoe ze hun kind daartegen kunnen beschermen. De afsprakenkaart moet hen concrete handvatten geven.
Journalist Fidan Ekiz herkent de worsteling bij ouders. Zij vertelt dat haar zoon vriendjes heeft die geen smartphone hebben of bepaalde sociale media niet mogen gebruiken. Toen die kinderen bij haar thuis kwamen, zag ze hoe sterk hun nieuwsgierigheid naar die apps was.
"En toen dacht ik: je kan het maar beter gewoon wel een beetje toelaten, met ouderlijk toezicht. En ervoor zorgen dat als je het wel zelf toestaat, dat je je kind weerbaar maakt. Want we leven in 2026", aldus Ekiz.
Volgens haar kan het juist helpen om kinderen onder begeleiding kennis te laten maken met sociale media. Haar zoon gebruikte bijvoorbeeld Snapchat, maar besloot daar uiteindelijk zelf mee te stoppen. "Ik zeg niet dat je een kind per se verantwoordelijkheid moet geven, maar je maakt ze wel weerbaar door het ook een beetje toe te staan."
Norm stellen
Burgemeester van Nijmegen Hubert Bruls is daar kritischer over. Hij vergelijkt het met het toestaan van een beetje alcohol en vraagt zich af of het beperken van smartphonegebruik niet beter werkt. Volgens Bruls is in de afgelopen jaren al gebleken dat duidelijke regels effect kunnen hebben. "Drie jaar geleden werd je uitgelachen. Ik was er al gelijk voor van: weg die dingen op school, wat heeft dat met leren te maken? Inmiddels doet bijna elke middelbare school in Nederland die dingen in een kastje leggen of thuis. En het werkt wel."
Aerdts wijst ondertussen ook nadrukkelijk naar de verantwoordelijkheid van de techbedrijven. "Ouders zijn degenen die dichtst bij hun kind staan. Wij zullen ook elke mogelijkheid aangrijpen als die platforms aan mij aan tafel zitten. Zij zijn verantwoordelijk voor de content die online op hun platform staat." Die verantwoordelijkheid geldt volgens de staatssecretaris ook voor de manier waarop apps zijn ontworpen. "En voor de algoritmes die ze gebruiken. En daar zullen wij elke kans grijpen om ze daarop aan te spreken."
Naast de afspraken tussen ouders en kinderen werkt het kabinet aan een minimumleeftijd voor sociale media van 15 jaar. Die leeftijdsgrens moet volgens het coalitieakkoord op Europees niveau worden geregeld. Aerdts zegt dat ze die maatregel "liever vandaag dan morgen" zou invoeren, maar waarschuwt dat een leeftijdsgrens nooit waterdicht zal zijn.
"Er zal altijd wel een mogelijkheid zijn voor de allerslimste om het misschien te omzeilen. Maar ook het normbeeld is heel erg belangrijk. Als je vrienden het niet hebben, is het ook veel makkelijker voor ouders om dit soort afspraken met kinderen te maken." Ook Ekiz ziet een belangrijke rol voor volwassenen zelf. "Wij moeten het goede voorbeeld geven."