Migratiehistoricus Steije Hofhuis constateert: 'We zijn bezig met een groot migratie-experiment'
Migratie is van alle tijden, maar de manier waarop migratie sinds de jaren zestig in het Westen verloopt is volgens migratiehistoricus Steije Hofhuis fundamenteel anders dan vroeger. "We zijn bezig met een groot migratie-experiment", zegt hij in de WNL-podcast Onze Eeuw. Volgens Hofhuis is er bovendien te weinig grip op migratie.
"Je hoort natuurlijk heel vaak dat migratie van alle tijden is, en dat op zichzelf klopt", begint Hofhuis. Toch vindt hij dat de vergelijking met het verleden te gemakkelijk wordt gemaakt. "De manier waarop migratie in veel westerse samenlevingen sinds de jaren zestig functioneert, is zo anders dan migratie in het verleden, dat ik zou zeggen: het is een experiment."
Daarmee bedoelt Hofhuis niet dat migratie per definitie verkeerd is. "Want vooruitgang gaat altijd met experimenten. Ik denk ook dat we het in veel opzichten op een mooiere, betere manier aanpakken dan vroeger." Toch waarschuwt de migratiehistoricus voor te veel vertrouwen in een goede afloop. "Het idee is: migratie is van alle tijden, het geeft spanningen, maar uiteindelijk komt het op z'n pootjes terecht. Dat wil ik wel echt betwisten."
Volgens Hofhuis is juist het onvoorspelbare karakter van de huidige migratiestromen reden tot voorzichtigheid. "Bij een experiment, iets dat fundamenteel verschilt van het verleden, weet je niet hoe het gaat aflopen."
'Er is te weinig grip op migratie'
Een van de risico's die Hofhuis ziet, is het gebrek aan grip op migratie. Volgens hem was die grip in het verleden anders georganiseerd. In de 16e, 17e en 18e eeuw konden steden zelf bepalen wie zij wel en niet toelieten. Dat betekent volgens Hofhuis overigens niet dat het beleid van die steden naar huidige maatstaven wenselijk was. "En dat nam allerlei vormen aan die we tegenwoordig terecht verkeerd vinden."
Toch had die lokale zeggenschap volgens hem ook een ander effect. "Wanneer er weerstand ontstond, konden stedelijke autoriteiten heel snel inspelen op die weerstand, waardoor die weerstand vaak ook weer tot bedaren kwam. Lokale grip dus."
Luister naar dit gesprek in WNL Onze Eeuw.
Later verschoof die grip naar het nationale niveau. Staten kregen meer zeggenschap over staatsburgerschap en over wie wel of niet het land binnen mocht. De Verenigde Staten riep bijvoorbeeld de Chinese Exclusion Act uit 1882 in het leven. "Dat had deels racistische motieven, net als bij die vroegere dingen. Ik wil niet zeggen dat het goed was. Maar wat je in ieder geval ziet, is dat er op nationaal niveau grip was."
Volgens Hofhuis is de Europese buitengrens is een chaos geworden. Ook internationale verdragen en de rol van rechters maken het volgens hem moeilijker om migratie te reguleren. "En dus ook om op de weerstand tegen immigratie te kalmeren. Vroeger konden politici inspelen op de weerstand."
Toch niet zo tolerant
Wat ook nuance verdient volgens Hofhuis: het beeld van Nederland als een historisch zeer tolerant land. De Nederlandse Republiek stond in de Gouden Eeuw bekend om haar relatief grote religieuze tolerantie, maar volgens de historicus wordt daarbij vaak vergeten hoe beperkt die tolerantie naar hedendaagse maatstaven was. "Dat moet je alleen maar zien naar de standaarden van die tijd. En dat is een hele, hele lage standaard."
Joodse immigranten mochten zich op veel plekken niet vestigen en ook in steden waar zij wel welkom waren, golden strenge regels. Ook religieuze vrijheid was beperkt. "Een religieus gebouw mochten ze ook alleen maar bouwen als het niet te opzichtig was en ze verder geen problemen veroorzaakten." Katholieken kregen volgens Hofhuis met nog strengere maatregelen te maken.
Volgens Hofhuis was tolerantie bovendien geen vanzelfsprekend recht. Gemeenschappen konden collectief verantwoordelijk worden gehouden wanneer er problemen ontstonden. "Dus als er binnen die migrantengroepen heisa ontstond, of bijvoorbeeld economische ballast of belediging van de gevestigde religie, dan werden vaak die gemeenschappen collectief aangesproken en gestraft."
Experiment
Hij noemt als voorbeeld een pamflet in Amsterdam waarin kritiek werd geuit op het calvinisme en meer ruimte werd gevraagd voor de Lutherse godsdienst. "Toen waren er meteen uitzettingen van Lutherse migranten en werden kerkdiensten verboden."
Het gevolg was volgens Hofhuis dat migrantengemeenschappen zichzelf ook verantwoordelijk gingen voelen voor het voorkomen van problemen. "Wat het effect daarvan was, is dat die gemeenschappen op allerlei manieren hun best deden om geen overlast te veroorzaken, omdat ze wisten: wij komen meteen allemaal in de problemen."
Het historische beeld van een Nederland dat in de Gouden Eeuw simpelweg "open en tolerant" was, vindt Hofhuis daarom te eenzijdig. Verschillende migratiestromen zijn volgens hem dan ook niet te vergelijken, benadrukt hij. "We zijn bezig met een groot migratie-experiment."