We hoeven ons niet te schamen voor onze cultuur
Terwijl het debat over de Nederlandse cultuur en Nederlanderschap steeds scherper wordt gevoerd, vraagt Marc Herman de Groot, presentator van de WNL-podcast Onze Eeuw, zich af of we eigenlijk nog wel trots mogen zijn op onze eigen beschaving.
Een discussie over de Nederlandse cultuur en het Nederlanderschap vinden we lastig. Zo zei zelfs de Minister van Onderwijs en Cultuur laatst niet over de Nederlandse cultuur “te willen gaan”. Dat is wel opmerkelijk voor een minister van cultuur. Toch is deze angst voor de nationale identiteit niet nieuw.
Recent publiceerde hetzelfde ministerie nog een ‘inclusieve taalgids’. Daarin werden ambtenaren geadviseerd hoe ze op correcte wijze dienden te communiceren. Woorden zoals ‘Gouden Eeuw’ en ‘blank’ konden echt niet meer. Dat deed te veel denken aan het koloniale verleden. Het woord ‘Zwart’ moest daarentegen met een hoofdletter.
Of weet u bijvoorbeeld nog de beruchte bordjes in het Rijksmuseum? Daar werd bijna de gehele vaderlandse geschiedenis, tot het komische aan toe, aan het slavernijverleden gelinkt. Een schilderij van een 16e-eeuwse kerk kreeg bijvoorbeeld het onderschrift ‘de kerk en het slavernijverleden’. Een stilleven van een fruitschaal: ‘schilderkunst en het slavernijverleden’. Michiel de Ruyter? Willem van Oranje? U raadt het al. Je zou je haast afvragen of die oude Hollanders tussen al het slavendrijven door nog wel tijd voor iets anders hadden. Dat de Republiek overigens haar geld verdiende met de moedernegotie, de handel in bijvoorbeeld hout en graan, wordt in de opwinding vaak vergeten.
Natuurlijk is het goed om ook terug te kijken naar het verleden, slechte dingen te benoemen en te leren van onze fouten, maar waarom slaan wij er zo in door?
Zo was de slavernij, hoe verschrikkelijk ook, geen exclusieve blanke bezigheid. Sterker nog, de praktijk is zo oud als de mens zelf: van de Romeinse en Arabische wereld tot de Afrikaanse heersers die hun slaven verkochten aan onze Europeaanse voorouders. Het was historisch bekeken eerder opvallend dat de westerse beschaving de slavernij afschafte. Dat zouden we als samenleving moeten vieren, in plaats van te blijven hangen in hoe slecht we wel niet waren. Nu 'vieren' we dat met Keti Koti, maar ook daar ligt de nadruk vooral op de 'historische schuld' van Nederland.
Een mogelijke verklaring voor deze dubbelzinnige kijk op de geschiedenis is het concept van de slachtofferschapscultuur. Deze gaat ervan uit dat bij veel mensen (onbewust) de veronderstelling leeft dat de mensheid in twee groepen kan worden verdeeld: een groep onderdrukkers, met macht, en groepen onderdrukten die worden uitgebuit. De onderdrukkers zijn natuurlijk slecht, wat slachtoffers van deze onderdrukking het morele recht geeft om zich tegen hen en hun cultuur te verzetten.
Dit soort narratieven zijn niet nieuw. Karl Marx had het al over fabriekseigenaren tegenover arbeiders, in de Franse revolutie ging het over burgers versus de adel en geestelijkheid en nu hebben we het over ‘blank’ tegenover ‘Zwart’.
Het is aanlokkelijk om op deze manier naar de wereld te kijken, maar het doet geen recht aan de verschillende nuances en grijstinten die nou eenmaal bij de geschiedenis horen. Nederland heeft zoals elk land ter wereld een onrustig verleden, met bloedvergieten, onrecht en verschrikkingen. Toch is er ondanks dat alles een prachtige beschaving ontstaan.
Nederland is één van de rijkste landen ter wereld met grote liberale verworvenheden. Een unicum in de geschiedenis en een feit waar veel landen en culturen nog iets van kunnen opsteken. Daar mogen we, nee, moeten we trots op zijn. Het zijn dan ook de prestaties van deze cultuur die ons land zo aantrekkelijk maken voor mensen die hier naartoe vluchten. Laten we daarom onze cultuur vieren. Natuurlijk moeten we blijven leren van onze fouten, maar laten we dat doen zonder te vervallen in eindeloze zelfkritiek.
In het kader van het opinieplatform Onze Eeuw schrijven Samuel Vandeputte en Marc Herman de Groot een wisselcolumn waarin ze actuele onderwerpen snedig becommentariëren.