Minister Aartsen: 'Statushouders en kansrijke asielzoekers moeten sneller aan het werk'
Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen is van plan om statushouders en kansrijke asielzoekers sneller aan het werk te krijgen. Dat zegt hij in Café Kockelmann op NPO 2. "Van de statushouders werkt na twee jaar slechts twintig procent. Na tien jaar werkt de helft nog steeds niet. Dat is veel te weinig. Mensen moeten meedoen in de samenleving."
Statushouders zijn mensen die al een verblijfsvergunning in Nederland hebben, terwijl asielzoekers daar nog in afwachting van zijn. Het probleem is dat de stap naar het werkzame leven voor statushouders nog te moeilijk of te langzaam verloopt. Daarom wil de minister niet alleen statushouders beter begeleiden naar werk, maar ook kansrijke asielzoekers al tijdens hun asielprocedure laten deelnemen aan werktrajecten.
Na een korte ministerraad maakte Aartsen deze plannen bekend. Het doel is om in 2030 75.000 mensen extra aan het werk te hebben. Er moet worden gekeken naar flexibelere omgang tot inburgering, zodat mensen daarnaast al kunnen werken. Ook wordt er een beroep gedaan op werkgevers, omdat zij asielzoekers en statushouders moeten aannemen.
Aanzuigende werking?
Volgens critici zorgt dit plan juist voor een aanzuigende werking van asielzoekers naar Nederland. Volgens Aartsen is dat niet van toepassing, omdat er "flinke stappen zijn gezet om de instroom van kansarme asielzoekers te beperken". De focus komt te liggen op kansrijke asielzoekers die ook daadwerkelijk iets kunnen betekenen voor de maatschappij.
Het ingaan van het Europese Migratiepact moet bijdragen aan deze lagere instroom. "Bij kansarme asielzoekers die Nederland binnenkomen houd je de procedure kort. Zo laat je ze snel terugkeren."
De mensen die hier al zijn en potentie hebben mogen daarnaast niet jarenlang wegkwijnen in uitkeringen. "Laat ze deelnemen aan de samenleving. Dat ze gaan werken is voor iedereen goed."
Luister de hele uitzending van Café Kockelmann hier terug als podcast:
De volgende stap is om een flinke waslijst aan asielzoekers door te spitten om hun kansen te beoordelen. Daarin geeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) eerst voorrang aan nieuwe asielaanvragen. Zo'n 54.000 asielaanvragen die nu op de plank liggen, moeten waarschijnlijk langer wachten.
Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink schreef dat de IND hoopt de oude gevallen binnen drie jaar alsnog te beoordelen. Dat zijn dus ruim 50.000 asielaanvragen, waarvan een deel al langer dan een jaar op een besluit wacht en sommigen zelfs al jaren.
Categorie 4
De IND heeft voor dit nieuwe procedureplan een aantal categorieën opgesteld. Deze indeling vindt plaats op basis van de waarschijnlijkheid dat iemand mag blijven of de mate van onderzoek die nodig is. Aanvragen van minderjarigen en aanvragen van asielzoekers die overlast geven krijgen voorrang.
De asielzoekers die hoogstwaarschijnlijk aan het werk mogen zijn ingedeeld in categorie 4, vertelt Aartsen. "Van deze mensen is het vrijwel zeker dat ze mogen blijven."
De IND houdt wel een slag om de arm en noemt het actieplan een 'voornemen'. Voor het slagen van het plan, is het volgens de organisatie belangrijk dat "interne en externe factoren waarmee nu rekening is gehouden, zoveel mogelijk hetzelfde blijven". Zo houdt de dienst rekening met een gemiddelde instroom van maximaal 25.000 nieuwe asielaanvragen.
Is werken de oplossing?
Is het alleen wel verstandig om het huidige inburgeringsproces, waarbij mensen bijvoorbeeld vier dagen naar school gaan om taallessen te volgen, om te gooien naar slechts een dag scholing en ze daarnaast aan het werk te zetten? Volgens Aartsen wel. "De bedrijfskantine is de beste manier om de Nederlandse taal te leren, evenals onze normen en waarden. Zorg ervoor dat ze in de asielfase al gaan werken. Dat ze de hele dag niets doen in een asielzoekerscentrum, daar wordt niemand beter van."
Volgens de minister zijn werkgevers bereid om statushouders te helpen bij het inburgeringsproces. "Ze willen deze mensen een plek geven binnen hun bedrijf." Aartsen erkent ook dat er bij meerdere bedrijven "nog een mismatch is" tussen wat de overheid graag wil en wat zij willen.