'Nederland in gesprek met ander land over opvang afgewezen asielzoekers'
De uitvoering van het Europees Migratiepact wordt in de praktijk ingewikkeld, zegt politiek verslaggever Floor Bremer in WNL In de Kantine. De huidige afspraken staan op een solidariteitspact waarvan nog maar de vraag is of dit in de uitvoering zal slagen. Volgens haar hebben eerdere Europese afspraken, zoals het Dublinverdrag, onvoldoende gewerkt. Tegelijkertijd hoort zij in de wandelgangen dat Nederland een land heeft gevonden waarmee wordt gesproken over een mogelijke terugkeerhub voor afgewezen asielzoekers.
Het Europees Asiel- en Migratiepact moet zorgen voor betere screening aan de buitengrenzen van Europa, spoedprocedures en meer solidariteit tussen lidstaten. Dat zou moeten leiden tot meer grip en een eerlijkere verdeling van asielzoekers, maar zover is het nog lang niet.
Het pact moet op 12 juni in werking treden, maar meer dan de helft van de lidstaten is daar nog niet klaar voor. "Toch is in Europa al tien jaar gepraat voordat dit pact is gemaakt", vertelt Bremer. "In Den Haag zijn ze ervan overtuigd dat grip op migratie krijgen een Europees probleem is. Ze zijn blij dat dit pact er is en dat het in werking treedt."
Op papier ziet het er veelbelovend uit, omdat een snelle shift wordt gemaakt tussen kansrijke en kansarme asielzoekers die in Europa arriveren. Asielzoekers die als kansrijk worden beoordeeld, mogen de asielprocedure in. "Kansarmen uit wat ze een veilig land noemen, moeten zo snel mogelijk terug." Zo'n grensprocedure mag maximaal twaalf weken duren. Europarlementariërs hebben hun ongenoegen al aangekaart. Volgens velen is dit plan (nog) niet haalbaar.
Goede samenwerking van levensbelang
Het belangrijkste is een goede samenwerking tussen Europese landen, benadrukt Bremer. "Ze willen sneller besluiten nemen. Dat is alleen nog lang niet goed geregeld."
Ze denkt dat dit pact mogelijk een grote Europese spreidingswet met haken en ogen wordt. "Dan heb je een groep mensen die we in de Europese asielprocedure willen hebben. Die willen we beter verspreiden over Europa, maar dat moet wel op een solidaire manier gebeuren. Wij moeten dan bijvoorbeeld asielzoekers overnemen uit Italië."
Asielzoekers blijven tijdens de grensprocedure onder toezicht van grensbewaking en komen in een afgesloten ruimte terecht. Degenen die als kansarm zijn beoordeeld moeten snel terugkeren naar een veilig land.
Volgens Bremer is het plan echter nog niet waterdicht, omdat asielzoekers door een gebrek aan regelgeving binnen Europa kunnen gaan zwerven. "Wanneer iemand terug moet naar een veilig land, is het nog geen garantie dat ze ook daadwerkelijk teruggaan. Het kan natuurlijk zijn dat deze mensen door Europa gaan reizen en toch weer in andere landen hetzelfde gaan proberen."
'Er is een land gevonden'
Dat wordt lastiger gemaakt op het moment dat er één Europees registratiesysteem komt, iets wat ze van plan zijn. Ook wordt gekeken naar welke veilige landen het meest geschikt zijn, zogeheten terugkeerhubs. "Dat moet dan in Afrika gebeuren. Mensen die niet mogen blijven zet je eigenlijk weer over." Het is alleen nog de vraag waar. "Er zitten eisen aan dat land. Zo moet het goed zitten met de mensenrechten. Als je mensen terugstuurt en je geeft geld aan zo'n land, dan moet het ook allemaal op zijn pootjes terechtkomen."
De Nederlandse overheid zit "in een soort voorhoede" van een aantal Europese landen die de opties bespreken. "Men zegt in Den Haag dat er een land gevonden is waarmee gesproken wordt, alleen weten we nog niet welk land."
Bremer vraagt wekelijks om duidelijkheid over welk land dat is, maar heeft daar nog steeds geen antwoord op gekregen. Nederland heeft vorig jaar gesprekken gevoerd met Oeganda, maar er is nog geen duidelijkheid of dit land definitief als terugkeerhub wordt aangewezen.