NAVO-norm voor ondersteuning Defensie al bijna meteen gehaald
Nederland haalt de NAVO-afspraak over uitgaven die Defensie moeten ondersteunen nu al bijna. Nederland geeft aan bijvoorbeeld maatschappelijke weerbaarheid en aan militair nuttige infrastructuur dit jaar 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uit. Voor het doel van 1,5 procent hebben de NAVO-landen tot 2035 de tijd.
De 1,5 procent van het bbp voor zaken die Defensie ten goede komen, telt op bij de 3,5 procent die de NAVO-landen in Defensie zelf moeten steken. Samen vormen ze de 5 procent van de omvang van de economie die de Amerikaanse president Donald Trump van de NAVO-bondgenoten eist. Die stemden in op de NAVO-top in Den Haag van afgelopen juni.
Nederland heeft aan de NAVO gerapporteerd dit jaar op 17,45 miljard euro uit te komen, schrijft het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat zou goed zijn voor 1,4 procent van het bbp. De NAVO houdt de berekening nog tegen het licht.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft de leiding over de rapportage. Een flink deel van de uitgaven die waarschijnlijk onder deze noemer vallen, bijvoorbeeld aan politie en aan rampbestrijding, komt voor rekening van dit ministerie.
NAVO-diplomaten verwachtten na de afspraak meteen al dat Nederland ook zonder extra inspanning wel in de buurt zou komen van de 1,5 procent. Mogelijk scoren landen die al langer bezig zijn hun samenleving weerbaar te maken, zoals Finland, nog een stuk hoger.
De afspraak om 3,5 procent van het bbp aan Defensie zelf te besteden, is voor Nederland en veel andere NAVO-landen een moeilijker opgave. Nederland zat volgens de NAVO afgelopen jaar op bijna 2,6 procent.