Nog geen akkoord over EU-terugkeerregeling afgewezen asielzoekers
Het Europees Parlement, de EU-lidstaten en de Europese Commissie hebben donderdag tegen alle verwachting in geen compromis bereikt over de terugkeerregeling voor afgewezen asielzoekers. Ze kunnen het niet eens worden over de datum van de inwerkingtreding ervan. De onderhandelingen gaan op 1 juni verder.
De onderhandelaars van de drie partijen kwamen woensdag voor de derde keer bijeen om de laatste discussiepunten over de regeling weg te werken. De voorspelde maximale twee uur die ze nodig zouden hebben, bleek veel te kort. Woensdag werden de onderhandelingen na bijna vijf uur verdaagd naar donderdagochtend, maar dat leverde evenmin een compromis op.
Over veel onderdelen zijn ze het al wel eens. Zo worden 'terugkeerhubs' buiten de EU toegestaan. Naast volwassenen moeten ook kinderen in deze uitzetcentra op uitzetting naar het land van herkomst wachten. Dat geldt niet voor minderjarigen zonder begeleiding. Afgewezen asielzoekers kunnen sneller en langer in detentie worden gezet.
Inreisverbod van 10 jaar
Een terugkeerbesluit dat door een EU-lidstaat wordt afgegeven, moet gepaard gaan met een inreisverbod van in principe tien jaar. De wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten wordt nog niet verplicht. Twee jaar na de inwerkingtreding van de regeling bekijkt de Europese Commissie of dit alsnog nodig is.
De terugkeerregeling wordt gezien als sluitstuk van het asiel- en migratiepact dat op 12 juni in werking treedt. Daarin zijn onder meer strengere regels vastgelegd voor het screenen en beoordelen van asielaanvragen. Zonder goede terugkeerregeling blijft de EU grip op asiel en migratie ontberen, zo is de breed gedeelde gedachte. Nu vertrekt een op de vijf afgewezen asielzoekers daadwerkelijk uit de EU.
Europarlementariër Mélissa Camara, die namens de Groenen over de regeling binnen het Europees Parlement onderhandelde, is laaiend over de gang van zaken. "De onderhandelaars kwamen een tekst overeen die de fundamentele rechten van ballingen vertrapt. In plaats van te strijden voor een waardige en humane tekst, kozen ze ervoor zich te concentreren op een belachelijke strijd over wanneer de tekst van kracht zou worden."