Professor over dalend geboortecijfer: 'Demografisch gezien is er sprake van een crisis'
Hoewel er recent een kleine opleving zichtbaar is, krijgen we in Nederland al decennialang te weinig kinderen om de bevolking op peil te houden zonder migratie. "Demografisch gezien is er sprake van een crisis", waarschuwt professor evolutionaire psychologie Mark van Vugt in de WNL-podcast Onze Eeuw. Het probleem aankaarten stuit volgens hem op veel weerstand.
Het geboortecijfer ligt momenteel iets hoger dan in de afgelopen jaren, maar al ruim vijftig jaar onder het niveau dat nodig is om de bevolking zonder migratie op peil te houden. Gemiddeld krijgt een stel in Nederland ongeveer 1,4 kind, terwijl ongeveer 2,1 kinderen per vrouw nodig zijn voor bevolkingsbehoud.
Het dalende geboortecijfer is niet zomaar te keren, maar een "complex probleem", begint Van Vugt in gesprek met WNL-journalisten Samuel Vandeputte en Marc Herman de Groot als hem gevraagd wordt naar oplossingen. "Niet alleen psychologen houden zich hiermee bezig. Ook sociologen, economen en demografen zijn allemaal geïnteresseerd in dit probleem en we moeten samenwerken om het op te lossen."
Rolmodellen
Van Vugt bekijkt het probleem door de bril van zijn vakgebied. "Een van de meer sociologische verklaringen is dat je te weinig voorbeelden ziet van gezinnen in je directe omgeving in de verstedelijkte gebieden in Nederland. Wanneer heb je voor het laatst jonge ouders met een kinderwagen gezien? Als je mensen met kinderen ziet, verspreidt het zich als een infectieziekte. Zo snel kan het gaan."
In Singapore wordt het dalende geboortecijfer al jarenlang erkend als maatschappelijk probleem. Van Vugt werd een paar jaar geleden door de regering van dat land uitgenodigd om samen met vakgenoten oplossingen aan te dragen. "Daar zitten ze al langer met dit vraagstuk in hun maag."
"Ze gaven premies om kinderen te krijgen en hadden via de overheid zelfs een datingsite ontwikkeld waarop opgeleide mensen met elkaar in contact konden komen, vanuit het idee van social engineering. Maar goed, dat hielp allemaal niet", vertelt de professor. "Aan een team van psychologen, waaronder ik, werd gevraagd: wat kunnen jullie nou aan oplossingen aanbieden?"
Eén van de conclusies: Singapore moest zorgen voor meer rolmodellen. "Het is niet normaal in de Aziatische cultuur dat een succesvolle zakenman of zakenvrouw zich met zijn of haar gezin laat zien, met foto’s en op sociale bijeenkomsten. Maar daarmee geef je wel een signaal af: een carrière en gezin zijn niet goed te combineren."
Later kinderen, minder kinderen
Niet alleen krijgen we minder kinderen, we krijgen ook steeds later kinderen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is een Nederlandse vrouw op dit moment 30,4 jaar oud op het moment dat ze haar eerste kind krijgt. "Hoe stabieler de omgeving, hoe hoger de levensverwachting en des te later mensen aan kinderen beginnen. Vanuit het idee: het kan nog wel. En dat kan ook, moderne technologie helpt daarbij."
Wat ook meespeelt in de latere leeftijd voor kinderen is de hoge mate van competitie in de samenleving. "Mensen hebben meer het idee dat ze genoeg status en middelen nodig hebben om aan kinderen te beginnen. We hebben er onderzoek naar gedaan in Amerika en Azië, waarbij we mensen verschillende scenario’s lieten beoordelen. Een scenario was bijvoorbeeld: je komt straks van de universiteit af en er is geen kans op een vaste baan. Als je mensen in het frame van statuscompetitie brengt, zie je dat ze hun kinderwens uitstellen."
Van Vugt gaat verder: "En als mensen zo bezig zijn met hun plekje op de statusladder - 'Ik wil een huis, ik wil een goede baan!' - het moment dat ze zich realiseren dat ze die dingen hebben, is het vaak al te laat. Het is nu eenmaal zo dat de meest vruchtbare periode van vrouwen ligt tussen 18 en 30. Daarna wordt het snel minder."
Uit onderzoek blijkt dat ouders met kinderen vaak zeggen dat ze meer kinderen hadden gewild dan ze hebben gekregen, vertelt de professor. Maar als vrouwen later beginnen aan kinderen, is de kans op meerdere kinderen kleiner. "Ik heb daar geen moreel oordeel over, want nogmaals: een vrouw is degene die het meest moet investeren, in allerlei opzichten. Maar na je dertigste wordt het krap qua tijd."
'Demografisch gezien is er sprake van een crisis'
In Zuid-Oost Azië, in landen als Singapore, Japan en Zuid-Korea, is het probleem met het dalende geboortecijfer urgenter dan in Nederland, zegt Van Vugt. Daar wordt er in de politieke arena dan ook al openlijk over gesproken, in tegenstelling tot hier. "In Europa zien we het nog niet echt als probleem, hoewel het wel steeds vaker op de agenda komt. Maar in eerste instantie zie je dat er best wel wat weerstand is als politici zoals Pieter Omtzigt dit een keer zeggen."
Tijdens zijn H.J. Schoo-lezing in 2024 zei de voormalig NSC-leider dat Nederland serieuzer moet kijken naar demografie en gezinsvorming, omdat het dalende geboortecijfer op lange termijn grote economische en geopolitieke gevolgen kan hebben. "Hij werd vervolgens verketterd. Er was een negatieve connotatie met het aanstippen van dit probleem", herinnert Van Vugt.
"Ik ben ook de laatste om te zeggen dat mensen maar kinderen moeten nemen. Sterker nog, dat zou heel onverstandig zijn als je niet in de juiste omstandigheden zit om aan kinderen te beginnen, daar komen alleen maar problemen van op de lange termijn. Maar demografisch gezien is er sprake van een crisis."
Baby anxiety
Een volgende oorzaak van het dalende geboortecijfer is "baby anxiety", zegt de professor evolutionaire psychologie. "Dat is de angst om zwanger te worden, omdat je zoveel dingen moet opgeven: etentjes met vrienden en vriendinnen, naar festivals gaan, op reis gaan, et cetera. Er zijn zoveel verlokkingen die er vroeger niet waren dat jongeren denken: ik moet wel héél veel opgeven om een kind te krijgen."
En hoe weet je eigenlijk zeker dat je partner wel kinderen wil? Van Vugt ziet dat gevoelsmatig het aanbod van potentiële partners ook groter is geworden. "Er is heel leuk onderzoek gedaan aan een Amerikaanse universiteit waar ze studentenkoppels uitnodigden om naar het lab te komen. Ze hadden een relatie van een paar maanden tot een paar jaar. Ze vroegen de koppels om beide een vragenlijst in te vullen over hoe committed ze nou eigenlijk waren in de relatie."
"De stellen werden even later weer uitgenodigd, één voor één, om een aantal foto's te beoordelen van aannemelijke mensen van het andere geslacht. Daarna moesten ze weer de vragen beantwoorden over hoe committed ze waren in hun relatie. Wat bleek? Hoe meer beelden ze zagen van aantrekkelijke mannen of vrouwen, hoe minder committed ze waren in hun huidige relatie."
Dat is waar veel jongeren, zeker in de steden, volgens Van Vugt op dagelijkse basis mee te maken hebben. "Als je in een stad als Amsterdam woont, waar je op je fiets naar het Vondelpark heel veel aantrekkelijke potentiële partners ziet, dan is het heel moeilijk om je te binden. In onze steden, op festivals en op al die apps is het vergelijkingsmateriaal zo groot en overweldigend dat een brein dat nauwelijks kan verwerken."
Geboortecijfer stijgt weer iets
Jongeren worden omringd door allerlei prikkels, richten zich sterk op hun eigen ontwikkeling en zien relatief weinig voorbeelden van gezinnen in hun directe omgeving. Van Vugt maakt zich daar zorgen over, al denkt hij dat een, weliswaar vervelende, prikkel zoals de huidige spanningen op het wereldtoneel het geboortecijfer mogelijk juist een zetje kan geven, zoals nu waarschijnlijk gebeurt. "Als mensen meer dreiging ervaren, verandert hun strategie. Ze gaan misschien minder investeren in hun carrière en beginnen sneller aan kinderen."