Nieuwe statushouders zijn vaker aan het werk
Steeds meer vluchtelingen die in Nederland mogen blijven, hebben kort na het krijgen van hun verblijfsvergunning al een baan. Ze werken vooral als oproepkracht of uitzendkracht, in de horeca of in de detailhandel, heeft statistiekbureau CBS berekend.
In 2024 had een op de acht statushouders binnen drie maanden na het ontvangen van de verblijfsvergunning een baan. Dat is meer dan twee keer zoveel als in 2021. Toen werkte 6 procent van de nieuwe statushouders. In 2014 gold dat voor slechts 1 procent.
De toename kan volgens het CBS komen door veranderde regels. Zo mogen asielzoekers tegenwoordig meer werken terwijl hun procedure nog loopt. Vroeger was dit beperkt tot maximaal 24 weken per jaar, maar dat maakte het voor werkgevers lastig om een asielzoeker een kans te geven, en voor statushouders was het daardoor moeilijk om een nieuw leven op te bouwen en deel uit te maken van de Nederlandse samenleving. De Raad van State zette in 2023 een streep door de maximale duur. Asielzoekers mogen werken zodra ze minstens zes maanden in Nederland zijn.
Statushouders die nog langer in Nederland zijn, hebben nog vaker een baan. Van de mensen die in 2021 te horen hebben gekregen dat hun asielaanvraag is goedgekeurd, had drie jaar later bijna 33 procent een baan. Bij de groep uit 2014 was dit 19 procent, en in die lichting had meer dan de helft zeven jaar na de verblijfsvergunning een baan.