Nederlanders zijn overprikkeld, pleidooi voor 'actief ontspannen': 'Iets anders dan fysieke vermoeidheid'
Neurobioloog Brankele Frank hoort steeds vaker mensen zeggen dat ze overprikkeld zijn. Het viel haar zo op dat ze besloot er iets mee te doen. Het resultaat: Het grote ontprikkelboek, waarmee ze mensen wil helpen meer rust te vinden.
‘Overprikkeld zijn’ mag dan wel een term van deze tijd lijken, nieuw is het fenomeen mogelijk niet. "Er wordt weleens gezegd dat we nu heel veel meer prikkels binnenkrijgen dan in de oertijd. Dat is absoluut niet wetenschappelijk te bewijzen", begint Frank in Goedemorgen Nederland op NPO 1. "Het lijkt me ook niet dat we dat hoeven te zeggen."
"Er wordt ook vaak gerefereerd aan de middeleeuwen. Toen had je geen riool, dus had je weer allerlei andere soort prikkels", doelt ze op stank. "Ik denk dat we - vergeleken met toen - niet met z'n allen heel veel meer overprikkeld zijn, maar in de afgelopen paar decennia is er natuurlijk wel het een en ander veranderd in onze dagelijkse omgeving, wat voortdurend onze aandacht vraagt."
Volgens Frank kunnen veel mensen wel wat meer rust gebruiken. "Er zijn ongetwijfeld mensen die zeggen er geen last van te hebben, maar in principe is het boek voor iedereen", zegt de auteur. Daarbij maakt ze een duidelijk onderscheid tussen verschillende vormen van overprikkeling. "Je hebt mensen die zich overprikkeld voelen omdat ze bijvoorbeeld niet-aangeboren hersenletsel hebben. Bij hen is er iets kapotgegaan en zij vinden zintuiglijke prikkels daadwerkelijk veel intenser. Dat is medische overprikkeldheid."
"Dan hebben we ook nog mensen die meer op het neurodivergente spectrum zitten; mensen met autisme, ADHD of HSP (een hoogsensitief persoon, red.). Dan is de prikkelverwerking ook anders geregeld. Zij voelen zich ook op een andere manier overprikkeld."
Daarnaast zijn er mensen met bijvoorbeeld misofonie, een aandoening waarbij specifieke, vaak zachte geluiden sterke emoties zoals woede of walging oproepen. "En dan heb je overprikkeld zoals het in de volksmond gebruikt wordt: vooral gewoon moe zijn."
Een staat van zijn
Dat laatste is geen medische aandoening, maar "een staat van zijn", aldus Frank. Het woord ‘overprikkeld’ bestond al, maar kreeg een vlucht tijdens de coronacrisis. Toen door lockdowns evenementen wegvielen, kroegen sloten en we massaal thuis zaten, werd het verschil met het drukke, alledaagse leven pijnlijk duidelijk. "We merkten toen opeens heel duidelijk het contrast."
"Maar ik denk dat 'overprikkeld' een staat beschrijft die veel van ons al langer herkennen. Het gaat vooral om mentale vermoeidheid. Het is dus iets anders dan fysieke vermoeidheid, wat je ervaart na bijvoorbeeld intensief sporten. Je voelt het juist na een lange dag werken, waarin je veel hebt moeten schakelen en veel prikkels hebt verwerkt. Dan kun je je opeens mentaal uitgeput voelen."
Veel mensen zoeken de oorzaak in de drukke maatschappij, maar volgens Frank is dat te simpel. "Het woord overprikkelen externaliseert de schuld: de wereld overprikkelt mij. Maar het is een wisselwerking. Het is in ieder geval niet de schuld van de prikkel. De blaffende hond kan inderdaad zijn snoetje houden, maar het is natuurlijk niet de schuld van het krakende chipszakje dat jij er eventjes niet meer tegen kan."
"Het is de samenloop van omstandigheden: dat jij te moe bent of te gestrest, of te veel hebt gedaan op een dag. Dan wordt een prikkel opeens veel heftiger. Alle prikkels die bij ons binnenkomen moeten verwerkt worden en dat kost energie."
Actief ontspannen
Daarom pleit Frank voor wat zij noemt "actieve ontspanning". "De neiging van veel mensen is om na een drukke dag op de bank te ploffen en een serie aan te zetten. Dan denken we dat we ontspannen. Maar eigenlijk is dat niet helemaal wat we doen, want daarmee ontspannen we fysiek wel, maar niet zozeer mentaal", zegt ze. "Je laat nog steeds allerlei prikkels, zonder dat je er zelf voor hebt gekozen, op je afkomen. Dat is iets anders dan mentaal ontspannen."
Wat helpt dan wel? "Het is beter om wat meer in je zintuiglijke of fysieke ervaring te komen, omdat je dan wat meer wegblijft van het cognitieve domein in je hersenen. Even weg van het nadenken en wat meer in je lichaam gaan zitten", aldus de neurobioloog, die in haar boek meer tips geeft.