Nederland wil miljarden in defensie investeren, bedrijven van eigen bodem moeten meeprofiteren: 'Blijkt lastig haalbaar'
Nederland trekt de komende jaren tientallen miljarden uit voor defensiematerieel, maar het is nog maar de vraag of Nederlandse bedrijven daar echt van gaan profiteren. "Die bedrijven hebben we nauwelijks."
Het kabinet wil dat een flink deel van de defensie-uitgaven in eigen land terechtkomt. In totaal gaat er volgens berekeningen zo’n 62 miljard euro naar materieel, variërend van tanks en vliegtuigen tot drones en munitie, zo schrijft tijdschrift Quote. De ambitie is dat ongeveer de helft daarvan bij Nederlandse bedrijven belandt.
Maar dat blijkt in de praktijk lastig haalbaar. Hoofdredacteur van Quote Meindert Schut is daar duidelijk over: "Dat wordt heel erg moeilijk. Maar het is wel logisch dat de minister en de staatssecretaris dit graag willen. Want het is oorlogstuig: als het slecht gaat, wordt het ingezet en kan het kapotgaan. Gaat het goed en hebben we wereldvrede, dan kunnen we het alleen nog gebruiken bij een defilé op 5 mei. Dus moet je ook uitleggen aan de Nederlandse bevolking dat die enorme bedragen weer in de Nederlandse economie terechtkomen."
Volgens Schut zit het grootste probleem in het beperkte aantal Nederlandse defensiebedrijven. "Het punt is: die bedrijven hebben we nauwelijks. In ons artikel komen meerdere bedrijven aan bod, waaronder een onderwaterdrone die mijnen kan opsporen en onschadelijk maken, bijvoorbeeld in de Straat van Hormuz. Maar het zijn allemaal kleinschalige bedrijven. We hebben nog wel Damen Shipyards, dat fregatten bouwt, maar onze onderzeebootindustrie zijn we kwijtgeraakt."
Zekerheid gevraagd
Hoewel Nederlandse bedrijven nog wel een rol spelen, bijvoorbeeld bij het ontwerpen van onderzeeërs, blijft dat volgens Schut beperkt. "Maar Nederland profiteert nog wel: een Nederlands ingenieursbureau ontwerpt en ontwikkelt de onderzeeërs. Die kennis zit dus nog in Nederland. Maar het bedrijf zelf zegt ook: wat wij doen is klein bier."
Daarnaast hebben juist die kleinere bedrijven behoefte aan zekerheid om te kunnen groeien. Banken stappen pas in als er langjarige garanties zijn. Schut: "Die banken willen dat de overheid zegt: de komende jaren investeren we zoveel geld en nemen we producten af. Dan durven zij ook in te stappen. Maar dat gebeurt nu nog onvoldoende. Daarbij speelt ook de politiek een rol. Die wil snel resultaat, terwijl de overheid en ambtenarij trager werken. En na eerdere affaires, zoals de mondkapjesaffaire, is er ook meer voorzichtigheid bij aanbestedingen."
Ook vanuit ondernemers klinkt die frustratie: er ligt wel geld klaar, maar de uitvoering blijft achter. Daardoor duurt het lang voordat plannen concreet worden.
Meeprofiteren in het buitenland
Uiteindelijk ligt de kern volgens politiek verslaggever Tom Staal ergens anders. We hebben veel geld, maar relatief weinig bedrijven die het kunnen uitvoeren. Dus als we snel materieel nodig hebben, moeten we naar het buitenland."
En dat gebeurt nu al op grote schaal, benadrukt Schut. "Onze vliegtuigen komen uit de Verenigde Staten, tanks uit Duitsland en onderzeeërs uit Frankrijk. Wel profiteren Nederlandse bedrijven als toeleverancier: op zo’n tank zitten bijvoorbeeld honderd Nederlandse onderdelen. Dus we profiteren er wel van, maar of uiteindelijk 50 procent van die investeringen echt bij Nederlandse bedrijven terechtkomt, is zeer de vraag. Dat geld moet tussen nu en 2030 worden uitgegeven. En als dat niet lukt, zal het kabinet dat moeten uitleggen."