Akkerbouwers voelen pijn van stijgende brandstofprijzen, kritiek op politiek: 'Jullie doen niks!'
De hoge brandstofprijzen, mede veroorzaakt door de blokkade van de Straat van Hormuz, hebben grote gevolgen voor Nederlandse akkerbouwers. Voor veel boeren betekent dit duizenden euro’s aan extra kosten, terwijl het seizoen gewoon doorgaat.
Akkerbouwer Leen Guiljam merkt het nu al. In zijn tractor gaat ongeveer 300 liter diesel, waarmee hij een dag kan rijden. Voor een hectare aardappelen is 500 liter diesel nodig. Hij betaalt nu zeker 60 cent per liter meer, dat komt dus neer op 300 euro per hectare en hij heeft 220 hectare in totaal. Als de prijzen zo blijven zoals ze nu zijn, is hij dus 66.000 euro extra kwijt.
Afwachten is voor Guljam geen optie. "Het is nu het seizoen en als we nu onze kans voorbij laten gaan om te poten, dan is het gewoon over."
CDA-leider Henri Bontenbal benadrukt dat het probleem verder reikt dan alleen de akkerbouw: "Ik denk dat er heel veel bedrijven zijn waar dit soort sommetjes gemaakt kunnen worden. Wat dacht je van de transportsector, mensen die een vrachtwagen hebben en met diesel heen en weer gaan."
Toch heeft de overheid nog niet ingegrepen. Volgens Bontenbal is dat ook niet eenvoudig. "We weten niet precies waar het naartoe gaat. Gaan die olieprijzen nog veel hoger worden, hoe lang duurt dat dan? En is het dan het meest verstandig om als overheid je geld, wat belastinggeld is, dan op deze manier erin te stoppen? Daar gaat natuurlijk het politieke debat over, alle maatregelen worden wel voorbereid. Ik denk dat vooral de brandstofprijzen het grootste probleem zijn op dit moment. Bijvoorbeeld bij deze akkerbouwers is natuurlijk de vraag, kan die dat doorberekenen in de prijzen? Als die dat kan, dan gaan we dat dus weer in de supermarkt merken. Dan gaan mensen thuis weer een prijsverhoging merken. Dat zijn al die tweede, derde en vierde orde-effecten. Je gaat het uiteindelijk allemaal terugzien op je bord en op je energierekening."
'Jullie doen niks'
Ombudsman van Rotterdam Marianne van den Anker benadrukt de urgentie voor huishoudens: "Ik hoop wel dat jullie binnen de Haagse arena echt zien dat het acuut in een aantal sectoren, in een aantal huishoudens, nu een probleem is. Jullie doen niks en de landen om ons heen doen wel dingen. Jullie zijn empathisch als er dan een taxibedrijf komt die zegt: 'We kunnen geen kant op'. Die verdienen nu geen pepernoot. Als je twee, drie maanden te weinig geld verdient, dan zak je al door de hoefjes heen. En dan gaat het heel snel, dan kan je je huur niet meer betalen. Nou, dan kelder je zo in één keer naar beneden. Dus ik hoop wel echt dat jullie dat horen. En niet alleen maar empathisch zeggen: 'We horen het, we zien het, maar we doen niks'."
Bontenbal legt uit dat Kamerleden actief volgen wat er gebeurt: "Dat suggereert een beetje dat wij in een soort ivoren toren zitten en het maar laten gebeuren. En dat is niet waar. Kamerleden zijn de hele dag bezig. Ik check zelf elke dag de olie- en de gasprijs om precies te weten waar het over gaat." Van den Anker voegt toe: "Maar de mensen moeten naar hun werk. Mensen kunnen op dit moment geen geld verdienen."
Kaders stellen
Over mogelijke oplossingen zegt Bontenbal: "De consequenties moet je dan ook uitleggen. En dus op het moment dat we dat nu zouden doen, dan kan je dat ook nog niet gelijk doen. Want we hebben een belastingdienst die dat ook niet meteen kan doen. Dus dan gaan er ook al een paar weken overheen. En als je het doet, moet je het ook waarschijnlijk heel lang kunnen doen. En kunnen we dat dan volhouden? Of hebben we na drie maanden spijt en e draaien we het terug?"
Van den Anker legt uit dat de politiek wel kaderstellend moet optreden: "Ik denk dat de samenleving nu vraagt om een hele snelle, reflectieve politiek die snel reageert op wat ze uit de samenleving horen. En daar is de Kamer bij uitstek het vertaalbureau richting het kabinet."
Bontenbal: "En ik stel die kaders ook. Dat heb ik ook in het debat gezegd. Het moet gericht zijn. En je moet het ook lang vol kunnen houden. En dat zijn, denk ik, kaders die je stelt."
Helder als glas
Van den Anker benadrukt dat het beleid direct impact heeft op werknemers en wijst daarbij ook op de discussie over de reiskostenvergoeding, die mogelijk wordt verhoogd van 23 naar 29 cent per kilometer: "Dat kan je toch morgen invoeren, het is gewoon zo helder als glas. Mensen krijgen die kosten nu niet vergoed. Dus het kost je nu geld om naar je werk te gaan."
Bontenbal reageert dat dit in de praktijk minder eenvoudig is: "Dat is het probleem. De overheid kan zelden iets morgen invoeren. Suggereren dat de overheid met één druk op de knop de samenleving kan veranderen is ook geen eerlijk verhaal naar burgers. Dit doet op heel veel plekken pijn. En dat kun je soms niet makkelijker maken dan dat het is."