Wankele woonminister overschaduwt voorzichtige kabinetsploeg
Maar liefst vier ministers zitten woensdag in vak-K tijdens het debat over de economische gevolgen van de oorlog in Iran. Een zware kabinetsdelegatie, bedoeld om de zorgen van Nederlanders over stijgende energieprijzen en de hoge rekening aan de pomp te sussen. Toch is het een andere minister die op dat moment de aandacht van de voltallige pers trekt: een interview met minister Boekholt-O’Sullivan roept veel vragen op. Dat schrijft politiek verslaggever van WNL Mats Akkerman in Blik op het Binnenhof.
De nieuwe minister van Wonen, die zowel in haar eerste debat vorige week als tijdens het vragenuur dinsdag een onzekere indruk maakte, gaf een interview aan de Britse krant The Guardian. Daarin stelt ze dat we terughoudend met energiebronnen moeten omgaan, omdat die niet oneindig zijn. Ze vergeleek het met de tijd dat zij zelf als militair in Afghanistan een muntje kreeg om te douchen en te bellen.
Een sprekende vergelijking, ware het niet dat het verhaal twee dagen later niet blijkt te kloppen. Van een leugen - een politieke doodzonde, weten we sinds het Datsja-verhaal van Halbe Zijlstra - zou geen sprake zijn. Volgens de woordvoering klopt het citaat in de Britse krant niet. Maar dat die correctie pas na twee dagen komt, stelt de Tweede Kamer niet gerust. Vervolgvragen zijn inmiddels gesteld, terwijl PVV-leider Wilders zijn oordeel al klaar had: kletsmajoor. The Guardian zegt zelf overigens dat het citaat wél klopt.
Het incident leidt de aandacht af van een debat waarin het kabinet zelf weinig overtuigend voor de dag komt. Geen van de vier aanwezige ministers - Herbert (Economie), Van Veldhoven (Energie), Heinen (Financiën) en Vijlbrief (Sociale Zaken) - kan concrete toezeggingen doen aan een Kamer die juist om snel en stevig ingrijpen vraagt. Het kabinet houdt vast aan een lijn waarin generieke maatregelen worden afgewezen en een gerichte aanpak nog wordt uitgewerkt.
De urgentie van het debat wordt onderstreept door de aanwezigheid van meerdere fractievoorzitters, onder wie Jesse Klaver (GL-PvdA, binnenkort nieuwe naam) en Joost Eerdmans (JA21). Ook coalitiepartij CDA vond het debat zwaarwegend genoeg om Henri Bontenbal, als voormalig energiewoordvoerder als een vis in het water, af te vaardigen. Bij D66 en VVD is dat gevoel van urgentie minder zichtbaar, al houden hun woordvoerders inhoudelijk stand.
Dat de oppositie nog geen gezamenlijke lijn vindt, is een meevaller voor de coalitie. Zo krijgt een voorstel voor accijnsverlaging vooralsnog geen meerderheid. Daarmee groeit de financiële opgave voor het kabinet voorlopig niet verder, terwijl er al forse dossiers liggen, zoals de AOW, de gehandicaptenzorg en de zogeheten ‘bevalboete’.
De coalitiepartijen houden elkaar in het debat zichtbaar vast. Maar de vraag is hoe stevig die onderlinge band is, nu één minister de politieke aandacht zo nadrukkelijk naar zich toetrekt. Of zij elkaar ook rond de wankele woonminister Boekholt-O’Sullivan overeind houden, zal de komende dagen moeten blijken.