Waar komt die lekkere lentegeur toch vandaan? 'Het is een bacterie'
De lente is begonnen! Buiten ruik je een typische voorjaarslucht. Maar waar komt die geur toch vandaan? Wetenschapsjournalist Diederik Jekel geeft uitleg in Goedemorgen Nederland.
"Je ruikt geosmine. Dat is een Grieks woord voor de geur van de grond. Dat is wat mensen beschrijven als de lentegeur. Op het moment dat het iets warmer wordt en de eerste regen de grond raakt, krijg je die lekkere, natte lentelucht. Dat is een stofje dat aangemaakt wordt door een bacterie. Die bacterie wil zich heel graag verspreiden en voortplanten. Dan gaat hij sporen maken. Diertjes ruiken dat, vinden het heerlijk, eten het op en brengen de sporen naar een andere plek", vertelt Jekel.
Het is niet zomaar dat we de lentegeur zo enorm kunnen waarderen. "Het is een teken dat er ergens vruchtbare grond is waar water op is gekomen. Het is een enorm evolutionair voordeel als je weet waar je water kunt vinden. Verre, verre voorvaderen waren daardoor beter in staat om waterbronnen te ontdekken. Dat vergrootte de kans om te overleven."
'Frisse geur van niets'
Ieder seizoen heeft zo z’n eigen geuren. Jekel: "Er zijn ongelofelijk veel processen aan de gang. In de winter is alles aan het slapen. De dieren wachten tot het voorbij is en de lente weer begint. Dan ruik je vooral de frisse geur van niets."
"In de herfst wordt van alles afgebroken, dus dan ruik je de schimmels en de processen daarbij. In de zomer staat alles natuurlijk in bloei. Van gras komt een lekkere geur af als je eroverheen loopt. En je hebt natuurlijk zomerse buien met flinke blikseminslagen. Dan krijg je de geur van ozon. Het zijn allemaal geurtjes om dingen door te hebben. De neus had vroeger natuurlijk ook een functie."