Blik op Het Binnenhof: nieuwe buitenlandminister wacht geopolitieke balanceeract
Dat de inwerkperiode van een nieuwe minister voorbij kan vliegen, bleek toen het nieuwe kabinet op zaterdag werd geconfronteerd met de Amerikaans-Israëlische aanval op het Iraanse ayatollah-regime. Amper vijf dagen na zijn beëdiging kon de nieuwe buitenlandminister Tom Berendsen nu echt ‘aan de slag’. Maar omdat diezelfde Berendsen die bewuste zaterdag op werkbezoek in Oekraïne was, kwam de eerste reactie van premier Jetten. Die riep vlak voor de start van een feestelijk D66-partijcongres op tot deëscalatie en terughoudendheid bij alle partijen, schrijft politiek verslaggever Mats Akkerman in Blik op Het Binnenhof.
Het leidde vooral tot het verwijt dat hijzelf te terughoudend was in zijn eerste reactie. In coalitiekringen wordt dat ook wel erkend, maar niemand neemt het de nieuwe premier kwalijk dat hij bij zijn eerste geopolitieke crisis aan de voorzichtige kant ging zitten. ‘Terughoudendheid’ werd 48 uur later door Berendsen ingeruild voor ‘begrip’ voor de aanval. Woorden die VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans eerder bij Sven op 1 ook al gebruikte, maar van een gecoördineerde spreeklijn binnen de coalitie zou geen sprake zijn.
Het was daarna ook Brekelmans die de minister van Buitenlandse Zaken liet opdraven voor het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Brekelmans is bij het grote publiek bekend als de net afgezwaaide minister van Defensie, maar in de jaren daarvoor voerde hij als VVD-Kamerlid al het woord over het buitenlandbeleid. Het vragenuur over Iran met de minister werd zo een uitgelezen kans zich te profileren in zijn nieuwe rol als fractievoorzitter.
Voor Berendsen werd het een pittig eerste vragenuur. Niet alleen vanwege Brekelmans, die zich afvroeg waarom het 48 uur duurde voor er een stevigere kabinetsreactie kwam. Kritiek was er van alle kanten. PVV-leider Wilders, die een week geleden nog een motie indiende om alle Iraanse diplomaten uit te zetten, sprak van ‘plaatsvervangende schaamte’. Ook de SGP (‘zwaar teleurgesteld’) en ChristenUnie (‘flets en slap’) deden mee. Partijen ter linkerzijde wezen juist op de mogelijke schending van het internationaal recht door de aanval.
Het leverde een balanceeract op voor Berendsen, die bovendien nog niet alle namen van de Kamerleden leek te kennen en hen aansprak met ‘het lid’ of ‘de vraagsteller’. Lastige vragen werden beantwoord met het feit dat het ‘een ‘complexe’ en vooral ‘geen zwart-witsituatie’ is. En in een poging steviger te reageren werd meermaals benadrukt hoe moorddadig het Iraanse regime is. Maar om ook realistisch naar de situatie te kijken en naar de rol die het kleine Nederland hierin kan spelen.
Dat het buitenlandbeleid een splijtzwam kan zijn, weet ook oud-Buitenlandminister Caspar Veldkamp (NSC). Die rondom zijn Israël-koers niet alleen moest dealen met een ontevreden linkse én rechtse oppositie, maar die ook bínnen de coalitie met VVD en BBB geen draagvlak ervoer en dus opstapte. Wellicht kan Berendsen zijn voorganger nog bellen voor wat advies. Bij de start van het kabinet leken Sociale Zaken en Volksgezondheid vanwege de grote bezuinigingen de moeilijkste ministersposten te worden, maar een Buitenlandminister die moet opereren in een verdeelde Tweede Kamer binnen een minderheidscoalitie, zal daar in deze geopolitiek onzekere tijden niet voor onderdoen.