De oliemannetjes van kabinet-Jetten: tussen uitgestoken hand en kleur op de wangen
Het zijn drie mannen die deze week, tijdens de beëdiging van het nieuwe kabinet, niet in een keurig pak op de trappen van Paleis Huis ten Bosch prijkten; de fractievoorzitters van D66, VVD en het CDA. Toch zullen deze ‘oliemannetjes’ van de coalitiepartijen cruciaal zijn voor het voortbestaan van dit minderheidskabinet, schrijft politiek verslaggever van WNL Tessa van Viegen in Blik op Het Binnenhof. Wie zijn deze heren die een sleutelrol moeten vervullen op de weg naar succes van kabinet-Jetten?
Alle drie de heren zijn geen onbekenden in Den Haag. Jan Paternotte zag een ministerspost in dit kabinet aan zijn neus voorbijgaan, maar keert sinds deze week terug als fractievoorzitter van D66. Met ruim twintig jaar politieke ervaring op de teller is Paternotte by far de meest ervarene van de drie. Hij staat in Den Haag bekend om zijn humor en zijn scherpe interruptiekwaliteit; dat maakt hem een goede debater.
Paternotte bleek in het debat van deze week niet per se de uitgestoken hand te bieden aan de oppositie, maar soms zelfs flink om zich heen te slaan; met sneren naar zowel Geert Wilders als Jesse Klaver heeft hij bij die partijen in ieder geval geen vrienden gemaakt. Zo sneerde hij deze week in een debat nog naar Wilders dat de zon weliswaar was gaan schijnen – op de eerste lentedag van het jaar – alleen niet voor kabinet-Wilders, maar voor kabinet-Jetten. Met een minderheidskabinet in het verschiet zullen dit soort grapjes niet helpen om de verhoudingen goed te houden.
CDA-leider Henri Bontenbal wordt in politiek Den Haag gewaardeerd om zijn vriendelijkheid en oprechtheid; er zijn weinig politici die het ‘niet’ goed met hem kunnen vinden. Toch is de vraag of hij de oppositiepartijen daadwerkelijk wat te bieden heeft om samen te werken. In het debat verwijst hij regelmatig naar zijn coalitiepartners als hem wordt gevraagd om hulp: “Als u de VVD overtuigt, fix ik de rest”.
Ook een harde toezegging over steun van zijn eigen Eerste Kamerfractie als het om de asielplannen gaat, blijft uit; in het debat zei hij dat hij ervan uitgaat dat de fractie die gaat steunen, maar hij hintte ook op alternatieven voor als dat tóch niet lukt. Toch kan hij als man van het midden uitgroeien tot de bindende factor tussen links en rechts. En dat kan wel eens precies zijn wat dit minderheidskabinet nodig heeft.
Newest kid on the block is de 39-jarige VVD’er Ruben Brekelmans. Hoewel hij zeker geen Haagse onbekende is – hij was al eerder Tweede Kamerlid en gewaardeerd minister van Defensie in kabinet-Schoof – is hij de enige van de drie die zonder meters als fractievoorzitter het Haagse toneel betreedt. Deze week werd hij officieel benoemd tot VVD-fractievoorzitter en deed hij zijn eerste grote debat in die rol.
Met rust en dossierkennis maakte hij indruk, maar zijn houding als bestuurder - hij was in het vorige kabinet minister van Defensie - zal hij moeten inruilen voor die van politieke dealmaker in de Kamer. Daarbij staat Brekelmans bekend als een ‘rechtse’ VVD’er die spijkerhard kan zijn, wat nog wel eens moeilijkheden kan veroorzaken bij samenwerkingen met links.
Ingewikkelde balans
Dit nieuwe minderheidskabinet opent deuren voor deze fractievoorzitters. Zij zullen niet als politieke pitbulls, maar als oliemannetjes te werk moeten gaan. Hun rol vraagt om smeerolie, niet om vonken. Maar het ‘houden van kleur op de wangen’ en het niet over je heen laten lopen als fractievoorzitter, in combinatie met het bedelen om steun bij oppositiepartijen, zorgt voor een ingewikkelde balans. De fractievoorzitters moeten voorkomen alleen maar water bij de wijn te doen, waardoor na een regeerperiode slechts een troebel brouwsel overblijft van hun eigen partijkoers.
Toch staan naar verluidt de koffiezetapparaten al te pruttelen om zowel links als rechts te verleiden tot een bakkie en samenwerking. Het succes van kabinet-Jetten zal dus niet alleen op het bordes worden bepaald, maar ook in de wandelgangen, waar deze drie het verschil moeten maken. Premier Jetten zocht naar mensen zonder groot ego in zijn kabinet, en het is voor hem te hopen dat de drie fractievoorzitters tijdens deze kabinetsperiode hun eventuele ego’s ook even in de ijskast zetten.