Studenten blijven steeds vaker bij ouders wonen: 'Tal van universiteitssteden waar je nog prima een kamer kunt huren'
Steeds meer studenten wonen hun hele studie bij hun ouders. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral mannen blijven langer onder de vleugels van hun opvoeders. Jolan de Bie van kenniscentrum Kences voor studentenhuisvesting is niet verbaasd door de cijfers, terwijl oud-politicus Annemarie Jorritsma denkt dat het vooral een probleem van de grote steden betreft.
"Het is goed als mensen zelfstandig wonen", stelt de directeur van het kenniscentrum in Goedemorgen Nederland op NPO 1. "Het is ontzettend belangrijk dat je je sociaal-emotioneel ontwikkelt en leert op eigen benen te staan. Het is gewoon de behoefte van de meeste mensen om uit huis te gaan op een gegeven moment."
Cijfers
Vooral sinds de invoering van het sociaal leenstelsel gaan studenten minder snel uit huis. Van de studenten die in 2023 na vijf jaar afstudeerden, is 43 procent thuis blijven wonen. Bij de afstudeerders in 2016 was dat nog 31 procent.
Van de mannen die in 2020 na vijf jaar klaar waren met hun studie, was 52 procent niet uit huis gegaan. Bij de vrouwen was dat 34 procent. In 2016 was dat nog 40 en 24 procent. Tussen 2021 en 2023 is het percentage thuiswonenden bij mannen licht afgenomen, bij vrouwen nam het juist iets toe, meldt het CBS.
De Bie herkent de trend dat steeds minder mensen uit huis gaan. "Dat is geen goede ontwikkeling. Je mist iets. Het is juist een levensfase en een moment in je brein dat op dat moment ook moet ontwikkelen. Als je dat niet doet op deze leeftijd, verlies je de kans om die sociaal-emotionele ontwikkeling door te maken. Het gaat ook over je netwerk."
Verschillende categorieën
Volgens communicatieadviseur Donatello Piras zit er een verschil tussen kinderen die er zelf voor kiezen om bij hun ouders te blijven wonen en kinderen die niet uit huis kunnen omdat er voor een fatsoenlijk bedrag geen kamer te krijgen is. "Ik zou het ze afraden om eeuwig te doen, maar dat is een eigen keuze", zegt hij over de eerste categorie. Over de tweede groep: "Dat is niet goed en dat is wel wat er aan de hand is."
"Je mist een beetje de binding", zegt Piras. "Ik kan alleen maar naar m'n eigen studentenleven kijken. Het was fantastisch bij m'n ouders en ik kon daar altijd terecht. Maar uiteindelijk is je studentenleven ook een beetje de tijd waar je vrienden ook je familie zijn. Dat zou ik iedereen gunnen. Maar het moet een eigen keuze zijn en het moet kunnen. Dat is het grote probleem nu."
Randstedelijk probleem
VVD-prominent Annemarie Jorritsma ziet vooral een Randstedelijk probleem: "Dat is vooral in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Mijn kleindochter zit in Leeuwarden: prima. De anderen gaan naar Groningen: prima. Je gaat naar Twente: prima. Er zijn tal van universiteiten in steden waar je wel nog prima een kamer kunt huren."