Amerikaanse dollar onder druk: waarom Europa profiteert, maar ook risico’s loopt
De Amerikaanse dollar staat onder druk en dat is geen ver-van-ons-bedshow. In Goedemorgen Nederland legt journalist Hella Hueck uit waarom het vertrouwen in de Verenigde Staten afneemt, welke voordelen en nadelen dat heeft voor Europa en wat Nederlandse consumenten daarvan merken.
Waar je vorig jaar bij het wisselkantoor nog één dollar kreeg voor elke euro, krijg je daar nu ongeveer één dollar en twintig cent voor. Dat lijkt op het eerste gezicht gunstig, maar volgens journalist Hueck zegt het vooral iets over het afnemende vertrouwen in de Verenigde Staten. Dat de lage stand van de dollar alleen een Amerikaans probleem zou zijn, vindt zij te kort door de bocht. Europa en de Verenigde Staten zijn economisch sterk met elkaar verweven.
Toegegeven, de zwakke dollar brengt ook voordelen met zich mee, vooral voor Europa en Nederland. Zo kan Europa goedkoper Amerikaanse energie inkopen. "We exporteren en importeren veel met de Verenigde Staten, bijvoorbeeld ons LNG. Volgende maand is het vier jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel en toen moesten we als de wiedeweerga van Russisch gas naar Amerikaans gas: LNG. Dus we kunnen dat nu goedkoper importeren. Dat is eigenlijk goed nieuws voor de Nederlandse bevolking, dat we in deze koude dagen meer gas krijgen voor dezelfde prijs."
Ook voor reizigers pakt de lage dollar gunstig uit. "Mocht je naar Amerika willen, ik weet niet of iedereen zich daar nog heel comfortabel bij voelt, maar als je zegt: mooi land, ik wil naar de Grand Canyon, dan kan je daar goedkoper heen."
Slecht nieuws voor de export
Tegenover die voordelen staan duidelijke nadelen, vooral voor Europese bedrijven die veel naar de Verenigde Staten exporteren. "Voor een bedrijf als Heineken, dat zijn biertjes hier produceert, is deze koers niet gunstig. Dat Heineken-biertje wordt duurder en de Amerikaan zal dan waarschijnlijk naar een Budweiser kijken."
Het vertrouwen in de dollar is aan het verdampen. Vorig jaar kreeg je bij het wisselkantoor nog 1 dollar voor elke ingewisselde euro, nu is dat 1 dollar en 20 cent. Voor Nederlanders is het goed nieuws, voor het bedrijfsleven minder, zegt @hellahueck. "Heineken zal niet blij… pic.twitter.com/WMaan8NaCY
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) January 29, 2026
De dollar is bovendien meer dan zomaar een munt. Het is een belangrijke graadmeter voor vertrouwen in de wereldeconomie. "De dollar is natuurlijk echt die reservemunt waar de financiële markten heen vluchten als het onzeker wordt in de wereld. En dat staat nu onder druk."
Bewust beleid
Volgens Hueck is de zwakke dollar geen toeval, maar het gevolg van bewust beleid vanuit Washington. "Trump heeft die dollar zwak gemaakt, zodat de Amerikaanse export goedkoper wordt. Dan zullen andere landen misschien eerder voor Amerikaanse producten kiezen dan voor Europese."
Dat beleid kent echter duidelijke grenzen. "Je wil geen te zwakke munt, want dat betekent dat de financiële markten minder vertrouwen in je hebben." En juist dat vertrouwen staat onder druk, ondanks de sterke Amerikaanse economie. "Die economie zelf is hartstikke sterk, maar het vertrouwen in de Amerikaanse politiek staat onder druk."
Europees product in verhouding duurder
Ook grote Europese beleggers trekken hun conclusies. "We hebben gezien dat pensioenfonds ABP voor 10 miljard euro aan Amerikaanse obligaties heeft afgebouwd. Ze leven duidelijk boven hun stand: de staatsschuld is veel groter dan wat ze in een jaar produceren."
Een grillig Witte Huis maakt investeerders nerveus, stelt Hueck. "Partijen worden dan onzeker. Dat kan ook voordelig zijn voor Europa, omdat er misschien meer in Europa wordt geïnvesteerd." Toch heeft een sterke euro ook een keerzijde. "Daardoor wordt onze concurrentiepositie moeilijker. Wij zijn nu duurder dan een Amerikaans product."
Gekelderd vertrouwen
In de Verenigde Staten zelf voelen consumenten de gevolgen inmiddels duidelijk. "Het consumentenvertrouwen is echt naar beneden gekelderd. Burgers kampen met dure boodschappen en inflatie." Tegelijkertijd blijven de aandelenmarkten stijgen. "Dat verschil is lastig te duiden. Het Amerikaanse bedrijfsleven is sterk en investeert enorm in kunstmatige intelligentie, maar de politiek maakt alles onzeker en grillig."
De vergelijking met de financiële crisis van 2008 dringt zich op, maar volgens Hueck gaat die niet op. "De crisis van 2008 zat echt in het financiële systeem zelf. Dit is self-inflicted. Dit heeft de president bedacht." Zolang er geen stabiel bestuur is, blijft het vertrouwen volgens Hueck broos. "Dat bijvoorbeeld ICE zo tekeergaat in Minnesota, draagt ook niet bij aan het vertrouwen in de eigen regering. De consument is daarom niet zo optimistisch."