'Er worden grote woorden gebruikt, maar oppositie stuurt kabinet niet op dag één naar huis'
De oppositie lijkt bereid een minderheidskabinet een kans te geven, denkt politiek verslaggever van WNL Tessa van Viegen. "Hoewel er soms grote woorden worden gebruikt, lees je soms tussen de regels dat mensen constructief in de wedstrijd zitten en dit minderheidskabinet niet op dag één naar huis gaan sturen, wat ze wel kunnen."
D66, CDA en VVD maakten vorige week bekend een minderheidskabinet te willen vormen. Dat betekent dat zij voor hun voorstellen steun moeten zoeken bij oppositiepartijen. Dinsdag en woensdag voeren zij gesprekken met vrijwel alle fracties. "Ze zijn nog heel erg aan het zoeken", concludeerde Volt-leider Laurens Dassen na zijn gesprek met de informateur en met Rob Jetten (D66), Dilan Yeşilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA).
Niet alle partijen reageren enthousiast. ChristenUnie-leider Mirjam Bikker waarschuwde dat haar partij minder constructief zal meedenken als de beoogde minderheidscoalitie zich schuldig maakt aan wat zij noemt "liberale etalagepolitiek". JA21-voorman Joost Eerdmans gaf aan dat het kabinet "niet te snel" op steun van zijn partij moet rekenen.
Geert Wilders bedankte zelfs voor een gesprek over mogelijke steun. De PVV-leider had eerder al gezegd geen plannen te willen steunen die door D66 en CDA zijn opgesteld. Caroline van der Plas liet op haar beurt weten dat BBB sowieso geen steun verleent aan voorstellen die bezuinigen op de zorg.
GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver zei voorafgaand aan zijn gesprek dat hij "vooral wilde luisteren wat het plan nu is als minderheidskabinet". Nadat de drie partijen hun voornemen bekendmaakten, noemde Klaver het een "risicovol experiment". Die kwalificatie herhaalde hij woensdag. "Het nodigt uit tot een permanente formatie en het geeft Nederland niet de rust en stabiliteit die het nodig heeft."
Hoewel Klaver aangaf "verantwoord" oppositie te willen voeren, leek hij niet direct open te staan voor een ondersteunende rol. "We waren bereid afspraken te maken en samen een kabinet te maken."
'Echt wel aanknopingspunten'
D66-leider Rob Jetten ziet desondanks ruimte voor samenwerking. Hij voelt na de gesprekken "echt wel alle aanknopingspunten om met de Kamer te gaan samenwerken en die meerderheden te vinden". Volgens Jetten is het zijn "overtuiging" dat plannen kunnen rekenen op brede steun.
Ook politiek verslaggever Tessa van Viegen denkt dat de scherpe woorden niet alles zeggen. "De vorige keer kwam Jesse Klaver stampvoetend naar buiten na zijn gesprek. Nu vond ik hem rustiger, hij had een wat meer afwachtende houding."
"Hoewel er soms grote woorden worden gebruikt, lees je soms tussen de regels dat mensen constructief in de wedstrijd zitten en dit minderheidskabinet niet op dag één naar huis gaan sturen, wat ze wel kunnen", concludeert zij in Goedemorgen Nederland op NPO 1.
Klaver heeft verlanglijstje
Opvallend was dat Klaver geen verlanglijstje presenteerde, in tegenstelling tot veel andere oppositiepartijen. "Dat kan een tactiek zijn en een andere tactiek dan heel veel andere oppositiepartijen die ik voorbij heb zien komen", zegt Van Viegen. "Zij kwamen met wensenlijstjes. Ze zeiden: jullie hebben ons nodig, wij hebben nog wel iets wat we van jullie willen. Die tactiek had Jesse Klaver niet."
Een minderheidskabinet lijkt voorlopig ook niet te hoeven rekenen op ministers van andere partijen. CDA-leider Bontenbal suggereerde dinsdag dat oppositiepartijen ministers of staatssecretarissen zouden kunnen leveren, maar JA21, BBB en GroenLinks-PvdA lieten al weten daar weinig voor te voelen. "Op het moment dat je niet aan tafel zit om over een akkoord te onderhandelen, ga je daar ook geen uitvoering aan geven. Dus nee", zei Kamerlid Kati Piri (GroenLinks-PvdA).
Volgens Van Viegen wordt dat idee binnen de coalitie zelf ook niet zwaar gewogen. "Ik was erbij toen Bontenbal het zei. Het was een heel genuanceerd verhaal. Hij zei dat het één van de opties is die ze bekijken. Het is niet alsof het heel erg doordacht was en het een uitgewerkt plan is. Overigens zou het niet de eerste keer zijn."
'Geen loze beloften'
Na gesprekken met de formerende partijen riep Pieter Duisenberg van de Algemene Rekenkamer Den Haag op om afscheid te nemen van de afrekencultuur en te werken aan een lerende cultuur. Ook de drie Hoge Colleges van Staat, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de Kanselarij der Nederlandse Orden, waarschuwden dat een nieuw kabinet geen loze beloften moet doen. "Anders loopt het land vast."
Van Viegen begrijpt die waarschuwing. "In verkiezingsprogramma's worden natuurlijk altijd grote beloften gedaan. Dat is niet zo gek. Vervolgens komt daar een regeerakkoord uit. Wat zij zeggen is dat we de afgelopen tijd te vaak hebben gezien dat in zo'n regeerakkoord beloften staan waarvan ze van tevoren al weten dat het niet kan. We hebben de mensen er niet voor, het kost veel te veel geld."
Het huidige kabinet liep daar regelmatig tegenaan. "Dit is een oproep aan de coalitiepartijen omdat het vertrouwen in de politiek enorm is gekelderd", aldus Van Viegen. "Er komt een minderheidsvariant, wat toch weer een experimentele vorm is. De HCS zegt ook: probeer de grote problemen waar we al jaren mee te maken hebben, zoals Groningen en de toeslagenaffaire, op te lossen en niet weer door te schuiven naar een volgend kabinet. Anders gaat het vertrouwen in de politiek alleen maar verder achteruit."