Bedrijvigheid Nederlandse industrie groeit iets minder sterk
De bedrijvigheid in de Nederlandse industrie heeft in december een iets minder sterke groei laten zien dan in november. Dat meldt de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (Nevi) op basis van haar maandelijkse meting naar de industriële activiteit. Volgens de onderzoekers was er een minder grote groei van het aantal nieuwe orders, wat zorgde voor een daling van de productieomvang.
Volgens het onderzoek was er een lagere internationale verkoop, wat drukte op de productie. De Nevi zegt dat de industrie daarmee het jaar op een "iets zwakkere noot" heeft afgesloten. Ondanks de productiedaling nam de werkgelegenheid in de industrie opnieuw toe en verbeterde het vertrouwen van fabrikanten voor het komende jaar, aldus de organisatie.
De inkoopmanagersindex van de Nevi, de graadmeter die de bedrijvigheid weerspiegelt, kwam voor december uit op een stand van 51,1. Dat was 51,8 een maand eerder. Een niveau van 50 of meer wijst op groei van de bedrijvigheid. Een stand daaronder betekent krimp.
De Nevi stelt dat het ondernemersvertrouwen naar het hoogste niveau in tien maanden is gestegen. Dat komt door positieve ordervooruitzichten, het op de markt brengen van nieuwe producten en goede groeiprognoses. Het onderzoek wordt gehouden onder ongeveer 350 inkoopmanagers.
"Zowel de productie als de nieuwe exportorders namen licht af. Toch is de industrie optimistisch over 2026. Verreweg de meeste respondenten verwachten groei in het komende jaar, dankzij aantrekkende investeringen en de introductie van nieuwe producten", aldus een toelichting van sectoreconoom Albert Jan Swart van ABN AMRO. De bank verwacht dat de Nederlandse industrie dit jaar met 3 procent kan groeien, onder meer door een toenemende vraag naar machines.