Minister Wiersma heeft slecht nieuws voor basisscholen Limburg en Brabant: doorstroomtoets niet verplaatst vanwege carnaval
Minister Dennis Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) gaat de doorstroomtoets, die volgend jaar samenvalt met carnaval, om die reden niet verplaatsen. Zo antwoordt hij op Kamervragen van CDA en D66. Wel heeft de bewindsman excuses aangeboden voor de reactie van zijn ministerie toen scholen vroegen de toets op een ander moment te laten plaatsvinden.
Schoolbesturen in Noord-Brabant en Limburg vroegen het ministerie van Onderwijs om opheldering toen zij te horen kregen dat volgend jaar de doorstroomtoets (voorheen: CITO-toets) moet plaatsvinden tussen 5 en 16 februari. Dat valt samen met carnaval, dat op 10 februari begint en eindigt op 13 februari.
Excuses Wiersma
De scholen vroegen in een brief aan het ministerie om de doorstroomtoets te verplaatsen. Zij kregen nul op rekest. De reactie van het ministerie had de strekking 'verplaats carnaval maar'. Vervolgens werden er door het CDA en D66 Kamervragen over gesteld en daarop antwoordde Wiersma dat de reactie van zijn ministerie ongelukkig was. Hij biedt zijn excuses aan neemt de woorden terug.
Doorstroomtoets niet verplaatst
Wat de bewindsman niet terugneemt is de datum waarop de doorstroomtoets moet plaatsvinden. Volgens Wiersma kan de toets prima voor carnaval gemaakt worden. Als scholen ervoor kiezen de toets digitaal af te laten liggen, mogen zij de toetsdagen zelf bepalen, zolang deze maar in de periode valt die door de minister is opgesteld. De toets kan volgens de VVD'er dus prima op 5 of 6 februari afgenomen worden. Voor de papieren versie gelden wel vaste dagen: 6 en 7 februari.
De onderwijsminister heeft overigens bewust de toets vervroegd, omdat eind maart een centraal aanmeldpunt is voor middelbare scholen. Toen Wiersma aan de Kamer voorstelde om de doorstroomtoets in de eerste twee weken van februari te houden, stuitte hij op weinig tot geen weerstand. "Bij de totstandkoming van de wet is geen bezwaar gemaakt tegen deze periode vanwege carnaval", schrijft Wiersma aan de Tweede Kamer.
Het is niet de bedoeling van Wiersma om het belang van carnaval voor sommige regio's in Nederland te ondermijnen. "Wij denken niet anders over de status van carnaval, inclusief al zijn lokale gebruiken en tradities, als immaterieel erfgoed."