Vertrouwen in Tweede Kamer en politici op dieptepunt, blijkt uit onderzoek
Het vertrouwen van Nederlanders in de Tweede Kamer is gezakt naar het laagste niveau in tien jaar tijd. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) had een kwart van de 15-plussers vertrouwen in de Kamer als geheel. Ook het vertrouwen in politici was met 21 procent aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren. Beide cijfers staan op het laagste niveau sinds 2012, toen het CBS deze cijfers voor het eerst onderzocht.
Hoofdeconoom bij het CBS, Peter Hein van Mulligen, noemt de cijfers opvallend. "We zagen sowieso dat het al wat lager uitviel in 2022. Maar ook gedurende het jaar is het verder gezakt. In het vierde kwartaal was het nog weer een stuk lager dan daarvoor."
Aan het begin van de coronapandemie nam het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer juist nog flink toe. Voor het eerst stond een meerderheid positief tegenover politiek Den Haag. In het tweede kwartaal van 2020, de periode waarin de eerste coronamaatregelen werden afgekondigd, had 58 procent van de Nederlanders vertrouwen in de Tweede Kamer. 44 procent sprak destijds vertrouwen uit in politici. Sindsdien is het vertrouwen vrijwel onophoudelijk gedaald.
"Sowieso zien we dat ook het vertrouwen in andere instituties wel is gedaald, maar dat geeft ook een post-corona-effect. Maar bij de Tweede Kamer, politici, daalt het alleen maar verder", zet Van Mulligen in Goedemorgen Nederland.
Stemming over politiek steeds negatiever
Ook uit ander onderzoek blijkt dat de stemming over de politiek steeds negatiever wordt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) concludeerde vorige maand in het Continu Onderzoek Burgerperspectieven nog dat 60 procent van de Nederlanders niet tevreden is met de politiek in Den Haag. In het voorjaar van 2022 was dit nog 49 procent. Volgens het SCP zijn mensen onder meer negatief over wat de politiek bereikt: men verwijt politici, en dan met name de regering, gebrek aan daadkracht bij het oplossen van de problemen die in Nederland spelen. Ook zien ze een grote afstand tussen ‘Den Haag’ en gewone mensen.
In andere instanties hebben de Nederlanders nog "zeker" wel vertrouwen, zegt Van Mulligen. "Sowieso is Nederland een land waar mensen over het algemeen heel veel vertrouwen hebben. In elkaar, maar ook in instituties. Zeker als je het vergelijkt met andere landen." Het vertrouwen in de gezondheidszorg (78 procent), politie en rechters (beide 77 procent) is het hoogst. "En dat is ook wel vergelijkbaar met het niveau van voor corona."
Onderaan de lijst staan naast politici en de Tweede Kamer ook kerken en grote bedrijven.
Vertrouwen in medemens juist toegenomen
Het vertrouwen dat Nederlanders in elkaar hebben is de laatste jaren alleen maar gestegen. "Zo tien jaar geleden had iets meer dan de helft van de Nederlanders vertrouwen in de medemens. En dat is inmiddels gestegen naar ongeveer twee op de drie", zegt Van Mulligen. "Daarin staan we internationaal ook aan kop." Dat heeft mogelijk te maken met het stijgende opleidingsniveau in Nederland. "Want hoe langer mensen opleidingen hebben gehad, dus denk aan mensen met een hbo-diploma of hoger, hoe meer vertrouwen ze vaak hebben in de medemens", legt de hoofdeconoom uit. "En ja, het opleidingsniveau is de afgelopen jaren gestegen."
De resultaten zijn afkomstig uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn dat sinds 2012 wordt gehouden onder personen van 15 jaar of ouder. Zo'n 7500 mensen vulden de enquête in.