Hans Wiegel over racismedebat: ‘Kamerleden hebben elkaar gewoon zitten uitschelden’
VVD-erelid Hans Wiegel ergert zich aan het taalgebruik in de Tweede Kamer tijdens het racismedebat. "Een stelletje Kamerleden heeft elkaar gewoon zitten uitschelden", zegt Wiegel in WNL Op Zaterdag op NPO Radio 1.
"Het was een belangrijk debat", zegt Wiegel. "Het ging over discriminatie, en wat we daar aan doen. Wat doen we aan racisme? Dat zijn gevoelige aangelegenheden. De minister-president was er ook, die heeft een aantal verstandige opmerkingen gemaakt."
De scheldpartijen waren niet van de lucht, zo zag Wiegel. "De een riep tegen de ander dat hij 'een idioot' was. Vervolgens werd tegen iemand anders gezegd dat hij 'crimineel' was. Tegen mevrouw Marijnissen werd gezegd dat ze een 'beschonken komkommer' is."
'Dit lijkt nergens op'
Wiegel ziet dat de toon van de debatten in de loop der jaren erg veranderd is. "Ik heb ook in de politiek gezeten, dat weten sommige mensen nog wel. Er waren altijd fikse debatten tussen Den Uyl, Van Acht en ik, maar we respecteerden elkaar altijd. We konden ook persoonlijk het goed met elkaar vinden. Als dat zo is, kun je ook inhoudelijk een goede discussie hebben. Maar dit lijkt gewoon nergens op."
Kamerleden die elkaar zo bestrijden, beseffen niet waarvoor ze er zitten, zegt Wiegel. "De Tweede Kamer is een heel belangrijk instituut. Als de leden daarvan het zo gaan doen, betekent dat mensen denken: die Tweede Kamer, wat is dat tegenwoordig?
Wiegel hoopt dat de Tweede Kamerleden tijdens het zomerreces gaan nadenken over hun gedrag. "Ik denk dat de voorzitter van de Tweede Kamer daar heel blij mee zal zijn. Die moet de boel weer in orde zien te krijgen."