‘Facebook huurde pr-bureau in om nepnieuws te verspreiden over concurrenten en critici’
Facebook heeft na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 een pr-bureau ingehuurd om nepnieuws en desinformatie te verspreiden over critici van het sociale netwerk.
Dat blijkt uit gesprekken die The New York Times heeft gehad met 50 anonieme bronnen, waaronder (oud-)medewerkers, lobbyisten en (prominente) politici.
De techgigant raakte twee jaar geleden in opspraak door vermoedens van Russische inmenging tijdens de verkiezingen.
De bedoeling van de pr-campagne van Definers Public Affairs was om tegenstanders van Facebook zwart te maken. Onder hen onder andere de bekende filantroop George Soros. Definers Public Affairs zou journalisten die vragen hadden over het Amerikaanse sociale medium hebben gevraagd om het bij Soros te zoeken.
Ook verspreidde het pr-bureau negatieve artikelen over andere techbedrijven als afleiding voor de slechte reputatie van Facebook. Die berichten werden regelmatig door conservatieve nieuwsmedia overgenomen.
Facebook heeft na het artikel in de New York Times de banden met Definers Public Affairs volledig verbroken. Het sociale netwerk ontkent niet dat er ooit een samenwerking is geweest, maar stelt dat de topmensen van het bedrijf niet op de hoogte waren van het daadwerkelijke werk van het pr-bureau.