‘Privacy oorlogsmisdadigers belangrijker dan vervolging’
De Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden maakt zich kwaad over de manier waarop oorlogsmisdadigers worden beschermd met het oog op privacy. Dat zei voorzitter Arnold Karskens vanochtend in Goedemorgen Nederland.
Al tien jaar onderzoekt de stichting welke mensen zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Om meer informatie te vergaren vragen zij toegang tot het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging: een deel van het Nationaal Archief waarin dossiers beschikbaar zijn van ruim 300.000 Nederlanders die beschuldigd werden van samenwerking met de Duitse bezetter, het in dienst treden bij de vijandelijke krijgsmacht, verraad of NSB-lidmaatschap. Echter, die toegang wordt hen geweigerd.
'Politici kijken je schaapachtig aan'
"Wij vinden het een schandaal. Het Nationaal Archief beroept zich op de privacy van de misdadigers, maar wij vinden dat het recht van de nabestaanden om te weten wie de moordenaars zijn prevaleert boven het recht op privacy", legt Karskens uit. De laatste 25 jaar is er volgens Karskens niemand meer gearresteerd en wordt er helemaal geen onderzoek meer gedaan. Dat probleem ligt, samen met de discussie rondom privacy, grotendeels bij de politiek. "Ik heb regelmatig politici gesproken over dit onderwerp. Ze kijken me dan schaapachtig aan en dan rolt de wereld gewoon door."
'Volgens de regeltjes'
"Ze zijn het verplicht om openheid van zaken te geven, maar ze weigeren tot nu toe. Het zijn ambtenaren die de regeltjes volgen", aldus Karskens, die stelt dat er opgeschoten moet worden met het veroordelen van de laatste oorlogsmisdadigers vanwege hun leeftijd. Ook Gerri Verbeet van het Nationaal Comité 4 en 5 mei is het daarmee eens: "Ze moeten nooit het gevoel hebben dat ze kunnen ontsnappen aan een straf."