Oud-staatssecretaris wil strengere regels voor late abortus: 'Kind ademt en huilt en wordt weggelegd om te sterven'
Nederland zou een voorbeeld moeten nemen aan de Belgische abortuswetgeving. Dat zegt arts en oud-staatssecretaris van Volksgezondheid Nicki Pouw-Verweij in WNL Op Zondag op NPO 1. Volgens haar kunnen late abortussen traumatisch zijn voor zowel de vrouw als het ziekenhuispersoneel. Ze vindt dat abortussen in een laat stadium van de zwangerschap zonder medische noodzaak niet meer toegestaan zouden moeten zijn.
De discussie over abortus laaide onlangs opnieuw op nadat minister van Volksgezondheid Sophie Hermans ziekenhuizen toestemming gaf om te onderzoeken hoe abortussen tussen 22 en 24 weken zwangerschap toegankelijker kunnen worden gemaakt, ook zonder medische noodzaak. Volgens Hermans gaat het niet om een verruiming van de abortuswet, maar om een verbetering van de bestaande zorg.
Pouw-Verweij, die haar politieke carrière begon bij Forum voor Democratie en daarna overstapte naar JA21 en vervolgens BBB, vindt dat het abortusdebat te veel aan de politieke flanken wordt overgelaten. Ze pleit voor een "specifieker" debat over abortus, zonder daarbij te willen tornen aan het recht op abortus. "Als je mensen op straat vraagt, zal de overgrote meerderheid zeggen dat ze vinden dat abortus mogelijk moet zijn. Ik denk dat het debat moet gaan over hoe ver de abortuspraktijk moet gaan."
'Kind huilt en ademt'
Volgens de huidige wetgeving is abortus in Nederland in beginsel toegestaan tot ongeveer 24 weken zwangerschap. Vrouwen hoeven daarbij niet openbaar te maken waarom ze voor een abortus kiezen. Een deel van de abortussen in een laat stadium heeft een medische aanleiding, bijvoorbeeld wanneer bij de twintigwekenecho ernstige afwijkingen worden vastgesteld en blijkt dat het kind na de geboorte niet levensvatbaar is.
"Maar zijn ook vrouwen bij wie geen medische reden is vastgesteld en we weten niet precies welke redenen zij wel hebben. Dat is een van de elementen in dit debat die zo lastig zijn. We kunnen er wel naar gissen, we kennen wat voorbeelden, maar we hebben er weinig cijfers over."
Volgens Pouw-Verweij kunnen late abortussen in ieder geval traumatisch zijn. Uit cijfers van de Amerikaanse beroepsvereniging voor kindergeneeskunde, de American Academy of Pediatrics (AAP), blijkt dat de overlevingskansen van vroeg geboren kinderen bij 22 weken liggen op 25 procent, bij 23 weken op 53 procent, bij 24 weken op 71 procent en bij 25 weken op 82 procent.
"Bij abortussen in eerdere fasen wordt de foetus zo verwijderd dat er niet herkenbaar een kind naar buiten komt. Bij een late abortus wordt een bevalling opgewekt, omdat het kind al zo groot is dat het op een andere manier niet veilig is voor de moeder. Een vrouw bevalt van een heel klein kindje, maar wel herkenbaar een kindje. Als het kindje vervolgens ademt en huilt, maar weggelegd wordt om te sterven, dan is dat voor de moeder heel heftig, maar ook voor het personeel."
"Je wordt meestal verloskundige of gynaecoloog omdat je heel graag wil helpen bij zwangerschappen om gezonde kindjes geboren te laten worden en te laten opgroeien. Een kindje dat geboren wordt, gezond, met alles erop en eraan, dat alleen nog langer had moeten groeien, en dat je vervolgens in een dekentje wikkelt en wacht tot het stopt met ademen... Ja, dat is heel heftig."
Volgens oud-staatssecretaris en arts Nicki Pouw-Verweij kan een late abortus traumatisch zijn: "Het gebeurt niet zelden dat een kind levend ter wereld komt. Bij 24 weken wordt een bevalling opgewekt. Een kind ademt en huilt en wordt weggelegd om te sterven. Dat is heel heftig… pic.twitter.com/68REChX7jM
— WNL Op Zondag (@WNLOpZondag) November 1, 2026
De oud-staatssecretaris denkt dat veel Nederlanders niet met deze praktijk bekend zijn. "In dit debat wordt het een beetje weggewuifd: 'Nee, de Nederlander is voor abortus'. En dat is zo. We moeten het niet hebben over of we abortus gaan afschaffen. Daar is geen sprake van. Maar ik denk dat als je dit voorlegt aan de gemiddelde Nederlander, dat veel mensen hierbij een diep ongemak ervaren."
Ze roept de politiek in Den Haag op om het debat hierover aan te gaan. "De abortuswet is begin jaren 80, in een andere medische werkelijkheid, vormgegeven met een bepaald doel voor ogen, namelijk ingrijpen bij noodsituaties bij niet-levensvatbare kinderen. Dit ligt daar echt ver vanaf. Dus zijn we hier nog aan het doen wat we beoogden met de wet en vinden we dit moreel juist? Ik denk dat we het daar met elkaar over moeten hebben."
'Kijk naar België'
Zelf vindt Pouw-Verweij het opmerkelijk dat de grens voor abortus rond 24 weken ligt, terwijl kinderen die eerder worden geboren onder bepaalde omstandigheden al kunnen overleven. "In het Wetboek van Strafrecht staat dat er geen abortus uitgevoerd mag worden op een kind waarvan je redelijkerwijs kan verwachten dat het levensvatbaar is. Bij 23 weken zie je een percentage van 53 procent. Ik zou dat wel redelijkerwijs willen noemen. Ik denk dat dit is waar we goed naar moeten kijken en dat we daarbij ook goed moeten kijken naar het verschil tussen die medische indicatie en die sociale indicatie."
In verschillende landen om Nederland heen kan een zwangerschap bij ernstige medische problemen ook na 24 weken worden afgebroken. Pouw-Verweij wijst daarbij op België, waar volgens haar een duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen medische en niet-medische redenen voor abortus.
"In België kan dat veel langer. Er wordt dan door een raad gekeken: wat is hier aan de hand? Hoe ernstig is die handicap en snappen wij dat de ouders het kindje niet willen aandoen? Als zij het daarmee eens zijn, mag het tot veel verder in de zwangerschap. Maar met een sociale reden mag abortus in België tot 16 weken, dat is meer ingeperkt."
De ChristenUnie diende een motie in om de verkenning naar abortus tussen 22 en 24 weken zonder medische noodzaak stop te zetten, maar kreeg daarvoor geen meerderheid in de Tweede Kamer. Minister Hermans liet tijdens een debat weten de verkenning te blijven steunen. Volgens haar past die binnen de huidige abortuswetgeving, die vrouwen de mogelijkheid biedt om in een noodsituatie hun zwangerschap af te breken. "Dat recht accepteer ik niet alleen, ik sta er vierkant achter", zei de VVD-bewindsvrouw.
Luister deze uitzending van WNL Op Zondag nu terug als podcast. De tekst gaat hieronder verder.
Pouw-Verweij wil dat Nederland een voorbeeld neemt aan het Belgische model. "Ik denk dat je meer ruimte moet geven voor de medische situatie, waarin vrouwen een gewenst kind al dan niet aborteren. Vrouwen moeten nu in paniek onder tijdsdruk in die 22 tot 24 weken iets beslissen. Dat lijkt me niet wenselijk."
"Bij die sociale indicatie denk ik dat die grens iets terug moet. Ik zou naar België willen kijken. Ik snap dat minister Hermans het heeft over het beschikkingsrecht van de vrouw, maar daar hebben we al grenzen. Bij 25 weken mag een vrouw ook niet meer zelf beschikken, omdat we dan zeggen dat het kind zo ver ontwikkeld is, dat we vinden dat de balans niet meer klopt. Het enige wat ik zeg is: kijk of we dat niet eerder moeten doen."
Stijgend aantal abortussen
Ondertussen neemt het aantal abortussen in Nederland toe. Jaarlijks worden er inmiddels ongeveer 40.000 uitgevoerd. Waar die stijging precies vandaan komt, is volgens Pouw-Verweij niet helemaal duidelijk. "We hebben een aantal ideeën hierover. We zien dat het anticonceptiegebruik daalt. Maar we weten ook dat we in bepaalde delen van het land zien dat vrouwen bij herhaling komen voor een abortus. Meer dan tien keer is geen zeldzaamheid. Dat is natuurlijk ook niet waar abortus oorspronkelijk voor bedoeld is, het is geen anticonceptiemethode."
Volgens haar wordt een pleidooi voor meer onderzoek naar de oorzaken van abortus vaak opgevat als een poging om vrouwenrechten in te perken. "Maar ik denk: een abortus is niet niets. Het is een medische ingreep met bijpassende risico's, juist ook voor de vrouw. Als vrouwen genoodzaakt zijn hiervoor te kiezen, maar dat met betere voorlichting of anticonceptie niet hadden hoeven doen, dan zie ik het ook een beetje als zorgplicht van de staat om daarvoor zorg te dragen", aldus de arts.