NS verhoogt prijs treinkaartjes volgend jaar met bijna 5 procent
De NS verhoogt de prijs van treinkaartjes en de meeste abonnementen volgend jaar met gemiddeld 4,7 procent. Daarmee stijgt de prijs van reizen met de trein harder dan de inflatie.
"We willen dat iedereen voor de trein kan blijven kiezen en reizen in Nederland betaalbaar blijft. Tegelijkertijd zijn de inkomsten uit treinkaartjes nodig om nieuwe comfortabele treinen aan te schaffen, de gestegen kosten te betalen en te blijven investeren in goede voorzieningen", verklaart Daan Schut, die in het bestuur van de NS verantwoordelijk is voor de tarieven.
In de nieuwe ticketprijzen die vanaf 1 januari 2027 gelden, zit onder meer een eerder afgesproken inhaalindexatie verwerkt over de inflatie in de jaren 2020-2023. Destijds gingen de tarieven nog minder hard omhoog dan de inflatie. In 2022 was de inflatie bijvoorbeeld 10 procent, terwijl de prijs van een treinkaartje met 1,5 procent steeg.
Ook de toeslag voor de HSL gaat in het nieuwe jaar omhoog, van 3,20 naar 3,40 euro. Het huren van een OV-fiets kost straks 4,95 euro per dag. Dat is nu nog 4,80 euro. Sommige treinkaartjes blijven wel in prijs gelijk. Zo blijft een Railrunner 2,50 euro en blijft een Kids Vrij-abonnement gratis.
Schut geeft aan dat hij zich realiseert dat de prijsverhogingen impact hebben op de portemonnee van reizigers. "Daarom bieden we flinke kortingen buiten de spits, wanneer er nog genoeg plek is in de trein", voegt hij toe.
Voor treinen buiten de spits zijn er volgens NS vaak zogenoemde PrijsTijd Deals beschikbaar. In 2027 wordt de maximale korting van deze aanbiedingen verhoogd van 60 naar 80 procent. Ook is het de bedoeling dat de PrijsTijd Deals in de loop van volgend jaar ook voor treinreizen op de dag zelf beschikbaar worden.