RIVM registreert vijf nieuwe gevallen van westnijlvirus
Het westnijlvirus is bij nog vijf mensen in Nederland vastgesteld. Drie besmettingen vonden plaats in Zuid-Holland en twee in Noord-Brabant. Het totale aantal bevestigde gevallen stijgt daardoor naar 64. Het aantal sterfgevallen blijft staan op tien, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Het aantal nieuwe gevallen is lager dan in de zomermaanden. Volgens het RIVM speelt mee dat het muggenseizoen voorbij is. Bovendien is het virus minder actief bij lagere temperaturen.
Volgens de wekelijkse update testten afgelopen week ook 32 vogels en vijf paarden positief op het westnijlvirus.
Het Vlaamse Departement Zorg maakte donderdag bekend dat in Vlaanderen nu twee mensen zijn overleden na besmet te zijn met het virus, de eerste dodelijke gevallen. De autoriteiten telden twaalf andere besmettingen.
De Europese gezondheidsdienst ECDC meldt dat dit jaar 1715 besmettingen binnen de Europese Unie zijn geregistreerd, het hoogste aantal ooit. Italië voert de lijst aan met 748 gevallen. Ook in Griekenland en Frankrijk zijn veel besmettingen. Dat het westnijlvirus ook in Nederland en België is opgedoken, laat zien dat het virus steeds verder naar het noorden oprukt, aldus het ECDC. De dienst verwacht dat dit de komende jaren doorzet.
Toch valt de ernst volgens het ECDC mee. Relatief weinig mensen worden na besmetting zo ziek dat ze in een ziekenhuis moeten worden opgenomen of overlijden. Dat aandeel ligt lager dan in de vorige decennia. Het ECDC geeft daar geen verklaring voor.
Het westnijlvirus komt van vogels en kan via muggen op mensen worden overgebracht. De meeste mensen merken weinig tot niets van een besmetting, maar sommige patiënten kunnen griepachtige klachten krijgen. In een enkel geval kan infectie ook leiden tot hersenontsteking, hersenvliesontsteking of een vorm van polio. De tien mensen die in Nederland zijn overleden na een besmetting waren op leeftijd of hadden een onderliggende aandoening.