Overheid scheert ouderen ten onrechte over één kam
Met de aanname dat ouderen kleiner willen wonen, doet de overheid hen tekort. Veel ouderen zijn vitaal en willen juist groter wonen, betoogt columnist Jan Latten.
Traplopen is training om fit te blijven. Ik woon al mijn hele leven in een huis met trappen. Daardoor train ik ongemerkt elke dag en voel ik mij als zeventiger fit. Ik voel geen behoefte om te verhuizen naar een kleiner drempelloos gelijkvloersappartement. Toch zegt woonminister Boekholt-O’Sullivan: “Veel ouderen staan te popelen om te verhuizen, maar zitten klem omdat passend aanbod ontbreekt…”.
Dat herken ik niet. Ik zit niet klem en sta evenmin te popelen om te verhuizen. Dat geldt waarschijnlijk ook voor veel vijftigers en zestigers. Toch richt onze overheid zich in haar plannen om te bouwen voor ouderen soms ook op deze ‘jonge ouderen’. Natuurlijk willen sommigen op deze leeftijd verhuizen, maar het gaat te ver om alle 55-plussers over één kam te scheren. In deze levensfase zijn de meesten met andere dingen bezig dan verhuizen vanwege hun leeftijd.
CBS-cijfers tonen dat iemand vooral tussen het twintigste en veertigste levensjaar verhuist. Eind-twintigers zijn koploper met 25 van elke 100 die jaarlijks verhuizen. Dit is een fase van opbouw en expansie in het leven: het huis uit voor studie of werk, daarna samenwonen voor de grote liefde en verhuizen naar een gezinswoning zodra er kinderen komen. Vanaf middelbare leeftijd hebben de meeste mensen hun vaste stek gevonden en verhuizen ze minder vaak.
Inmiddels kinderen uit huis, gezellig met zijn tweetjes, de woning opgeknapt, je baan goed bereikbaar. Alles op orde. Op naar de pensionadofase. Van de zestigers – en ook van de zeventigers – verhuizen nog geen vier van de honderd. De moderne zestiger droomt blijkbaar niet van verhuizen. Waarschijnlijk dromen ze van andere dingen: een reis om het noorderlicht te zien of een elektrische SUV.
Hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp schreef onlangs in EW dat we langer leven en de jaren met beperkingen opschuiven naar hogere leeftijden. Gebreken komen gemiddeld pas tegen de tachtig. Voor bezitters van een koopwoning, die gemiddeld langer leven dan huurders, ligt die leeftijd zelfs hoger. Het is dus begrijpelijk dat steeds meer zestigers en zeventigers zich nog in hun expansiefase van het leven voelen en niet denken aan verhuizen vanwege ouderdom.
En daar kwam dan onlangs het CBS met de melding dat kinderen van ouders uit de jaren 1936 tot 1945 die een grote erfenis ontvingen vaker ruimer gingen wonen in een vrijstaand huis. De erfgenamen zijn zelf vijftigers en zestigers. Blijkbaar bestaat op die leeftijd bij menigeen nog steeds een jeugdig verlangen om groots te gaan wonen. Ze hebben de expansiefase van het leven niet losgelaten. Hoezo doorstromen naar kleiner?
Blijkbaar kun je niet zonder meer aannemen dat vijftigers en zestigers zich voorbereiden op een krimpfase en staan te popelen om kleiner te wonen. Nee, als het financieel kan, liever een groter huis. Straks komen er meer erfenissen en zullen nog meer jonge ouderen groter willen wonen. Hebben de Haagse ambtenaren wel door hoe het écht zit met de woonwensen van zogenaamde ‘ouderen’?
Tegen al die vijftigers en zestigers zou ik willen zeggen. Ga je dromen achterna. Blijf traplopen en bewegen, ga desnoods stofzuigen in een groter huis, dat houdt je fysiek en mentaal gezond.