JOVD-voorzitter Neplenbroek hekelt discussie rond regenboogvlag: 'Het gaat weer over de symboliek en niet over de boodschap erachter'
De regenboogvlag komt zondag toch aan het gebouw van de Tweede Kamer te hangen, maar volgens JOVD-voorzitter Benny Neplenbroek dreigt de discussie over het symbool de aandacht af te leiden van een groter probleem. De acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren is de afgelopen jaren flink gedaald. "Het gaat weer over die symboliek en niet over die boodschap erachter, die juist veel belangrijker is."
Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde donderdagavond in met een motie om de regenboogvlag op Coming-outdag, zondag 11 oktober, aan het parlementsgebouw te hijsen. Dat gebeurde nadat het eerdere besluit om de vlag op te hangen was teruggedraaid na bezwaren van de SGP. Progressief Nederland-Kamerlid Kati Piri diende daarop tijdens een debat over buitenlandse zaken een motie in. Omdat SGP-Kamerlid Diederik van Dijk om een hoofdelijke stemming vroeg, moesten Kamerleden die al naar huis waren terugkeren naar Den Haag.
Neplenbroek las vrijdagochtend dat de vlag er toch komt. Hij zou zelf vóór hebben gestemd als hij in de Kamer had gezeten. "Dat is ontzettend belangrijk." Toch vraagt de JOVD-voorzitter zich af of de politieke aandacht voor de vlag wel de juiste prioriteit krijgt. "Iedereen wordt nu wakker, leest dit kopje en het gaat weer over die symboliek. En niet over die boodschap erachter, die juist veel belangrijker is."
De regenboogvlag hangt zondag toch bij de Tweede Kamer, nadat de SGP zich tegen het hijsen verzette. JOVD-voorzitter Bennie Neplenbroek zou vóór hebben gestemd, maar vindt dat de aandacht afleidt van de echte boodschap. "Het gaat weer over die symboliek en niet over die boodschap… pic.twitter.com/dr66fLvJdz
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) October 9, 2026
Volgens Neplenbroek komt de discussie op een moment waarop er in Den Haag al veel onduidelijkheid is. Hij vraagt zich af of het nodig was dat Kamerleden daarvoor vanuit het hele land naar de hofstad moesten komen. "Zijn ze nou hierover aan het debatteren? En moesten daarvoor zoveel mensen, bijvoorbeeld Caroline van der Plas uit Deventer, helemaal naar Den Haag komen? Ik weet niet of dat de juiste strijd is."
Acceptatie onder jongeren daalt
Dat Neplenbroek vraagtekens zet bij de nadruk op symbolen, betekent niet dat hij Paarse Vrijdag onbelangrijk vindt. Integendeel: volgens hem is de actiedag juist hard nodig vanwege de dalende acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren.
Uit recent onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut blijkt dat het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs dat positief tegenover homoseksualiteit staat, tussen 2021 en 2025 is gedaald van 40 naar 22 procent. Onder meisjes daalde dat aandeel in dezelfde periode van 78 naar 51 procent.
"Ik maak me daar zelf persoonlijk altijd wel boos over. Je denkt: we zijn toch al wat langer met elkaar aan het praten over homoacceptatie? Wat ook al een gek woord is. Hoezo acceptatie? Dat lijkt mij voor zich spreken. En dan hoor ik de reacties en dan denk je: komt er dan helemaal niks binnen?"
De cijfers maken volgens Neplenbroek duidelijk waarom een dag als Paarse Vrijdag nodig blijft. Op die dag dragen scholieren, docenten en studenten paars om te laten zien dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn, ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit.
"Daarvoor is een dag als vandaag, Paarse Vrijdag, echt hard nodig", zegt Neplenbroek. Hij draagt zelf ook paars, onder meer om jongeren die twijfelen of zich niet geaccepteerd voelen te steunen. "Juist om scholieren die misschien ook nu vandaag aan de ontbijttafel zitten een positief hart onder de riem te steken. Om te weten dat dat een goede plaats is in Nederland, ook voor jou."
Dit jaar doen volgens het COC een recordaantal van 3130 scholen mee aan Paarse Vrijdag. Toch is er ook weerstand. Uit een rondgang van het AD en regionale titels onder ruim vijftig onderwijsinstellingen, samen goed voor 250 scholen, blijkt dat ruim een derde te maken heeft met weerstand, gevoeligheid of terughoudendheid rond de actiedag. Op sommige scholen worden posters weggehaald of maken leerlingen negatieve opmerkingen.
'Kan ook contraproductief werken'
Neplenbroek vindt dat het goed is om kritisch te kijken naar de middelen waarmee aandacht wordt gevraagd voor de regenbooggemeenschap. Naast Paarse Vrijdag zijn er bijvoorbeeld regenboogzebrapaden en -bankjes. Hij vraagt zich af of de nadruk op zulke symbolen soms juist averechts kan werken.
"Ik denk het wel. Ik denk het wel", zegt hij op de vraag of symboliek contraproductief kan zijn. Hij vraagt zich af of de jongens die neutraal of negatief tegenover homoseksualiteit staan, door een sterke nadruk op symbolen juist verder van het onderwerp af komen te staan.
Neplenbroek benadrukt dat het uiteindelijk gaat om de boodschap achter de vlag of de actiedag. "En dat is een persoonlijke. Hoe persoonlijker je het maakt, hoe dichterbij het komt, hoe meer effect het kan hebben."
Meer investeren in politie
Volgens Neplenbroek zijn er ook concrete maatregelen nodig om de acceptatie te verbeteren. Hij noemt de aangekondigde investering in politiecapaciteit om aangiftes van homofobie te kunnen behandelen als een positieve ontwikkeling. "Dat heeft Jetten goed gedaan. Ik denk dat dat een heel goede ontwikkeling is."
Ook ziet hij een belangrijke rol weggelegd voor GSA-netwerken op middelbare scholen. GSA staat voor Gender and Sexuality Alliance: een groep leerlingen die zich inzet voor een school waar iedereen zichzelf kan zijn, ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Jongeren kunnen er terecht met vragen en vinden er steun bij leeftijdsgenoten. "Geef daar extra aandacht aan, zodat jongeren elkaar kunnen ontmoeten en ook die boodschappen een stukje verder kunnen brengen. Ik denk dat dat echt een belangrijk onderdeel is van zo'n emancipatiestrijd."