Burgemeester Loosdrecht niet blij met politici die naar demonstraties komen: 'Lont in het kruitvat'
De rellen rond de asielopvang in Loosdrecht hebben volgens burgemeester Mark Verheijen laten zien hoe snel een lokale gemeenschap kan ontsporen. Nu de Tweede Kamer debatteert over het demonstratierecht, pleit hij voor meer mogelijkheden om tijdens demonstraties in te grijpen. Tegelijkertijd waarschuwt hij politici om niet zelf olie op het vuur te gooien.
"Het voelde in die eerste dagen als een soort oorlogsgebied", vertelt Verheijen in Goedemorgen Nederland over de periode waarin de anti-AZC-demonstraties in Loosdrecht volledig uit de hand liepen. Volgens de burgemeester stonden hij en de politie voor ingewikkelde keuzes. "Op een gegeven moment heb je eigenlijk al je instrumenten ongeveer wel ingezet. Dat waren geen makkelijke dagen."
Inmiddels is het rustig rond de opvang. Volgens Verheijen verloopt het, zoals op veel plekken in Nederland, zonder noemenswaardige incidenten. De gevolgen van de rellen zijn volgens hem echter nog altijd merkbaar in de gemeenschap. "Je ziet dat mensen ook gewoon tegenover elkaar kwamen te staan, in families, in appgroepen, in verenigingen. Iedereen moest een kant kiezen."
Volgens Verheijen kwamen bovendien veel mensen van buiten naar Loosdrecht om de onrust aan te jagen. "Dan sta je soms als burgemeester toch even machteloos toe te kijken."
Meer mogelijkheden voor burgemeesters
Juist daarom kijkt Verheijen met belangstelling naar het debat in de Tweede Kamer over het demonstratierecht. Het kabinet wil het demonstratierecht als grondrecht blijven beschermen, maar tegelijkertijd gerichte aanpassingen doen om beter te kunnen optreden tegen strafbare feiten en gevaarlijke acties.
Zo wil het kabinet de mogelijkheden voor strafrechtelijk optreden tijdens demonstraties verduidelijken. Ook komt er een wettelijke bevoegdheid voor bestuurlijke verplaatsing, waarmee burgemeesters groepen demonstranten onder voorwaarden kunnen laten verplaatsen wanneer zij een bevel om een locatie te verlaten niet opvolgen.
Verheijen vindt dat nodig. "Je ziet dat de afgelopen jaren demonstraties soms zijn misbruikt om strafbare feiten te plegen, om te gaan rellen." Tegelijkertijd benadrukt hij dat het demonstratierecht zelf wat hem betreft stevig moet worden beschermd. "Het demonstratierecht is bijna de kern van onze democratie, dat je je mening mag uiten, ook als je het niet met die mening eens bent."
Volgens de burgemeester schiet het huidige instrumentarium op sommige momenten tekort. "Je ziet dat je toch, zeker als het uit de hand loopt, dat je toch een aantal instrumenten mist."
Gezichtsbedekking
Een van de onderwerpen waarover de Kamer debatteert, is gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties. Verheijen ziet daar wel een probleem, maar is geen voorstander van een generiek verbod. In Loosdrecht stelde hij eerder al voorwaarden aan demonstraties, waaronder een verbod op gezichtsbedekkende kleding. Volgens hem moet een burgemeester die mogelijkheid houden, maar is een algemeen verbod niet nodig.
"Om het generiek te doen, volgens mij werkt dat ook niet in het Europese recht zo, daar kom je niet mee weg", zegt Verheijen. "En twee, het is volgens mij ook niet nodig, omdat het nu voor een burgemeester ook al mogelijk is om het te doen."
Seksuologe en Vlaams politica Goedele Liekens kijkt daar anders naar. In België geldt volgens haar al een algemeen verbod op gezichtsbedekking in de openbare ruimte. "Bij ons is sowieso verboden in de openbare ruimte om je gezicht, om je onherkenbaar te maken."
Meer steun van landelijke politiek
Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk vindt dat de ervaringen van Verheijen ook een bredere politieke les bevatten. Volgens hem worden lokale politici te vaak geconfronteerd met problemen die landelijk zijn ontstaan. "Ik denk dat dat een oproep is aan de politiek breed, dat wij eigenlijk burgemeesters en lokale politici veel meer zouden moeten steunen", zegt Boswijk. "Ik denk dat er ook wel te veel vaagheid is en dat uiteindelijk de Haagse problemen eigenlijk over de schutting worden gegooid bij de lokale politici, waardoor mensen zoals Mark eigenlijk meteen in de wind staan."
Daarbij gaat het volgens Verheijen niet alleen om steun vanuit Den Haag, maar ook om de manier waarop landelijke politici zich opstellen wanneer zij naar een plaats als Loosdrecht komen. Hij verwijst daarbij naar politici die tijdens de onrust naar de gemeente kwamen en zich uitspraken tegen de opvang.
Boswijk noemt het belangrijk dat politici de zorgen van inwoners serieus nemen, maar vindt dat zij moeten nadenken over de manier waarop ze dat doen. "Je kan ook steunen door erheen te gaan, door dat gesprek aan te gaan en dan vervolgens naar Den Haag en daar je werk te gaan doen."
Volgens Boswijk is het niet nodig om tijdens een gespannen situatie zelf de confrontatie verder aan te wakkeren. "Je hoeft niet per se altijd op elk moment een podium en een megafoon te pakken, je moet ook zelf kijken: wat is verstandig, wat draagt bij?"
Verheijen vat zijn kritiek op politici die volgens hem de polarisatie verder aanwakkeren scherp samen. "De samenleving is dan heel gespannen, het is een beetje een kruitvat en als er dan politici komen met een lucifer... Dan wordt het alleen maar erger. Dan moet je echt in Den Haag je werk gaan doen en niet met die lucifer het kruitvat binnenlopen."