Boswijk wil meer ruimte voor Defensie, maar begrijpt natuurorganisaties: 'Militairen beschermen liever een land met veel biodiversiteit dan een parkeerplaats'
Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk wil gemeenten, provincies en natuurorganisaties niet tegen de haren instrijken met de nieuwe wet die ervoor moet zorgen dat Defensie sneller en eenvoudiger kan oefenen. "Ik weet zeker: militairen beschermen liever een land met veel biodiversiteit dan een land met de biodiversiteit van een parkeerterrein", zegt de CDA-bewindsman in Goedemorgen Nederland op NPO 1.
Het wetsvoorstel, de Wet op de defensiegereedheid, moet voorkomen dat de krijgsmacht bij het voorbereiden op nieuwe dreigingen te veel wordt geremd door bestaande procedures en regels. Daardoor krijgt Defensie onder meer meer ruimte om realistischer te oefenen, projecten sneller uit te voeren en beter in te spelen op ontwikkelingen zoals drones en cyberdreigingen.
"Wij oefenen veel meer dan we gewend zijn en dat is ook goed, want je wil altijd voorbereid zijn. Maar we worden nog steeds enorm beperkt", begint Boswijk. "We hebben in Oekraïne gezien dat loopgraven weer worden gebruikt, iets wat we niet hadden verwacht. Maar als wij nu een loopgraaf willen graven op een defensieterrein, moeten we een bouwvergunning aanvragen."
Bovendien moet zo'n loopgraaf op een oefenterrein voldoen aan allerlei regels, bijvoorbeeld over de juiste lichtinval en luchtventilatie. "Iedereen zal begrijpen dat dat niet werkt. Daarom komen we met deze wetgeving, om ervoor te zorgen dat onze militairen veel sneller en realistischer kunnen oefenen."
Geen ellebogenwerk
Maar het wetsvoorstel stuit ook op verzet. "Ik hoor mensen zeggen: 'Defensie doet een beetje ellebogenwerk, iedereen moet aan de kant'", vat Boswijk de kritiek samen. Volgens hem wordt bijvoorbeeld het belang van meer oefenruimte voor Defensie tegenover dat van de natuur gezet. "Maar dat is een valse tegenstelling. Natuur en Defensie gaan heel goed samen."
Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk wil meer ruimte voor oefeningen van de krijgsmacht. "We worden nog steeds enorm beperkt. Als je een loopgraaf wil graven op een defensieterrein, moet je een bouwvergunning aanvragen. Dat duurt veel te lang."#WNL #GoedemorgenNederland pic.twitter.com/wGdhzF6YIL
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) September 10, 2026
Hij legt uit: "De staat van natuur op Defensieterreinen is heel erg goed. Er zijn insecten en vogelsoorten die alleen maar op terreinen van Defensie voorkomen. De rouwrandspanner, daar had ik nooit van gehoord, een nachtvlinder, komt op één plek in Nederland voor, op een Defensieterrein! En natuurlijk worden er weleens dingen opgeblazen, maar dat weerhoudt een arend in 't Harde er niet van om te blijven broeden."
Om lokale overheden te vriend te houden, wil Boswijk actief meedenken over de vraagstukken waar zij voor staan. "Ik heb ook tegen mijn mensen gezegd: ga ook kijken hoe wij kunnen helpen bij die grote stikstofopgave. Kunnen wij misschien al meer natuurherstellende maatregelen nemen dan puur voor ons eigen gebruik nodig is? Er zijn ook woningbouwlocaties rond Defensieterreinen, kunnen we daar ook een rol in spelen?"
Partijgenoot van Boswijk en gedeputeerde in Gelderland Peter Drenth zei dat Defensie met de wet over de provincie Gelderland heen walst, terwijl er volgens hem al sprake is van een goede samenwerking. "Veel Defensieterreinen zitten in Gelderland en we hebben nu al heel goed overleg", erkent Boswijk, "maar goed overleg neemt niet weg dat we nog steeds de procedures moeten doorlopen."
"Daar kan Peter Drenth op dit moment ook niks aan veranderen. Ik denk dat hij het echt wel met mij eens is dat bepaalde procedures echt te lang duren. Het is niet uit te leggen dat voor het aanleggen van een loopgraaf op onze Defensieterreinen je een procedure van maanden moet doorlopen."
'Intrinsiek gemotiveerd' om biodiversiteit te helpen
Boswijk benadrukt dat hij niemand tegen zich in het harnas wil jagen. "Uiteindelijk heb ik twee opdrachten: één is de krijgsmacht opbouwen en twee is het draagvlak voor onze krijgsmacht verbreden. Stel dat de oorlog in Oekraïne voorbij is, dan wil ik voorkomen dat het draagvlak weg is. Ik wil continu ervoor zorgen dat het draagvlak er is, ook onder bondgenoten die niet vanzelfsprekend zijn, zoals natuurorganisaties. We willen nu niet voordringen en dat we het straks als een boemerang terugkrijgen."
De staatssecretaris is naar eigen zeggen "echt intrinsiek gemotiveerd" om de biodiversiteit te laten toenemen. "Maar soms moet je een afweging maken: hier vinden we veiligheid en realistisch kunnen oefenen gewoon belangrijker. Ik ontken niet dat het schuurt, maar als Defensie hebben wij een slogan: wij beschermen wat ons dierbaar is. Ik weet het zeker: militairen beschermen liever een land met veel biodiversiteit dan een land met de biodiversiteit van een parkeerterrein."
"Ik ben er echt van overtuigd dat het overleg met natuurorganisaties en medeoverheden superbelangrijk is. Maar iedereen zal ook begrijpen dat we bepaalde regels en wetten in vredestijd hebben opgetuigd die ons er nu van weerhouden om echt gereed te staan voor als het moment daar is. En laten we hopen dat dat moment nooit komt, maar hoop is geen militair woord. Ik moet altijd zorgen dat ik klaar ben voor het allerslechtste scenario."
Trainen in het buitenland gebeurt overigens ook al volop, zegt hij. "Ik durf wel te zeggen dat mensen van de 11 Luchtmobiele Brigade ongeveer vier maanden per jaar in Duitsland of Arizona zitten. Maar de hoofdreden dat militairen de dienst verlaten, is de balans tussen werk en privé. Dus ja, we doen heel veel en kijken naar slimme combinaties, maar uiteindelijk moet je in je eigen land kunnen oefenen, ook voor het behoud van je personeel."