Drie miljoen mensen hebben moeite met lezen en schrijven: 'We laten heel veel potentie liggen!'
In Nederland hebben drie miljoen mensen van 16 tot 75 jaar moeite met lezen, schrijven of rekenen. Vooral de teruglopende leesvaardigheid onder jongeren baart kinderboekenschrijver Kevin Hassing zorgen. Hij ziet tijdens schoolbezoeken hoe groot het probleem is en luidt de noodklok. "Docenten denken: er komt een schrijver, ik heb een uurtje, en die gaat lekker zitten nakijken!"
De leesvaardigheid onder Nederlandse jongeren valt steeds verder terug, zo werd dinsdagochtend duidelijk uit een uitgebreid onderzoek. Veertig procent van de huidige vijftienjarigen kan niet goed lezen. Laaggeletterdheid dreigt als ze de school verlaten. "Ze kunnen later de kranten niet lezen, ook geen boeken en ze kunnen niet een sollicitatieformulier invullen. Ze komen niet bij hun potentie. Een kind kan niet iets worden, omdat hij of zij zich niet ontwikkelt en niet leest. We laten hier veel liggen."
Hassing gaat daarom al zes jaar langs scholen om kinderen op het hart te drukken hoe belangrijk lezen is. Volgens hem is de ernst van de situatie in de politiek nog steeds niet duidelijk. "Daar word ik erg verdrietig van."
De schrijver gaat zo'n drie scholen per week af, zegt hij in Goedemorgen Nederland. Volgens hem zijn het gemiddeld twee scholen waar hij bij binnenkomst gelijk positief is, maar bij één is dat zeker niet het geval. "Ik denk dan: dit gaat hem niet worden. Twee van de drie klassen zijn vaak heel leuk en goed voorbereid. Zij hebben een docent die voorleest en kinderen die zelf graag lezen omdat de docent ook voorleest. Ze bedenken ook vragen voor de schrijver. Bij de derde klas kom ik binnen en moet ik mijzelf helemaal introduceren."
Zijn boek wordt niet voorgelezen en scholieren vragen eerder naar zijn lievelingskleur en lievelingseten dan iets inhoudelijks op het gebied van lezen. "Als ik weg ben, gaat er bij die kinderen natuurlijk niets gebeuren in hun hoofd. Ze gaan niet aan. Die docent denkt: er komt een schrijver, ik heb een uurtje, en dan gaan ze zitten nakijken terwijl ik er ben. Ze gaan soms met hun rug naar mij toe zitten nakijken! Ik heb gelijk een klacht ingediend bij die school."
Hij vervolgt: "Als je als kind je docent ziet afhaken, haak je natuurlijk zelf ook af. Dat is de hele boodschap! Als kinderen hun docent zien lezen, raken ze juist geïnteresseerd. Zien lezen doet lezen."
'Ze stagneren of vallen terug'
Voor Hassing begint een schoolbezoek al vóór de eerste ontmoeting: "Als ik geen mailtje heb gehad met hoe leuk ze het vinden dat ik kom en wat ze kunnen doen om het voor te bereiden, dan vind ik het al spannend. Als ik die mail wel krijg, weet ik: ze zijn ermee bezig. Dat is goed."
De uitnodiging zelf is natuurlijk al positief, onderstreept hij. "Ze willen een schrijver op school en aandacht besteden aan leesonderwijs. Dat is een goed signaal. De mailtjes van scholen die ik niet krijg en de scholen die schrijvers niet uitnodigen omdat het veel geld kost, daar moeten we ons zorgen om maken."
Volgens hem kan de leesvaardigheid zelfs per klas verschillen. "Dan kom ik in groep vijf en daar leest iedereen op het niveau van groep zes/zeven. Vervolgens kom ik in groep zes en daar staat een docent voor de klas die niet van lezen houdt. De kinderen stagneren vervolgens of vallen terug."
'Wat interesseert ze?'
Oud-Tweede Kamerlid Boris van der Ham (D66) benadrukt dat lezen niet eens hoeft te beginnen bij een boek. "Ik vond vroeger Suske en Wiske fantastisch. Dat is ook lezen, ik heb veel klassieke mythologie via Suske en Wiske geleerd. Mijn zoon heeft heel lang de Donald Duck gelezen, waar hij allemaal spreekwoorden en gezegden uit kon halen. Je hoeft niet altijd te focussen op het klassieke boek, je kan ook op een andere manier geïntroduceerd worden."
Daar is Hassing het deels mee eens. "Oude boeken en strips vind ik niet goed. Dit gaan kinderen niet allemaal meer lezen, laten we eerlijk zijn. Dit zijn voor onze jeugd fijne boeken geweest, maar we moeten naar de kinderen van nu kijken! Wat interesseert ze, wat is hun spanningsboog?"
We moeten daarom in de spiegel kijken en hebben allemaal een verantwoordelijkheid om de leesvaardigheid in Nederland te verbeteren, sluit hij af. "Ik als schrijver, de media en de politiek. Om de problemen te benoemen, oplossingen aan te dragen en om die ook op te volgen. Die oplossingen zijn niet moeilijk, maar we moeten het wel doen."