Spaanse premier: geen bewijs dat Marokko achter toeloop Ceuta zat
De Spaanse premier Pedro Sánchez zegt geen "harde bewijzen" te hebben dat Marokko achter de oversteek van tienduizenden migranten zat bij Ceuta. Wel zei hij dat de Marokkaanse grenspolitie het urenlang liet gebeuren. Ook verweet hij twee Marokkaanse ministers dat ze "onaanvaardbare" uitspraken deden. Daarvoor heeft hij de Marokkaanse ambassadeur ontboden.
Sánchez spreekt in het Spaanse Congres over de toestroom van meer dan 70.000 mensen in de exclave, eind juli. De meesten keerden binnen enkele uren weer terug, maar duizenden anderen niet. De autoriteiten aan beide kanten van de grens leken weinig te kunnen tegen de grote mensenmassa die in een paar uur tijd vanuit Marokko de grens overstak.
De twee Marokkaanse ministers hadden gezegd dat ze vinden dat de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla bij Marokko horen. De twee gebieden liggen aan de kust in Noord-Afrika, grenzend aan Marokko.
De mensen die de grens overstaken, lijken mede geïnspireerd te zijn door berichten op sociale media. "Ik kan u verzekeren dat geen enkele instantie, de diplomatieke dienst, de Europese Commissie, of een internationaal orgaan, de Spaanse regering enig hard bewijs heeft geleverd dat Marokko dit incident heeft gepland of uitgevoerd. Helemaal niets", aldus de premier.
De Marokkaanse politie liet de mensen er wel gedurende een periode van tien uur langs. Volgens Sánchez wordt nog uitgezocht of dat was omdat ze niet optraden of omdat ze daartoe niet in staat waren.
Sánchez riep de Spaanse koning Felipe VI op om een bezoek te brengen aan Ceuta en Melilla, omdat men daar "na twintig jaar zonder bezoek van het staatshoofd" behoefte aan heeft. Wat hem betreft moet dat bezoek in "de komende weken" plaatsvinden.