Martin Sommer: 'Regenboogvlag ondergraaft neutraliteit van de staat'
De overheid moet neutraal blijven en zich niet bemoeien met morele vraagstukken, vindt historicus en columnist Martin Sommer. Volgens hem heeft de secularisering ervoor gezorgd dat de staat steeds meer de rol van de kerk is gaan overnemen. "Dat is een gevaarlijke ontwikkeling", zegt hij in de podcast Onze Eeuw.
Sommer ziet een verband tussen de ontkerkelijking en de manier waarop Nederlanders tegenwoordig naar de samenleving kijken. Waar de kerk vroeger een moreel kader bood, is dat kader volgens hem grotendeels verdwenen. "Als de kerk wegvalt en dus ook de morele bedding van het bestaan, wie neemt dat dan over? Het godvormige gat werd dat wel eens genoemd. De staat dat heeft overgenomen."
Volgens Sommer zit daar een belangrijk risico in. De staat hoort volgens hem juist neutraal te blijven als het gaat om goed en kwaad. "De staat hoort buiten de kwesties van goed en kwaad te blijven. Want de politiek moet zich daar wel mee bezighouden, maar niet de overheid zelf."
Als voorbeeld noemt Sommer de burgemeester van Haarlem, die boven de partijen hoort te staan. Toen vanaf de toren van de oude Bavo in Haarlem een regenboogvlag werd gehesen, zag Sommer daarin een politieke en morele boodschap van de overheid. "Naar mijn oordeel nam daarbij dus de staat, die neutraal hoort te zijn, een politiek standpunt, een moreel standpunt in."
Sommer noemt dat "erg gevaarlijk". "Dan gaat de staat dus tegen jou en tegen mij zeggen, niet alleen hoe wij ons moeten gedragen, want dat ligt natuurlijk in de wet en die kun je overtreden, maar ook hoe wij moeten denken."
Individualisering
Zijn analyse sluit aan bij wat hij in zijn boek De nieuwe standenstaat beschrijft. Volgens Sommer zijn de oude standen verdwenen, maar zijn daarvoor nieuwe vormen van ongelijkheid en machtsvorming teruggekomen. Ook individualisering speelt volgens hem een rol. "Mensen worden ook steeds gevoeliger, dat hoort ook denk ik bij die individualisering." Daardoor komt volgens hem in de samenleving het belang van de één steeds meer tegenover dat van de ander te staan.
Ook de groei van de overheid past volgens Sommer in dat beeld. Hij wijst op het toenemende aantal beleidsambtenaren en de sterk gecentraliseerde manier waarop Nederland wordt bestuurd. "Onze Nederlandse politiek is heel erg top-down. Normaal is de vertegenwoordigende politiek natuurlijk bottom-up. Van onderop, vertegenwoordiger van jouw en mijn standpunt. Nederland is enorm gecentraliseerd."
Die ontwikkeling leidt volgens Sommer tot steeds meer overheidsbemoeienis. "Voortdurend wordt er van bovenaf besloten: we moeten dit nog regelen, we moeten dat nog regelen. Oh, we moeten dit zo en zo. En vervolgens komen die ambtenaren eigenlijk bijna vanzelf." Tegelijkertijd ziet hij een tegenstelling bij burgers. "Aan de ene kant willen mensen meer regels, aan de andere kant haten ze regels."