Advocaat Marcel van Gessel waarschuwde oud-stagiair Derk Wiersum voor bijstaan kroongetuige: "Dit moet je gewoon niet willen"
Strafrechtadvocaten Marcel van Gessel en Veerle Hammerstein, die als echtpaar jarenlang met Derk Wiersum op hetzelfde kantoor werkten, zijn kritisch op het gebruik van kroongetuigen. Voor Van Gessel is het onderwerp bovendien niet nieuw: eind jaren 90 stond hij als advocaat Ad Karman bij, een van de eerste kroongetuigen in de Nederlandse rechtsgeschiedenis.
Jaren later waarschuwde hij zijn voormalig kantoorgenoot Wiersum om zich niet met kroongetuigen in te laten. Volgens Van Gessel is de omstreden opsporingsmethode niet houdbaar zolang de veiligheid van kroongetuigen en hun advocaten niet kan worden gegarandeerd.
Hammerstein, herinnert zich nog goed het moment waarop ze hoorde dat haar voormalig kantoorgenoot Wiersum was doodgeschoten. Ze was in de sportschool toen ze andere mensen hoorde praten over een advocaat die op straat was neergeschoten. "Ik dacht dat ze het over een film hadden. En ik heb daar nog best lang naar zitten luisteren. Ik dacht dat ze het over een film hadden, over een advocaat die op straat was neergeschoten in Amsterdam."
Pas toen Hammerstein haar telefoon pakte, drong tot haar door dat het daadwerkelijk om Wiersum ging. "Ik ben vrij onwetend naar mijn kluisje gelopen. Ik pakte mijn telefoon, die natuurlijk geëxplodeerd was. En ik ben naar buiten gelopen. En ik heb Marcel gebeld. En echt geschreeuwd."
Wiersum werd in september 2019 doodgeschoten voor zijn woning in Amsterdam. Hij stond op dat moment kroongetuige Nabil B. bij in het Marengo-proces. Eerder was ook de broer van de kroongetuige al geliquideerd.
De moord heeft volgens Hammerstein nog altijd diepe sporen nagelaten. Zij en Van Gessel werkten jarenlang samen met Wiersum op hetzelfde advocatenkantoor. Binnen het kantoor was het risico van het werken met kroongetuigen al vaker onderwerp van gesprek.
Van Gessel waarschuwde Wiersum
Van Gessel had zelf al ervaring met de kroongetuigenregeling voordat Wiersum ermee te maken kreeg. Eind jaren 90 was hij advocaat van Ad Karman in de strafzaak tegen drugsbaron Johan V., alias De Hakkelaar. Karman gold als een van de eerste kroongetuigen in de geschiedenis van de Nederlandse rechtspraak.
Strafrechtadvocaat Marcel van Gessel had de in 2019 doodgeschoten Derk Wiersum jarenlang als kantoorgenoot. Al vroeg waarschuwde hij zijn advocaten: ga nooit een kroongetuige bijstaan. "Beveiliging is een ding wat niet kan. Nederland is te klein om ergens te zitten waar je veilig… pic.twitter.com/aN0evaTiam
— WNL Vandaag (@WNLVandaag) August 29, 2026
De ervaringen uit die tijd maakten Van Gessel kritisch op de manier waarop Nederland met kroongetuigen omgaat. Toen hij later advocaten opleidde, onder wie Wiersum en Hammerstein, waarschuwde hij hen dan ook om geen kroongetuige bij te staan als dat op hun pad zou komen. "Dit moet je gewoon niet willen. Dus ik heb ook tegen de mensen die ik heb opgeleid, onder wie Dirk en Veerle, gezegd: als dit voorkomt, moet je het niet doen."
Volgens Van Gessel zit het grootste probleem bij de bescherming van kroongetuigen. Hij heeft weinig vertrouwen in de mogelijkheid om iemand in Nederland zijn of haar veiligheid te garanderen. "Omdat in Nederland beveiliging een ding is wat niet kan. Wat altijd misgaat. Nederland is te klein om ergens te zitten waar je veilig bent. Je weet binnen drie slagen waar iemand is, want we hebben een heel goed werkend bevolkingsregister. Dus het lukt gewoon niet."
Ook de verhalen over kroongetuigen die na hun verklaringen ergens ver van Nederland een nieuw leven zouden kunnen beginnen, overtuigen hem niet. "Er zijn natuurlijk hele mooie verhalen van kroongetuigen die dan de rest van hun leven mogen wonen op een tropisch eiland. Maar dat kan niet. En dat is ook geen werkelijkheid."
'Armoede van het systeem'
De kritiek van de advocaten komt op een moment dat de kroongetuigenregeling verder wordt uitgebreid. Vanuit opsporingsperspectief is het volgens Hammerstein begrijpelijk dat justitie gebruik wil maken van kroongetuigen. Zij kunnen informatie leveren over zware en georganiseerde criminaliteit. "Maar als de basis er niet is, dan is het een ramp", zegt ze.
Daarnaast vraagt Hammerstein zich af wat de motivatie van een kroongetuige precies is. Een verdachte kan immers kiezen tussen een lange gevangenisstraf en deelname aan een getuigenbeschermingsprogramma. "Vanuit opsporingsperspectief is het heel logisch. Je wilt informatie. En al is 60 procent van de informatie waar, dan heb je iets en dan kun je verder rechercheren. Maar bij een kroongetuige zelf weet je nooit wat echt de beweegreden is. Wil iemand echt de waarheid vertellen en schoon schip maken? Of wil iemand zoveel mogelijk strafvermindering?"
Van Gessel ziet de discussie over het uitbreiden van de kroongetuigenregeling daarom als een symptoom van een groter probleem binnen het strafrecht. Volgens hem wordt een regeling verder opgerekt terwijl de basis al onvoldoende is. "Het is ook de armoede van het systeem. Je gaat een regeling oprekken die al heel moeilijk is uit te voeren."
Volgens Van Gessel moet er daarom vooral worden gekeken naar andere manieren om zware criminaliteit te bestrijden. "Wat je juist moet doen, is naar meer generale middelen zoeken om mensen te bestraffen. De rechter krijgt van de politiek een gereedschapskist en die gereedschapskist is vrij leeg. En die wordt echt niet voller door die kroongetuigenregeling."