Toch dwangsom in toeslagenzaak, ondanks uitspraak Raad van State
De rechtbank Midden-Nederland blijft dwangsommen opleggen aan de Dienst Toeslagen, als die organisatie te laat een besluit neemt over een schadevergoeding voor toeslagenouders. Begin juni oordeelde de Raad van State dat de toeslagendienst die dwangsommen voorlopig niet hoeft te betalen, onder meer omdat die er niet toe zouden leiden dat ouders sneller een besluit krijgen. Maar de rechtbank volgt die lijn niet, zo blijkt maandag uit een aantal uitspraken.
Volgens de rechtbank Midden-Nederland hebben ouders zonder dwangsom geen mogelijkheden meer om af te dwingen dat een uitspraak van de rechter wordt nageleefd. "Dat is juist een belangrijk rechtsbeginsel", aldus de rechtbank, die zich ook afvraagt of het oordeel van de Raad van State ertoe leidt dat ouders minder vaak naar de rechter stappen.
Gedupeerden van de toeslagenaffaire hebben recht op een algemene vergoeding van 30.000 euro, maar sommigen maken ook aanspraak op aanvullende compensatie. De Dienst Toeslagen bepaalt hoeveel 'werkelijke schade' zij hebben geleden en hoeveel geld ze daarvoor terugkrijgen. De organisatie doet gemiddeld echter veel langer over die beslissing dan de vastgestelde termijn. Sommige ouders zijn daarop naar de rechter gestapt, die de dienst dan vaak een deadline en een dwangsom oplegde.
De Raad van State oordeelde in juni dat de Dienst Toeslagen tot 3 juni volgend jaar geen dwangsommen hoeft te betalen, omdat het stelsel "volledig vastgelopen" zou zijn. De rechtbank Midden-Nederland zegt zich te realiseren "dat het uitzonderlijk is om de lijn die de hoogste rechter heeft uitgezet niet te volgen", maar wijst ook op het belang dat de Raad van State zou hechten aan het belang van tegenspraak, juist rond de toeslagenaffaire.