Variabele gascontracten 12 procent duurder dan voor Iranoorlog
Energiebedrijven hebben hun variabele contracten voor gas met ingang van deze maand met zo'n 7 procent in prijs verhoogd. Daardoor liggen de tarieven voor variabele gascontracten inmiddels 12 procent hoger dan vlak voor de oorlog in Iran, heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) becijferd.
Omdat leveranciers de tarieven van variabele contracten vaak vier keer per jaar aanpassen, bleven deze tarieven sinds de oorlogsuitbraak lange tijd constant. Door het groeiende aandeel groene energie hoeft de stijgende gasprijs minder te worden verwerkt in de stroomtarieven. De variabele tarieven voor elektriciteit gingen per 1 juli daarom ook minder sterk omhoog, ongeveer 3 procent. Ongeveer de helft van alle elektriciteit die in Nederland wordt opgewekt is volgens de ACM afkomstig van windmolens en van zonneparken en zonnepanelen op de daken van huishoudens en bedrijven.
Vaste contracten zijn deze maand juist met 1 tot 6 procent goedkoper geworden, constateert de ACM. Dat heeft te maken met de tijdelijk gedaalde groothandelsprijzen van de afgelopen maand.
Direct na het uitbreken van de oorlog hebben relatief veel consumenten gekozen voor een vast contract. In maart kwamen er wel 110.000 huishoudens met een vast contract bij. Afgelopen jaar bedroeg de maandelijkse toename gemiddeld nog zo'n 25.000 huishoudens.
Het aantal consumenten dat is overgestapt naar een andere leverancier is wel al maandenlang opvallend laag. De groei van vaste contracten is dus vooral afkomstig van consumenten die daarvoor een variabel contract hadden bij dezelfde leverancier.
Tegelijkertijd blijft het aantal consumenten met een dynamisch contract stijgen: in maart netto met 17.000, in april met 23.000 en in mei met 30.000.