Minister Yesilgöz (Defensie): liefst na de zomer resultaten van samenwerking met Amerikaanse bedrijven, afhankelijkheid blijft altijd
Het kabinet wil het liefst nog na de zomer de eerste "resultaten laten zien" van samenwerkingen met Amerikaanse bedrijven in de defensie-industrie. Dat zegt minister van Defensie Dilan Yesilgöz in het radioprogramma Sven op 1 - Zomereditie.
Yesilgöz (VVD) is op dit moment bij de NAVO-top in de Turkse hoofdstad Ankara, waar leiders van de 32 NAVO-lidstaten bijeen zijn om te spreken over de verdere versterking van de alliantie, hogere defensie-uitgaven, de oorlog in Oekraïne, de situatie in het Midden-Oosten en de samenwerking binnen de defensie-industrie.
"Ik heb zojuist gesprekken gehad met Amerikaanse bedrijven die raketten leveren, bijvoorbeeld voor straaljagers. Daar hebben we een enorm tekort aan", vertelt Yesilgöz vanuit Turkije. "We willen graag coproducties, zodat we ook in Nederland raketten kunnen produceren. Het is heel belangrijk dat we met Nederlandse en Amerikaanse bedrijven afspraken kunnen maken en aan de slag kunnen."
Defensieminister @DilanYesilgoz is 'in het belang van onze krijgsmacht' concreet zaken aan het doen met de VS 'We willen graag coproducties zodat wij ook raketten in Nederland kunnen produceren. Ik hoop daar na de zomer resultaten van te kunnen laten zien.' @Sven_op_1 #WNL pic.twitter.com/HGGeLJwn5D
— NPO Radio 1 (@NPORadio1) July 7, 2026
De minister heeft daar naar eigen zeggen "heel concreet" over gesproken met Amerikaanse bedrijven. "Ik hoop na de zomer daar al resultaten op te kunnen laten zien. Het hangt er even vanaf hoe snel die bedrijven het op orde hebben, maar wij zullen ons best doen vanuit de overheid om hen daarbij te helpen. Dat betekent dat we concreet met de Amerikanen zaken aan het doen zijn."
Ze sprak daar in Ankara niet over met haar Amerikaanse ambtgenoot Pete Hegseth, maar dus uitsluitend met vertegenwoordigers van het Amerikaanse bedrijfsleven. "Maar wel absoluut in het belang van onze eigen krijgsmacht."
"Dit zijn Amerikaanse bedrijven die zelf ook aangeven: de vraag is enorm toegenomen, wij kunnen het niet in ons eentje bijbenen en wij willen heel graag samenwerkingen, zodat ook Nederlandse bedrijven mee kunnen doen. Dat is goed voor onze krijgsmacht, maar ook voor Nederlandse bedrijven en de Nederlandse economie. Dat soort win-win-zaken grijp ik graag met beide handen aan."
Hoewel de minister de samenwerking met Amerikaanse bedrijven nadrukkelijk opzoekt, wil het kabinet de afhankelijkheid van de Verenigde Staten juist verkleinen. "We willen graag als Europa en Nederland onafhankelijker worden", erkent Yesilgöz, "maar we zullen altijd tot op zekere hoogte afhankelijk blijven van onze bondgenoten, waaronder de VS. Het gaat erom dat je het strategischer inricht en een gelijkwaardige partner wordt."
Volgens Yesilgöz betekent coproductie "dat we op ons continent en in ons land zaken produceren die we nodig hebben en daarvoor niet alleen naar andere landen, Amerika in dit geval, hoeven te kijken. Dat is de win-win en ik denk dat het heel erg wijs is, ook voor onze economie."
Investeringen in Defensie kosten geld, maar wat Yesilgöz betreft hoeft daarvoor de erfbelasting niet te worden verhoogd. "Deze coalitie heeft de plannen neergelegd waarin we inderdaad de investeringen in Defensie waarmaken; de 3,5 procent tot 2035. Hier wordt het ook zeer gewaardeerd door verschillende landen, omdat wij echt een stap naar voren zetten. We hebben het gedaan met een samenhangend plan en daar zit verhoging van de erfbelasting niet in."
Sven op 1 gemist? Luister deze uitzending nu terug als podcast. De tekst gaat hieronder verder.
Verschillende partijen in Den Haag willen de erfbelasting wel verhogen. "We zullen zien wat de politieke discussies opleveren. Als ik met mijn VVD-pet spreek, zeg ik: daar zit ik echt niet op te wachten en volgens mij heel veel Nederlanders niet. Als vicepremier en minister kijk ik naar het coalitieakkoord en daar staat het op dit moment ook niet in", reageert Yesilgöz.
Samenwerking lukt niet altijd
Hoewel ze pleit voor meer Europese samenwerking op defensiegebied, zijn twee Nederlands-Duitse defensieprojecten, waaronder de samenwerking tussen Damen en het Duitse TKMS bij de bouw van nieuwe fregatten, stukgelopen door onenigheid over het ontwerp en de verdeling van het werk. "Dit zijn twee projecten waar ik zelf ook met een knoop in mijn maag naar heb gekeken", erkent de minister.
Volgens haar zijn die projecten echter niet illustratief voor de Europese samenwerking als geheel. "Het zijn geen mooie voorbeelden. Ik heb gelukkig ook een lijst met mooie voorbeelden", zegt ze. "Maar als we dit in Europa echt waar willen maken, moeten we met elkaar die stappen leren zetten en kunnen zetten. Dan kun je dit soort tegenvallers niet gebruiken. Daar leren we van."
"Ik heb goed contact met mijn Duitse collega en er goed over gesproken. Het zit complex in elkaar, maar dan nog wil je dat dit soort zaken in de toekomst soepel verlopen. Gelukkig gebeurt dat al op een hoop dossiers, maar het moet op alle dossiers", zegt Yesilgöz.
Oekraïne
Ook over militaire steun aan Oekraïne verschillen Europese landen soms van mening. Anders dan bijvoorbeeld Duitsland is Yesilgöz bereid kruisraketten aan Oekraïne te leveren. "Als u mij vraagt: heeft Nederland een issue met het leveren van kruisraketten aan Oekraïne? Er zijn landen die dat liever niet doen. Wij zitten daar echt anders in. Oekraïne heeft geen theekransje met Poetin, daar is een daadwerkelijke oorlog gaande."
"Wij willen graag dat Poetin niet wint en dat dit ophoudt en dat er duurzame vrede is. Dat betekent dat je Oekraïne moet helpen op de manieren die Oekraïne echt nodig heeft. Dat hebben we in het verleden gedaan en dat zullen we blijven doen."
Maar volgens Yesilgöz bestaat er in Europa wel degelijk brede eensgezindheid over de steun aan Oekraïne. "De leidende gedachte is dat we met elkaar Oekraïne moeten helpen. Omdat we heel goed beseffen dat Oekraïne niet alleen voor zichzelf vecht, maar ook voor ons."
Daar leert Nederland overigens een hoop van, besluit ze. "Daarbij komt een Nederlandse doctrine dat onze krijgsmacht leert van wat het Oekraïense leger meemaakt. Dat maakt dat wij ook heel veel verder zijn in onze trainingen, bijvoorbeeld als het gaat om drones. En we willen dat onze industrie en economie er sterker van wordt."