Excuses kabinet aan vrouwen en hun gedwongen afgestane kinderen
Het kabinet heeft excuses aangeboden aan de circa 15.000 vrouwen die tussen 1956 en 1984 meestal ongetrouwd zwanger raakten en daarna onder grote druk hun kind ter adoptie moesten afstaan. Staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie, D66) sprak deze excuses uit in theater Amare in Den Haag en richtte die behalve aan de moeders, ook aan de vaders en afgestane kinderen. Haar woorden werden aangehoord door in de zaal aanwezige gedupeerden.
"Het was goed geweest als de overheid meer had gedaan, meer naar jullie om had gekeken", sprak de staatssecretaris. Maar in plaats daarvan had die "steken laten vallen" volgens de bewindsvrouw. "Daar bied ik jullie namens het hele kabinet nadrukkelijk excuses voor aan. Dit had nooit mogen gebeuren."
Belofte
Het kabinet belooft met maatregelen te komen die bijdragen aan erkenning en herstel voor de betrokkenen. Hierover wordt binnenkort een brief naar de Tweede Kamer gestuurd.
Vorig jaar concludeerde een onderzoekscommissie dat de moeders en hun kinderen veel schade hebben geleden door deze misstanden. De vaak jonge moeders, vaders en hun kind hadden "niet of nauwelijks een stem, laat staan enige regie", stelden de onderzoekers onder leiding van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. Het kwam ook voor dat moeders tijdens hun bevalling werden geblinddoekt, zodat ze geen band op zouden bouwen met hun kind.
Grote schande
Dat de meisjes en vrouwen zwanger waren geworden buiten het huwelijk, werd destijds als een grote schande gezien. Daarom werden zij door bijvoorbeeld hun familie of de kerk onder druk gezet om hun kind af te staan. De onderzoekscommissie wees naar uiteenlopende betrokkenen in de maatschappij en de overheid. Psychiaters zetten de moeders bijvoorbeeld weg als labiel en zeiden dat ze daarom geen kind konden opvoeden. De overheid maakte wetgeving die de positie van biologische ouders verzwakte ten opzichte van pleeg- en adoptieouders en was verantwoordelijk voor betrokken organisaties als de regionale Raden voor de Kinderbescherming.
Sommige van deze zogeheten 'afstandsmoeders' zagen hun kind nooit meer terug. Anderen hadden pas jaren later weer contact met ze. Een deel van de kinderen belandde in een onstabiele thuissituatie of werd lang in een tehuis opgevangen. De onderzoekers stelden dat moeders, vaders en kinderen tot op de dag van vandaag last kunnen hebben van dit verleden.