Celstraffen van 47 maanden opgelegd voor kunstroof Drents Museum
De rechtbank in Assen heeft vrijdag celstraffen van 47 maanden opgelegd aan de drie mannen uit Heerhugowaard die in januari vorig jaar de gouden helm van Coțofenești en drie gouden armbanden roofden uit het Drents Museum in Assen.
De rechtbank hield bij het bepalen van de straf rekening met de met twee verdachten gemaakte procesafspraken, omdat zij een deel van de buit hebben terugbezorgd. Tegen de derde verdachte Bernhard Z. was 5,5 jaar cel geëist. Met hem waren geen afspraken gemaakt, maar de rechtbank legde toch aan alle drie dezelfde straf op. Het Openbaar Ministerie was met verdachten Jan B. (21) en Douglas Chesley W. (37) celstraffen van 44 maanden overeengekomen.
De kunstschatten werden op 1 april, kort voor de rechtszaak, terugbezorgd. Alleen de derde armband is nog spoorloos. De rechtbank heeft geoordeeld dat het teruggeven van de kunst moet leiden tot lagere straffen, omdat de schade voor de maatschappij is verminderd. Dit uitgangspunt hanteert de rechtbank ook voor de 36-jarige Z.
Er is veel onduidelijkheid gebleven over waar de buit zich bevond en wie van de verdachten welk aandeel heeft gehad in de teruggave van de objecten. "Het is de rechtbank daarom onmogelijk gemaakt om te differentiëren", zei de rechtbankvoorzitter.
De geruchtmakende roof werd gepleegd in de nacht van 24 op 25 januari vorig jaar. De rovers bliezen een deur van het museum op en sloegen met voorhamers vitrines kapot. De rechtbank sprak van een professionele en geraffineerde werkwijze. De verdachten W. en Z. werden relatief kort na de roof aangehouden. De arrestatie van B. volgde eind april vorig jaar na een undercoveractie van de politie.
De rechtbank vindt dat justitie regels heeft geschonden in het onderzoek. Zo zijn de namen, foto's en woonplaatsen van de verdachten verspreid en is daarmee een te grote inbreuk gemaakt op hun privacy. Ook zijn de verdachten tijdens verhoren onder onaanvaardbaar grote druk gezet. Dit heeft geleid tot lagere straffen dan het uitgangspunt van de rechtbank.
De rechtbank benadrukte in de uitspraak het grote kunsthistorische belang van de helm en de armbanden, met een verzekeringswaarde van 5,7 miljoen euro. "Het belang en de waarde van deze voorwerpen zijn niet in geld uit te drukken. Ze zijn in letterlijke zin van onschatbare waarde."
W. en B. kunnen door de deal met het OM niet in hoger beroep, omdat de opgelegde straf niet meer dan drie maanden afwijkt van de afspraken. Het OM moet het vonnis bestuderen, zegt een woordvoerster.