Nederland is helemaal niet geëmancipeerd, zegt Lisa Loeb: 'Ga als man minder werken en neem zorgtaken op je'
Nederland ziet zichzelf graag als gidsland, maar we houden onszelf vooral voor dat we in een geëmancipeerd land leven. Dat zegt schrijver Lisa Loeb. Volgens haar gaat de emancipatie juist de verkeerde kant op. "Als je kijkt naar de positie van de vrouw zijn we echt heel conservatief en verre van progressief", aldus Loeb in Goedemorgen Nederland op NPO 1. Ze pleit voor een minister van Emancipatie.
Driekwart van de Nederlanders vindt zichzelf geëmancipeerd, maar 40 procent van de Nederlandse vrouwen is financieel afhankelijk. Vrouwen verdienen bovendien gemiddeld 10,5 procent minder dan mannen en Nederland heeft de op één na grootste pensioenkloof van Europa. Ook op de lijst van gendergelijkheid zakt ons land langzaam weg.
Fopfeminisme
Toch zal de gemiddelde Nederlander Nederland omschrijven als progressief en geëmancipeerd, denkt Loeb. "75 procent van de Nederlanders vindt zichzelf geëmancipeerd, maar daar houdt het ook wel op. Als je naar de feiten kijkt gaat het echt niet goed in Nederland. We houden onszelf voor de gek."
Ze legt uit: "Wij hebben onszelf ooit gedoopt tot gidsland. We hebben een aantal progressieve dingen, zoals het homohuwelijk en euthanasiewetgeving. En abortus, al staat dat nog altijd in het Wetboek van Strafrecht. Die feiten extrapoleren we naar: het zal ook wel goed gaan met de positie van de vrouw. Dat is helemaal niet het geval. Als je kijkt naar de positie van de vrouw zijn we echt heel conservatief en verre van progressief."
Loeb schreef er een boek over, Fopfeminisme. "We vinden onszelf zo progressief en geëmancipeerd en dat werkt als een fopspeen", legt ze de titel uit. "Zoals een speen een baby niet voedt maar stil houdt, zo houdt dat zelfbeeld dat het toch wel goed gaat ons ook stil, waardoor we de feiten niet meer zien. En die feiten zijn schrijnend: 40 procent van de vrouwen is niet financieel onafhankelijk."
Zelf groeide Loeb op in een naar eigen zeggen geëmancipeerd gezin. "Mijn ouders hadden een eigen bedrijf, waren ondernemer en deden de zaak en de zorg voor mij echt fifty-fifty. Ik ben geboren in 1989 en dacht dat dat normaal was toen ik opgroeide. Ik zat ook in een heerlijke bubbel in Amsterdam, waarbij de meeste kinderen ouders hadden die werkten én zorgden. Ik dacht dat dat de standaard was, maar pas later in mijn leven, na de middelbare school, kwam ik erachter dat dat helemaal niet zo is."
Ook haar eigen gezin is geëmancipeerd. Loeb werkt vijf dagen per week, haar man vier. Hij is één dag per week thuis bij hun zoon. "Aan mij wordt gevraagd: mis je je kind dan niet? Waarom werk je voltijd als je een gezin hebt? Mensen vergeten soms dat dat kind na werktijd ook nog bestaat en in het weekend is hij er ook gewoon nog. Mijn man is fantastisch en een supergoede vader, maar hij is voor de buitenwereld een enorme held: 'Wat knap! Wat goed!' Hij krijgt de complimenten, ik krijg moeilijke reacties."
Minister van Gendergelijkheid
In haar boek doet Loeb verschillende voorstellen om de emancipatie in Nederland verder op gang te helpen. "Ongelijkheid in Nederland is gemaakt met wetgeving. Vrouwen waren gelijk aan kinderen zodra je ging trouwen, je werd ontslagen als je ging trouwen als vrouw. Er zijn tientallen wetten voor nodig geweest om vrouwen te verbieden om te werken. Die wetgeving is weg, maar daarmee is niet meteen de cultuur veranderd. Tot 1971 moest je voor de wet gehoorzaamheid aan je echtgenoot tonen. Dat was nadat mensen op de maan hadden gelopen, laten we wel wezen."
"Het is geïnstitutionaliseerd met wetten en beleid, dus we hebben ook wetten en beleid nodig om het weer beter te maken", gaat ze verder. "De grootste oplossing is dat er een minister van Gendergelijkheid komt. Nu is er een staatssecretaris van Emancipatie (Judith Tielen, red.), die geen echte macht heeft en bovendien zowel LHBTIQ+-emancipatie als vrouwenemancipatie onder één portefeuille heeft, terwijl dat twee heel verschillende vraagstukken zijn."
"Ze mag zeggen dat het slecht gaat, maar vervolgens is er geen budget om er iets aan te doen. Er zijn geen targets, er zijn geen doelen. Neem de loonkloof, die is gemiddeld 10,5 procent. Er is geen doel: over vijf jaar moet het twee procent zijn. Terwijl, als je kijkt naar de zorgtaken en betaald werk: vrouwen zijn de afgelopen twintig jaar vijftien uur per week meer betaald werk gaan doen en mannen zijn 24 minuten, één aflevering Peppa Pig, meer gaan zorgen. Maak een plan!"
Hoewel de overheid volgens Loeb de handschoen moet oppakken, kunnen mensen ook zelf iets doen. "Een betere wereld begint bij jezelf. Je kan als man zeggen: ik ga minder dagen werken, ik ga die zorgtaken op mij nemen. Daar schort het echt aan in Nederland. En als vrouw: ga vijf dagen werken, ook al zeggen ze bij de kinderopvang dat je te laat bent om je kind op te halen. Who cares?"