Kamer maakt zich zorgen over haalbaarheid inclusief onderwijs
De Tweede Kamer maakt zich zorgen over de haalbaarheid van inclusief onderwijs. Het kabinet streeft ernaar dat scholen vanaf 2035 inclusief zijn. Dat houdt in dat alle leerlingen er onderwijs kunnen volgen, dus ook degenen die in de huidige situatie naar het speciaal onderwijs moeten. Meerdere fracties zijn positief over het idee, maar missen randvoorwaarden zoals kleinere klassen om het te laten slagen.
Verschillende Kamerleden wezen woensdag tijdens een onderwijsdebat op het falen van het in 2014 ingevoerde passend onderwijs en vroegen zich af waarom inclusief onderwijs dan wel zou lukken. Caroline van der Plas (BBB) stelde aan de hand van een rapport dat het passend onderwijs eerst op orde moet zijn voordat er stappen richting inclusief onderwijs gezet kunnen worden.
"Dan kunnen we in Den Haag wel zeggen dat we inclusief bezig zijn, ondertussen laten we de leerlingen, ouders en leraren gewoon spartelen", aldus Van der Plas. Sandra Beckerman (SP) is het daar "volledig mee eens". Passend onderwijs was volgens haar ook een "mooi woord" toen het werd ingevoerd, "maar de praktijk staat daar haaks op". Zij stelt dat inclusief onderwijs een ramp kan worden.
"We kunnen plakband blijven plakken op een systeem dat niet werkt of we kunnen eerlijk zijn. Passend onderwijs in zijn huidige vorm schiet tekort en D66 wil toewerken naar echt inclusief onderwijs", aldus Ilana Rooderkerk (D66), die benadrukte dat inclusief onderwijs niet betekent dat scholen voor speciaal onderwijs verdwijnen.
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) denkt niet dat het doel van 2035 op deze manier gehaald wordt en wil een duidelijk plan zien van staatssecretaris Judith Tielen (OCW, VVD). Als het inclusieve onderwijs eenmaal is ingevoerd, wenst ze tweejaarlijkse monitoring om te zien of er bijgestuurd moet worden.