Meer mensen hebben noodpakket, maar helft Nederlanders nog niet voorbereid: 'Eerste 72 uur zijn cruciaal', waarschuwt minister
Steeds meer Nederlanders hebben een noodpakket in huis, met bijvoorbeeld drinkwater, een noodradio of een powerbank. Toch is nog altijd meer dan de helft van de bevolking niet voorbereid op een noodsituatie. Volgens minister David van Weel van Justitie en Veiligheid is dat zorgelijk, zeker gezien toenemende geopolitieke spanningen, cyberdreigingen en de druk op het elektriciteitsnet.
De overheidscampagne moet burgers aanzetten tot 72 uur zelfredzaamheid bij bijvoorbeeld stroomuitval, een cyberaanval of een overstroming. Volgens Van Weel werpt de campagne inmiddels zijn vruchten af, al is er nog veel werk te doen. "Het is nog niet genoeg, maar het is wel een behoorlijke sprong."
"Als je bedenkt dat we twee jaar geleden nog nauwelijks over dit onderwerp konden praten. Ik ging bij een talkshow zitten om over een noodpakket te praten en daar werd lacherig over gedaan. Inmiddels heeft het zelfs het Sinterklaasjournaal gehaald, dus een hogere eer kun je niet krijgen. Dus ik ben best blij met 44 procent", zegt de VVD-bewindsman.
Toch heeft nog altijd een groot deel van de mensen geen actie ondernomen. Van Weel waarschuwt daarom voor onderschatting van de risico’s. "We kunnen nooit communicatie maken waarbij iedereen zegt: fijn, weer post van de overheid. Dat verwacht ik ook niet. Maar we moeten wel een kritische massa hebben die meedoet, anders gaat het mis als er iets gebeurt."
Eerste 72 uur zijn cruciaal
Een deel van de bevolking ziet het noodpakket als overdreven of onnodig. Van Weel reageert daar duidelijk op: "Als dat oploopt, moeten we onze communicatie aanpassen. Maar het blijft een kleine minderheid."
Volgens de minister is het vooral belangrijk dat mensen beseffen dat de eerste 72 uur cruciaal zijn. "In die eerste 72 uur gebeurt er heel veel. De brandweer is bezig met mensen uit liften halen, branden blussen en noem maar op. Het gaat erom dat we onze kerntaken kunnen blijven doen."
Directeur van Beeld & Geluid Eppo van Nispen tot Sevenaer, te gast in de studio, sluit zich daarbij aan en wijst op de bredere kwetsbaarheid van de samenleving. "En die 14 procent gaat straks enorm huilen als het misgaat. Ik denk dat je gewoon normaal moet nadenken over dat dit kan gebeuren. Ik zit zelf in de Cyber Security Raad. Er is eigenlijk elke dag digitale oorlog. Dat het een keer misgaat, zien we in de praktijk."
Volgens hem helpt de campagne juist om mensen bewuster te maken van die realiteit. "Als je daarover nadenkt, ga je je erop voorbereiden. Het is eigenlijk een handig boekje als leidraad om de boel op te pakken. En ik maak geen reclame voor de minister. Het is puur praktisch."
Ganzen jagen
Ook koningshuisdeskundige Justine Marcella ziet de noodzaak van voorbereiding, al relativeert ze het tegelijk met een praktische blik. "Ik heb meegedaan aan Expeditie Robinson en ben er wel achter gekomen dat je vrij weinig nodig hebt. Ik kan vuur maken, hout hakken en een hut bouwen. Ik woon vlak bij water, dus dat kan ik koken voor drinkwater. En ik ken veel jagers. Er is een overschot aan ganzen in Noord-Holland, dus die gaan we gewoon opeten."
Van Weel benadrukt het belang van goed voorbereid zijn. "We gaan echt inzetten op gerichte campagnes per doelgroep, zonder de irritatiefactor te verhogen. Het gaat niet om angst, maar om voorbereiding op bijvoorbeeld stroomuitval of een cyberaanval."
Volgens hem is het uitgangspunt helder: 72 uur zelfredzaamheid. "We richten als overheid ook noodsteunpunten in. Maar als je jezelf 72 uur kunt redden: water, een batterij of zonnecel om je telefoon op te laden en een radio voor als het netwerk uitvalt."
Van Nispen tot Sevenaer laat tot slot weten zelf nog verder te gaan dan die minimale norm. "Ik kan ruim twee weken off the grid leven, buiten alle systemen om. En dat vind ik heel prettig."